Buitenland
Het spreken ia tongen te Los-Angeles, Christiania en Cassel.
II.
Zij die getroffen werden, kwamen in de hoogste extase. „De Heere legde mij op een avond op den grond en gaf mij een profetie, en terwijl ik in de hand Gods was, kregen drie hun Pinksteren, een werd geheiligd en twee gered, " zoo schreef eene vrouw. En uit Indianapolis wordt bericht: „Een man ... kwam uit nieuwsgierigheid binnen. Hij was arts... en had langen tijd in Indië vertoefd en kon onderscheiden Indische talen spreken. Hij zeide, dat hij geheel verrast was; daarop, nadat hij plaats genomen had, sprak God met hem en kwam hij tot een diepe overtuiging ... Hij geraakte in een toestand van geheele vertwijfeling, God eischte van hem, dat hij aanstonds tot de zondaarsbank komen zou. Hij wilde niet, uit vrees van op den bodem geworpen te worden. Hij werd nog meer wanhopig, daarna ging hij heen en kocht vergif om het in te nemen, wanneer hij niet op Donderda|namiddag tot ruimte kwam. Sedert den voorafgaanden Zondag had hij niet geslapen ... Toen hij zijn doop onderging, hief hij de handen naar omhoog, brak in een jubelen uit en viel achterover op den grond. Terwijl hij daar lag, kwam Jezus tot hem en droeg hem op om naar Indië terug te keeren en het Evangelie te prediken."
Zij, die deze dingen mede doorleefden en daaraan deel namen, geven wel toe dat de toestand waarin enkelen kwamen, menigmaal niet zonder. gevaar was. In extase begonnen enkelen in onbekende klanken te spreken. „Nadat ik" schrijft een Schot, die van Winnipeg naar Los-Angeles gereisd was „een korten tijd daar geweest was, stond een dame op. Da macht Gods kwam .over haar en zij begon te beven ... Deze zuster had eenigen tijd gesidderd, toen begon zij tot mij in een onbekende taal te spreken, en tot mijne verbazing sprak zij, nadat zij eenige volzinnen geuit had, in de Engelsche taal en vertaalde ook datgene wat zij gesproken had."
De uitlegging wordt of door de sprekers zelf of door anderen gegeven, welke dan de gave der uitlegging ontvangen. Het zijn meestal bijzondere opdrachten die gegeven worden, lofprijzingen Gods, vermaningen, waarschuwingen... Het schijnen meest congiomeratien van bijbelteksten en van zulke uitdrukkingen, die sedert de opwekking te Wales gangbaar geworden zijn, als bijv, : „Wij erkennen slechts Christus, zijn waarheid, zijn woord. Wij moeten lang wachtend voor Hem staan. Wij moeten erkennen dat Hij in ons midden is, tusschen de gouden kandelaren v/andelend, bevrijdend en reinigend. Hij die tusschen de gouden kandelaren wandelde, wandelt ook nu in ons midden. Wij moeten hem-alleen als hoofd erkennen en kennen geen mensch na.'-.r het vleesch. De Geest Gods zal ons toonen, of wij nederig in de liefde en den ootmoed voor Hem zijn! Onze Heiland zegt: „Ik zie u vriendelijk aan, wanneer gij maar mijn wil en mijn eer zoekt. Hij mag zich op geen naam, op geen ordeningen en stelsels beroemen, maar alleen op Mij. Alle volheid is in Mij, alle kracht is in Mijn Evangelie." Dikwerf wordt [ook in onbekende tongen gezongen. Zoo vindt men vermeld: „zuster WiUiamson heeft haar Pinksteren gekregen en God heeft haar in Zijn hemelsch koor genomen om de hemelsche gezangen tot Zijn roem te zingen, "
Men beweert dat te Los Angeles niet alleen in vreemde tongen gesproken wordt, maar dat ook menschen in talen beginnen te spreken die zij te voren niet gekend hebben. Zoo zegt men dat zekere Ms. Price in volmaakt Duitsch heeft gesproken, een taal waarvan zij zelve niet het minste begrip had. Twee Duitschers vertaalden wat zij sprak. Eene kleurlinge sprak in een Aftikaansch dialect, gelijk door een zendeling werd erkend en vertaald. Deze vrouw had niet de minste taalkennis. De Schot, waarvan wij reeds spraken, bericht dat een dame, toen zij onder de macht kwam, een Indisch lied zong, dat hij uit zijn jeugd kende, en dat terwijl zij nooit in Indie geweest was. „Daarna sprak zij in een andere taal, die later Armeoisch bleek te zijn". Zijn eigen klein meisje werd met den Heilige Geest gedoopt en sprak in zes of zeven verschillende talen, Waaronder het Spaansch en het Latijn.
