Ieestafel.
I. DR. J. WOLTJER. De zekerheid der wetenschap. J. W. A. van Schaïk. 1907.
Dit is het referaat door den hoogleeraar WOLTJER, op de meeting van de Jaarvergadering der Vereeniging voor hooger onderwijs op gereformeerden grondslag, te Utrecht 4 Juli 1907, gehouden.
In het verslag, dat van die jaar vergadering in ons blad heeft gestaan, werd reeds van dit referaat een bespreking gegeven.
Ik zal dit daarom hier niet herhalen.
Alleen wil ik er op wijzen hoe mijn ambtgenoot in dit stuk de aanmatiging van de wetenschap terugwijst. Hij zou het ook hebben kunnen betitelen: de onzekerheid van de wetenschap. Klaar en duidelijk toont hij, de meester in de ars docendi, aan waarom de wetenschap op zich zelf de zekerheid, waarnaar de mensch zoekt, niet geven kan; dat zij eenen vasten grond alleen dan heeft, zoo zij uitgaat van en steunt op geloof, het geloof in den almachtigen God, den Schepper des hemels eu der aarde; dat dan haar groote waarde eerst volkomen gekend wordt.
Aan deze uiteenietting gaat vooraf eene nadere verklaring wat onder wetenschap te verstaan is.
Wij zijn den geachten referent dankbaar, dat hij aan het vriendelijk verzoek, van meer dan eene zijde tot hem gericht, om zijn referaat te doen drukken, gevolg heeft gegeven.
Naar den aard van de referaten op onze meetingen der jaarvergaderingen is ook dit hoeveel degelijke geleerdheid er ook achter zit, populair werk. Populair in den zin van ook voor niet-geleerden verstaanbaar. Maar juist daarom kan het bijdragen om ons volk intelichten in den aard van het wetenschappelijk bedrijf onzer Vrije Universiteit.
Men leze en bestudeere, ook in de kringen , der niet-geleerden dit uitnemend woord van den hoogleeraar. Zelfs tegenstanders van onze Universiteit kunnen er door gewonnen worden. £n ook menschen, die het voorrecht van een akademische opleiding genoten of nog genieten, zullen er hun kennis op menig punt verrassend door zien gewijzigd of verrijkt.
2. Ons Tijdschrift, 12e jaargang aflevering 10. Uitgegeven te Rotterdam door D. A. Daamen. MDCCCCVIII.
Hèt Tijdschrift van de jongeren onder ons gereformeerden. Naar men weet, wordt de redactie gevormd door de heeren L, BUCKMANN, A. J. HooGENBiRK, J. LENS, G. SCHRIJVER, en DR. J. V. D. VALK,
Dit Tijdschrift verdient de belangstelling van alle iutellectueelen onder ons en kan, naar het mij toeschijnt, nog wel ietwat meer steun, dan het tot dusver ondervindt, velen. Het is toch een poging om zoo mogelijk op allerlei gebied, ook op dat van litteraire kunst, de synthese te vinden tusschen het gereformeerde • Geloof en het wereldbewustzijn van den mensch van onzen tijd.
Deze aflevering opent met een vers van H. S. S. K(UVI> ER); een gedicht van teere godsvrucht en diep medevoelen met groote moedersmart.
DR. J. V. D. VALK, de rector van hét gereformeerd gymnasium te Rotterdam, volgt dan met een lezenswaardige studie: Jan Luyken, een mystiek Christen. Een helder licht valt hierdoor op den dichter van wien „de letterkundige wetenschap langen tijd leeraarde, dat Luyken hoog te prijzen was als dichter van de Duytsche Lier, doch dat hij na zijn bekeering alleen nog maar wat „Stichtelijke rijmen" had uitgegeven, die men verder liet voor wat ze waren."
Daarna komt J. LENS met een artikel ^^Ö/IIÜJtica. Qhristelijke Faedagogiek. Naar aanleiding van Faedagogiek voor Christelijke Kweekscholen en Normaallessen door J. C. WIRTZ CZN. J. B. Wolters 1907. Een artikel waarin hij o. m. een bespreking van WIRTZ Faedagogiek geeft, die veelszins afwijkt van die welke ik voor eenige maanden er hier in ons blad van gaf.
Verder bespreekt DR. W. H. NIEUWHUIS onder hét opschrift: Apologetische Literatuur het nog door onzen C. ORANJE vertaalde werk van DR. C. F. WRIGHT: Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud Teitamentische geschiedenis.
Ook in deze Aflevering missen wij niet den ook nu weer pittig geschrevenen Terugblik daoi ^^
Het slot van dit Nr. vormt de boekenrecensie.
De prijs van ONS TIJDSCHRIFT zal met i April, wanneer de nieuwe jaargang begint, /6 zijn.
Voor zulk een periodiek zeker niet te hoog. Bij D. A. DAAMEN te Rotterdam kan men zich abonneeren.
Het adres der Redactie is: HAARLEM, KENAU STRAAT, 5b.
3. C. H. SPURGEON, Schetsen uit de Pelgrimsreis. Uit het Engelsch. Nijkerk. G. F, CAL-LENBACH.
De heer CALLENBACH te Nijkerk, die zich in den laatsten tijd met uitgaven van BUNYAN'S werken in onze taal zoo verdienstelijk heeft gemaakt, geeft hier 'n werkje met vele loelichtingen van SPURGEON op BUNYAN. Het boekje is „een uitlegging van verschillende pUatsea van John Bunyans onsterfelijke allegoiie, met een inleiding van (Spurgeons zoon) Tnomas Spurgeon".
Een werk uit SPURGEONS nalatenschap.
De overzetting die zeer is geslaagd, werd door den uitgever toevertrouwd, naar ik uit goede bron weel, aan den verdienstelijken SPURGEONvertaler Ds. H. H. VEDER te ROTTERDAM.
Heeft BUNYANS werk vaak toelichting uoodig, zoo iemand, dan was zeker v/el SPURGEON de man om die te geven.
4. HANDBOEK ten dienste van de Gereformeerde Kerken in iV«(fer/ia!«(3? voorhet jaar 1908, 20ste Jaargang. OOSTERBAAN EN LE COINTRE. Goes.
NU van het jaar 1908 bijkans reeds een maand verloopen is, haast ik mij dit HANDBOEK aan te kondigen.
De uitgevers zijn er metterdaad in geslaagd den inhoud zoo volledig en juist mogelijk te doen zijn.
Voor allen, die belang stellen in ons kerkelijk leven, is het een onmisbaar boekje. Het laatste stuk geeft korte biographieën van 13 in 1907 gestorvene predikanten onzer kerken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 2 februari 1908
De Heraut | 4 Pagina's