Leestafel.
Dr. Pk. J. Hoedemaker 1868—1908. Gedenkboek ter gelegenheid van zijn ^o jarige ambtsbediening. A. L. DK VLIEGER, LEIDEN. 1908,
De I6e Februari is voor DR. HOEDEMAKER geweest een gedenkdag.
Het was toen juist veertig jaren geleden dat hij voor het eerst als dienaar des Woords optrad.
Naar aanleiding van dezen gedenkdag is geschreven dit gedenkboek.
In het Inleidend woord schrijft DR. J. SCHOK KING „dat er aanstonds onder de naaste vrienden, voor een deel ook leerlingen (van den jubilaiis), het voornemen was, dien gedenkdag als een gepaste gelegenheid aan te grijpen hem een blijk te geven van oprechte en dankbare waardeering.
„Zij meenden dit niet beter te kunnen doen, wijl ineest in overeenstemming met het karakter van zijn leven en werken, dan door in een gedenkboek de aandacht en belangstelling te vragen voor de beginselen, waarvan hij zoo lange jaren de uitnemendste tolk was".
Voor dit Gedenkboek leverde Q. N. een Levensschets van DE. HOEDEMAKER en een Lijst der geschriften; vier andere medewerkers elk een bijdrage. DR. P. J. KROMSIGT, Kerkrechtelijke beginselen; Ds, C, A, LINGBEEK, Dr. Hoedemaker en de Doleantie; BR. ïl.SaiOKKitSG, Ds. Hoedemaker, Een preek en de prediker; Ds. G. H. WAGEN AAR, Dr. Hoedemaker en de politiek.
Dit boek. geschreven door de naaste vrienden, voor een deel ook leerlingen van DR. HOEDE MAKER getuigt, zooals te verwachten is, van de piëteit der schrijvers voor hun vriend en leermeester. Een piëteit, die aan de objectiviteit, voorzoover deze onder dergelijke omstandigheden kan geeischt, niet al te groote schade heeft gedaan. Het wil mij voorkomen, dat het beeld van DR HOEDEMAKER in het Gedenkboek geteekend, vrijwel met de werkelijkheid overeenkomt, al is het dan ook niet zoo gelijkend als het beeld van den uitwendigen mensch ons, in het fraaie portret voor het Gedenkboek, gebo4en.
Dat voor de uitgave van dit gedenkboek bij gelegenheid van het veertigjarig ambtsjubileum van dezen predikant alleszins reden bestond, zal ook ik, die noch tot zijn naaste vrienden, noch tot zijn leerlingen behoor, geenszins ontkennen. DR. HOEDEMAKER is niet maar een van de „velen"; hij behoort niet tot dat slag van menschen, die u, omdat er zoo niets bijzonders aan hen is, doen denken aan de uit één stof en naar één vorm gemaakte fabriekswaren. In hem is te veel van den mensch, dan dat hij niet zou wezen 'n mensch met geprononceerde individualiteit. En het leven van zu'k 'n mensch is altijd merkwaardig genoeg om er, als het tot zekere hoogte gekomen is, eens op terug te zien, het te gedenken. Van de soort rustige burgers waarvan de wijsgeer PLOTINUS verwachtte, dat-zij na hun sterven als bijen of mieren op aarde zouden terugkeeren, schrijft men niet licht een leven, en al zou men het doen, men kan vooruit weten voor zulk een biografie toch geen lezers te zullen vifiden.
Zoo nu staat het niet met dit Gedenkboek. De heer A. L. DE VLIEGER zal zich hoogst waarschijnlijk over deze zijn uitgave niet hebben te beklagen. Maar, al zal dit boek wel lezers vic den, de omstandigheid, dat DR. HOEDEMAKER met zijn geprononceerde individualiteit zijn leven larg een vaardig strijder voor beginselen is geweest, zal bij die lezers zeer verschillende gewaarwordingen wekken.
Dane geleerde toch, want op dien naam heeft de Utrechtsche doktor aanspraak door zijn vcortrefFelijke dissertatie over: Het probleem der vrijheid en het theïstisch godsbegrip, ook al had hij daarna geen letter meer geschreven — deze geleerde is na zijn promotie in 1867 al spoedig in den strijd, die ook in het protestantsche Nederland door de christenen tegen den „tijdgeest" was aangebonden, betrokken, ingehaald.
Zijn liefde voor kerk en volk was te groot, dan dat hij zich aan „de wetenschap om haar zelf" kon wijden; zijn natuur te enthusiast, dan dat hij v. OOSTERZEE'S raad kon opvolgen: „'t beroep naar de Vuuische aan te nemen en daar verier te studeeren". (Gedenkboek p, 15). Met de christelijke vrienden bindt hij den strijd tegen den tijdgeest aan. En zijn leven is voortaan één strijd.