Maar ook blijkt het dat een dame, die in tongen sprak en meende dat ze de Arabische taal daarbij gebruikte, daaruit aflïidde dat zij geroepen was den Arabieren het Evangelie te gaan verkondigen. Doch reeds toen zij in Gi braltar Arabieren ontmoette, zag zij tot hare schaamte hare dwaling in.
Ook genezingen noemt men als karakteristiek der beweging. Men meldt dat iemand, die zijn dijbeen geheel had zien wegkackeren, werd genezen. „Het gat, dat diep genoeg was om 1I/2 liter water te bevatten, is bijna met nieuw vleesch gevuld en dicht gegaan". Een broeder was jaren lang kreupel en nu gaat hij zonder stok. Een meisje werd van een oogziekte genezen.
Een medearbeider der beweging te Los Angsles Dr. Yoakum, beweert dat hij, nadat hij zelf voor jaren door gebed van een zeer zware ziekte genezen was, in zijn „Pisgah tuin" een dame van een kropgezwel genezen heeft. Op grond van Hand. 19 : 12 bidt Dr. Yoakum over zakdoeken, deze worden den zieken toe gezonden en daarop hebben wonderbare genezingen plaats.
Wij geven deze dingen voorloopig zonder criüek, gelijk zij ons medegedeeld werden.
N. Amerika. Pleiten voor de gezonde leer.
Dr. Wm. Moerdijk schreef in de Hope, dat er op eene Conferentie derMethodistischEpisc. kerk eene beweging ontstaan is ter bevordering van de gezonde leer onder de zoogenaavnde leeken. Ten slotte vraagt de geachte schrijver: „Wie juicht zulke stemmen der „laymen' niet toe, en hoopt niet, dat de „leeken" in alle de Protestantsche kerken hunne stem verheffen voor gezonde leer en tegen alle dwaling"? Hij kan Cl op rekenen, dat wij, en allen, die met ons de waarheids Gods liefhebben, zich over zulk een beweging verheugen, en dat wij niets vuriger wenschen, dan dat in alle kerken eene beweging voor de gesonde leer ontsta.
Deze behoeft niet juist in een „laymen's move-t ment" zich te beUchamen. In de M. E. Church kan het wel niet anders, indien in die episcopaalsch ingerichte Kerk de leden beginnen in te zien, dat de Kerk afwijkt van hare eigene fondamenten, want daarin heeft men werkelijk geestelijken en leeken, een opper-en een lager huis. De „leeken" hebben eene bijzondere vertegenwoordiging in de Kerk. Geen wonder dat zij, indien zij iets op touw willen zetten, onafhankelijk van de „geestelijken" moeten agiteeren. Dat zij het onder die omstandigheden doen, verstrekt hun tot eer.
Onze Gereformeerde kerken zijn, den Heere zij dank, geheel anders ingericht. Het onderscheid, dat er bestaat tusschen zoogenoemde „leeken" en „geestelijken", bestaat alleen hierin dat de laatstgenoemden ambtsdragers zijn in de kerken, terwijl eerstgenoemden geen kerkelijk ambt bekleeden. In andere opzichten is er volstrekt geen onderscheid tusschen hen. Er zijn in den loop der tijden in de Gereformeerde kerken hier en elders dingen ingedrongen, overgenomen uit Kerken, die het onderscheid tusschen geestelijke en leek op kerkrechtelijk gebied erkennen.
