Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Officieele Berichten.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Officieele Berichten.

8 minuten leestijd

HERDENKING VAN VEERTIGJARIGE AMBTSBEDIENING.

Aan de Bazuin ontleenen wij het volgende: J.l. Zondagmiddag trad Prof. Noord tzij, op verzoek van den kerkeraad der Geref. Kerk, te Kampen, in de Burgwalkerk op, ter herdenking zijner veertigjarige ambtsbediening.

Vooraf werd gezongen Ps. 106: i, en gelezen

2 Cor. 4 : 5—16. Na 't zingen van Ps. 34 : i en gebed begon Z.Hooggel. met er aan te herinneren, hoe hij op dezen zelfden dag, ja in ditzelfde uur, in 1867 zijn dienstwerk aanving in de gemeente van St. AnnaParochie, na des morgens bevestigd te zijn door zijn schoonvader Prof. H. de Cock. Hij had veel ondervonden en genoten in deze 40 jaren. Het woord van vader Jacob: eere, ik ben geringer dan al deze weldadigheden en al deze trouw, die Gij aan uwen knecht gedaan hebt", leefde thans in zijne ziel. Toch legde hij liever als N. Testair entisch man tot grondslag zijner feesttoespraak Hand. 26 : 22«: an hulpe van God verkregen hebbende, sta ik tot op dezen dag".

Nadat gezongen was Ps. 71:4, 12, 13, lichtte hij 't verband van den tekst kortelij K toe en beschouwde daarop Paulus „staande alleen door Gods hulpe,

I als getuige van Gods ontfermende genade, II als getuige van Gods zegenrijke verheffing, III als getuige van Gods wonderbare trouw".

Ofschoon spreker zich bewust was van den grooten afstand, die hem van Paulus scheidde, wenschte hij niettemin dat woord van den Heidenapostel in de drie genoemde opzichten over te nemen. Immers, slechts door de hulpe Gods was ook hij in staat geweest deze veeriig jaren op het terrein van Gods Koninkrijk te arbeiden. Telkens P's ervaringen teekenend, schetste hij op boeiende wijze zijn arbeid in het Evangelie in de gemeenten van St. Anna-Parochie, Heerenveen en Schiedam, saam gedurende bijna acht jaren. Toen — 't was in 1875 — werd hij door de Generale Synode van 's H-jrtogenbosch benoemd tot „Docent aan de Theologische School". Naar zijne overtuiging ging hij hiermede van 't eene kerkelijk ambt in het andere, naar Artikel 2 der Dordtsche Kei kenorde over. Als zoodanig mocht hij ruim 32 jiarniet zonder zegen werkzaam zijn in 't vadeiiand, en ook daarbuiten. Daartoe bepaalde zich echter zijne werkzaamheid niet. Reeds spoedig gevoelde hij zich gedrongen voor de belangen van het Christelijk Lager Onderwijs op te komen en werd hij reeds vroeg, nog bij't leven van Groen van Prinsterer, in den politieken strijd getrokken. God deed hem genade vinden in de oogen der menschen. Ook werd hij in 1883 onder een liberaal ministerie benoemd tot Ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw.

Met enkele trekken ontleend aan tegenstand en tegenspoed, maar ook van Gods woord in zijn levensloop, eindigde de Spreker zijne treffende rede, en legde hij de gemeente op de lippen Ps. 138 : i.

Eerst voerde nu Ds. Schuurman het woord namens kerkeraad en gemeente. Met groote waardeering sprak hij van de gaven aan Prof. Noordtzij geschonken, en van den arbeid op zoo menig terrei» des levens door hem verricht. De Jubilaris had zich nimmer opgesloten in zijn studeerkamer, maar had het zich een voor recht geacht de gemeente in te leiden in het recht verstand van de H, Schrift, en zich te werpen op het rijke en volle menschenleven en ook daar de verheerlijking van Gods Naam te zoeken. Zijn hoofdarbeid was echter geweest de beoefening der wetenschap en de vorming van aanstaande Dienaren des Woords.

Prof. Lindeboom sprak daarna namens de Tbeol. School en het aan de School verbonden Gymnasium. Hij wenschte evenals de vorige Spreker den Jubilaris toe, dat God hem nog vele jaren mocht zegenen. Wij, uwe ambtgenooten, dragen u nog lang niet voor het emeritaat voor. Mede door u mogen School en Gymnasium nog zijn wat zij zijn. God geve U het voorrecht, dat gij de School nog ziet opbloeien! Nog gedenk ik aan 4 Sept. 1862, toen gij met een traan in 't oog voor de Docenten der School getuigdet, wat U bewoog om in Kampen te komen. Ook al gaat gij heen, de gemeente des Heeren zal blijven. Leeft een leeraar voort in zijne catechisanten, een professor in de Theologie kweekt opvolgers, in wie hij nog na zijn dood de gemeente dient. Niet dan na vele jaren neme de Heere u op als een korenschoof bereid voor de hemelsche schuur!

Deze toespraken werden afgewisseld door het zingen van Ps. 33 : 11 en Ps 89:7.

Hierna bedankte Prof. Noordtzij de Sprekers en in hen kerkeraad, gemeente, school en gymnasium, en in 't algemeen allen, die door hun komst of anders van hunne belangstelling blijk gaven en ging hij voor in een hartelijk dankgebed.

