29 October 1907.
Amsterdam, I Nov. 1907.
In deze vi^eek is de 29ste October, de dag waarop Prof. Dr. A. Kuyper zijn yosten jaardag nog in volle levenskracht vieren mocht, in heel in ons land voor zeer velen een blijde gedenkdag geweest.
Daarvoor was ook waarlijk wel alle reden; en dan zeker allereerst voor den grooten kring waarin de Heraut wordt gelezen, en waarin de beteekenis van dien gedenkdag juist daarom zoo bijzonder goed wordt begrepen.
Immers is het Dr. A. Kuyper, door wien 30 jaar geleden de tegenwoordige Heraut in het leven is geroepen, en aan wien te danken is, dat die uitgave niet slechts levensvatbaarheid had, maar ook zoo uitnemend slaagde, dat zij voor de leiding der geesten in zeer ruimen kring van de grootste beteekenis werd. Al die jaren is er bijna geen nummer verschenen, aan welks inhoud hij zelf niet had medegewerkt; zelfs in de jaren dat hij als raadsman der Kroon met ander werk overladen was, vond hij altijd nog tijd voor het schrijven eener meditatie; en vóór dien tijd, van den aanvang af, was steeds ver het grootste gedeelte van hetgeen den lezers werd aangeboden, van hemzelven afkomstig. Wat hij in dit groote blad, met zijn vijf kolommen op elke bladzijde, wekelijks leverde, had telkens bijna den omvang eener brochure. En met onverzwakte energie heeft hij die verbazingwekkende productie week aan week, bijna een kwart eeuw lang, met de meeste regelmaat volgehouden.
Toch is wat het meest daarbijl treft, nog niet eens het vullen van zoo groote plaatsruimte; maar veel meer nog de wijze waarop dat geschiedde, doordat in alle die opstellen inhoud en vorm met elkander samenwerkten, om ze bij alle degelijkheid tevens boeiend en bij alle diepzinnigheid toch verstaanbaar te maken, en doordat voortdurend gerekend werd met de onderscheidene geestelijke behoeften waarin te voorzien was. Voeding, stichting en leiding was er bij ieder nummer, in een voorstuk voor het hoofd, in eene meditatie voor het hart, en in leidende artikelen voor het leven, vooral voor het kerkelijk leven; terwijl tevens het verband tusschen dat alles telkens duidelijk in het licht kwam. Inderdaad een arbeid, die, met al de daarvoor noodige studie, op zichzelf reeds genoeg zou zijn om bij hem, die zich daaraan wijdde, al zijn tijd en krachten in beslag te nemen.
Bij Dr. Kuyper echter is dit alles nog maar een deel geweest van zijn levenstaak. Op zijn feestdag was er ook te gedenken aan nog heel wat anderen arbeid, voor staat en maatschappij, voor kerk en school, d, voor wetenschap en kunst, ja voor bijna ieder gebied van het menschelijk leven. En van dat alles was zooveel te zeggen, dat zelfs zijn arbeid voor den Heraut daarbij nauwelijks kon vermeld worden.
Schijnbaar kwam die arbeid dan op den achtergrond; maar toch ook slechts schijn baar. Wat in de diepte ligt, valt natuurlijk niet het meest in het oog. Maar bij een ge bouw komt het toch juist op het fundament wel het meest aan. En nu kan veilig gezegd worden, dat het bovenal de Heraut is, die voor al wat Dr. Kuyper heeft tot stand gebracht, den grondslag gelegd heeft. Aan dien rusteloos voortgezetten arbeid is het, door den zegen Gods, te danken, dat een kring, die steeds grooter werd, allengs meer geleerd heeft, bij zijn denken en handelen de beginselen te volgen, die Gods Woord ons aangeeft. En niet minder is daaraan te danken, dat de schrijver zich bij toeneming verblijden mocht in de hartelijke sympathie en het onbepaald vertrouwen van die groote menigte, die gevoelde hoeveel leering en opwekking en bemoedi ging zij van hem ontving. De Heraut is een kerkelijk en godsdienstig weekblad, in onderscheiding van bladen, die een politiek, of een sociaal, of welk ander karakter ook, dragen. Maar zijn werking heeft zich wel op ieder gebied zeer sterk doen gevoelen. Trouwens, dat kon ook niet anders. En de groote trouw, die door Dr. Kuyper aan dit blad steeds betoond is, is wel een bewijs te meer voor zijn juisten blik op den gang van het leven, dat, althans in gezonden toestand, niet door de stof, maar door den geest wordt geleid en beheerscht.
Laten alle trouwe Heraut-lezers aan dien arbeid denken, met dank aan God, wien het in Zijn vrijmacht behaagde, aan één enkel mensch zooveel gaven te schenkeh; hem daarbij ook de begeerte te schenken om die gaven te besteden in den dienst des Heeren; en hem te vergunnen dat te blijven doen, met een ongebroken kracht, ook nog in zijn 70ste levensjaar. En daaraan pare zich dan de bede, dat de God zijns levens hem nog^ jaren lang daartoe sterke, tot voldoening en vreugde voor hemzelven, ot een rijken zegen voor velen, en tot eer an des Heeren Naam.
F. L. RUTGERS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 3 november 1907
De Heraut | 4 Pagina's