Dat bijv. niet alle leeraars lid zijn eener plaatselijke kerk, is in den grond ongereformeerd en gebaseerd op het onderscheid van „geestelijke" en „leek". Maar dit is een uitwas aan den kerkelijken boom.
Met het oog op onze kerkelijke inrichting wordt het ons licht gemaakt, een pleidooi te voeren voor gezonde leer. De geloovigen bezitten het ambt, waardoor zij geroepen zijn, op te komen voor de zuiverheid der prediking des Woords. De kerkeraden zijn verplicht, acht te geven op de prediking, die in hun naam door de leeraars geschiedt. De Classes hebben er voor te zorgen, dat zij in het onderzosk van candidaten getrouw zijn, opdat alle ketterij van de kansels geweerd worde, Aan de Algemeene Synode van alle kerken is mede de zorg voor de gezonde leer toevertrouwd. En in al die vergaderingen, die wij genoemd hebben, werken zoogenoemde „leeken" en „geestelijken" te zamen. Wij kunnen dus voor de gezonde leer pleiten, indien wij slechts willen. En zou het aan den goeden wil ontbreken, daar wij toch de Gereformeerde leer en de beginselen, waarop zij rust, liefhebben?
Er is veel afgebroken in vroeger tijd, dat weer moest worden opgebouwd. Wij noemen slechts enkele dingen. In vroeger dagen waren bij de Classicale examina zoogenoemde deputaten der Synode tegenwoordig, waarmede de Classes in verband stonden. Het is zeker geen verbetering geweest, dat men dit afgeschaft heeft. Vroeger werden al de leden eener kerkelijke vergadering verzocht, bij de opening derzelve hunne instemming met de belijdenis der Kerk te betuigen, Waarom doet men dat niet meer? En wat is er met den tijd van de verklaring van den Heidelberger Katechismus op den dag des Heeren gev/orden? Ja, wat wordt er van, zelfs in het Westersche gedeelte der Kerk?
In het belang der gezonde leer moest men voor de herstelling van al die beproefde oude instellingen de stem verheffen.
Maar men zegt misschien, dat vormen ons niet waarborgen, dat de zaak zelve er door bevorderd wordt. Toegestemd, Vormen alleen zijn niet genoeg. Maar vormen hebben toch waarde. Wie kan vorm en wezen van elkander scheiden ?
Het is mogelijk, dat de meeste leden der gemeente, hoe godsdienstig zij anders ook mogen zijn, geene liefde hebben voor de gezonde leer. Wij gelooven, dat die treurige toestand bestaat. Ja, konden wij gelooven, wat de Methodistische „leeken" zeggen, „dat de groote meerderheid der leeken gezond zijn in het geloof", dan zou het pleiten voor de gezonde leer eene gemakkelijke zaak zijn. Wat wij opmerken in godsdienstige kringen, zegt ons, dat een klein deel slechts der „geestelijken" en „leeken" de waarheid, die de kerken belijden, liefheeft. Agitatie wordt dan plichtsbetrachting. Konden wij in onze Gereformeerde kringen eene vereeniging oprichten tot verdediging en handhaving der waarheid, wij zouden blij zijn. Maar dat het dan niet uitsluitend eene leeken beweging worde.
Aldus een artikel in De Hope, dat wij eenigszins gewijzigd overnamen. Het komt ons voor, dat eene vereeniging tot handhaving en verdediging der waarheid in de Geref. Kerk misplaatst is. Zij, die de Geref. waarheid heihebben, moeten daarvoor in de Kerkelijke vergaderingen pleiten. Laat men daartoe niet alleen de handen ineenslaan tot een gemeenschappelijke actie, maar mochten de handen daarvoor ook opgeheven worden tot God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 2 februari 1908
De Heraut | 4 Pagina's