Worde aan den Spreker nog menig levensjaar gegund en zijn arbeid voor School en Kerk door Gods gunst tot eere zijns Naams gekroond I

Dinsdag 22 October, half 4. De Aula der Theologische School is in feestkleed : de witte , muren, gewoon strak neer te zien op een huiverig examinandus of schuchter Krans-spreker, zijn verdwenen achter een heuvel van planten groen. De zon van October laat af en toe een lichtstraal gaan over de tafels, die in wanordelijke orde er heen staan. Het is er recht gezellig!

De Aula is het middelpunt van ons leven, dat komt ook nu weer uit! Wie er bijeen zijn ? Wel natuurlijk: ieder die met de School in verband staat. En waarvoor? Om een feestuurtje te hebben, vreemdeling in Jeruzalem! nu Prof. Noordtzij veertigjarige ambtsbediening viert. Daarom zijn we in de Aula: de familie Noordtzij, de Professoren, oud-leerlingen, en de Studenten. Zoo doen we het hier te Kampen: wanneer één bedroefd is treuren we allen, maar ook wanneer één geniet, zijn wej allen blijde. En nu, nu een Prof. zulk een groote weldaad ondervond, verheugen we ons allen, en moeten we uiting geven aan die blijdschap.

Daarom zongen we Ps. 103: i, toen Prof. en Mevr. Noordtzij binnen kwamen, voorafgegaan door Fides' oude vaandel. Want Fides mocht er niet bij onbreken. Fides, dat in zich vat allen, die aan de School zijn geweest ter opleiding; ze mogen gegaan zijn, waarheen ook. Fides laat niet los, die hem eenmaal hebben behoord.

Doch ter zake. Namens oud-leerlingen en leerlingen biedt de praetor van het Corps met een woord van dankbare hulde den jubilaris een geschenk ter hericnering aan: bureau de ministre, schrijfstoel en studeerlamp, met bijgaand album.

Prof. Bouwman neemt dan het woord en spreekt namens de gansche rij van oud-leerlingen, die de lessen van Prof, Noordtzij hebben gevolgd. Niet alleen had Prof. Noordtzij eene uitgebreide kennis van alles, wat het Oud-Testament betreft, maar hij deelde het ook mede, zoodat men onder zijne leiding de Schriften leerde verstaan. Van harte hoopt spr. dat Prof. Noordtzij nog vele jaren moge worden gespaard, en dat ook nog eenmaal de lang gewenschte „Canoniek" mag verschijnen.

De Secretaris van het College van Hoogleeraren, Prof. Honig, herinnert aan het werk van Prof. Noordtzij ook op politiek en maatschappelijk gebied; en ook, hoe het op het terrein der theologische wetenschap altijd zijn streven geweest is, om de „lichtstralen" op te vangen en weer te geven, die helderheid bieden over verschillende punten.

Ds. Schuurman haalde een oude berinnering op van de t in den naam Noordtzij in verband met eene erfenis. Maar ook wist hij van eene andere erfenis, dat n.l. aan Prof. Noordtzij iedere leerling een stuk van zijn hart bad gelaten.

Dr. A. Noordtzij betuigt als zoon zijn dank voor de sympathie betoond aan den vader, die in de laatste jaren veel heeft ondervonden, wat hem soms neerdrukte of een weinig ontmoedigde, maar toch, immer vertrouwend op den Heere, moedig stand hield met kracht door Gods hulpe!

De eerstejaarsstudent, de, heer Snijman, spreekt zijne blijdschap uit over het feit, dat hij wel het kortst de leerling van Prof. Noordtzij is, maar het toch van alle tegenwoordige Studenten het langst zal kunnen zijn. Ten slotte spreekt Prof. Noordtzij zelf. Hij is verrast en dankt zeer. De wortelen van zijn politiek, sociaal en theologisch optreden liggen haast alle even diep, n, l. al in zijn jongelingsjaren.

Op politiek terrein! Als student verdedigde hij eens op een College in 1866, Mr. Groen van Prinsterer's standpunt bij gelegenheid van een Kamerontbinding, tegenover anderen. Deze verdediging werd echter door Prof. Brummelkamp in De Bazuin geplaatst, en zoo kwam zij ter kenis van Mr. Groen, die hem telkens aan zijne zijde trok om ook op dit terrein te werken.

Op sociaal gebied! Oorspronkelijk was Spr. bestemd voor de bouwkunde, en verkeerde toen onder de arbeiders, zoodat het geen wonder is, dat hij nu nog met hen voelt en strijdt. In de theologische wetenschap! Als student werd hem reeds opgedragen, soms anderen te onderwijzen in het Hebreeuwsch. Daar ligt dus de kiem van zijn professoraat.

En nu wilde spr. zich wel gaarne van 't een of 't ander losmaken, om nog iets over de H. Schrift uit te geven, maar de wortels liggen zoo diep, dat hij er niet dan met moeite toe komen kan van iets te scheiden. Met vriendelijken dank aan allen eindigde hij.

We zongen nog Ps. 121 : 4, waarna Prof. Lindeboom met dankzegging de blijde vergadering sloot.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 november 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Officieele Berichten.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 november 1907

De Heraut | 4 Pagina's