Een strijd tegen den gemeenschappelijken vijand, die zich, naar het mij toeschijnt, nog altijd het best laat karakteriseeren als: de vrijzinnigheid.
DR. J. SCHOKKING dan schrijft in het Inleidend woord voor het Gedenkboek, „dat het de aandacht en belangstelling vraagt voor de beginselen, waarvan hij (DR. HOEDEMAKER) ZOO lange jaren de uitnemendste tolk was”.
Op dit waardeeringsoordeel zal ik niet afdingen.
Maar, wanneer de geachte Inleider daa'-op iaat volgen: „De korte samenvatting dier beginselen als het eene waaruit zij werden afgeleid, mag worden uitgedrukt door het: „Hoort des Heeren Woord!" — dan heb ik daarop, uit een oogpunt van juistheid, wél wat af te dingen.
Zeker, de volkomen onderworpenheid aan het Woord; dat Woord als „de onveranderlijke norm, waaraan iedere beschouwing, maar ook iedere daad moet worden getoetst" — is voor de christenen hét beginsel waarmee zij staan tegenover de „vrijzinnigheid".
Het eerste in den zin van het hoogste beginsel, het principium primarium.
En dat is het: „Hoort des Heeren Woord!" zeker ook voor HOEDEMAKER. Maar de tweede door mij geciteerde aanhaling van DR. SCHOK KING is, naar het mij voorkomt, een verwarring tusschen de twee begrippen: „principium primarium of eerste beginsel" en „korte samenvatting van beginselen”.
Een „vrijzinnige" die dit Gedenkboek leest, zal onder de lectuur menigmaal min aangenaam getrofifen worden. Hij zal zoo ongeveer het gevoel krijgen dat zich voor 'n mensch verbindt aan bet zien van het portret van een feilen tegenstander.
Maar ook velen die met DR. HOEDEMAKER den strijd tegen den „tijdgeest" hebben aangebonden, zullen, zij het ook niet in zoo sterke male en door de lezing van al de bijdragen voor het levensbeeld van dezen medestander, onder de lectuur van dit Gedenkboek esn dergelijk gevoel-krijgen.
De „korte samenvatting" van de beginselen van Dr. HOEDEMAKER is dan ook waarlijk iets nders dan wat Dr. SCHOKKING beweert.
Tusschen hem en zijn medestrijders tegen en „tijdgeest" bestaat, bij alle eenheid in het rincipim primarium, in het hoogste beginsel, en verreikend verschil.
Ik beschuldig den Inleider allerminst dit verchil te hebben willen wegdoezelen, — in de rie hoofdstukken van het Gedenkboek waar ehandeld wordt over: Kerkrechtelyke beginelen; Dr. Hoedemaker en de Doleantie; Dr,
Üoiiemaker en de Politiek, wordt het onverholen uitgesproken, —-maar meen alleen te moeten afdingen op de juistheid zijner formuleering. Een „korte samenvatting" van Dr. HOEDEMAKERS beginselen moet, mijns inziens, niet alleen aangeven de overeenkomst, maar ook de verschillen tusschen hem en zijn mede
standers in den strijd. Want die verschillen zijn er.
Zij zitten in de afgeleide beginselen, in de principia secundaria en remota; in de beginse
len b.v. van kerkrecht en politiek. Vraagt men nu hoe het mogelijk is, dat men saam uitgaande van één zelfde grondbeginsel, tot zoo verschillende deducties komt, dan meen ik te mogen verwijzen naar twee woorden, een
van PiERSON en een van FICHTE. Eerst naar een woord van ALLARD PIERSON, omtrent de, zich in de eerste helft der vorige eeuw en later tegen den tijdgeest stellende, christenen in het protestantsche Nederland, dat zij „kinderen van één vader maar van verschillende moeders waren; " en dan naar een woord van den ouderen FICHTE, „dat het ten slotte afhangt wat voor een philosophie men kiest van wat voor een mensch men is."
Is toch philosopheeren in den grond niet anders dan nadenken en is nadenken, óok het afleiden van beginselen uit een grondbeginsel, bij dit nadenken komt niet alleen het denken, maar heel het menschelijk zieleleven te pas.
Wie, althans zelfstandig, en dat heeft HOEDE MAKER gedaan, uit één beginsel deduceert, doet dat al naar hij 'n mensch is.
Hierin ligt de beperktheid, maar ook de kricht
van de subjectiviteit. Beginselen zijn overtuigingen.
Wien het daar ernst mee is, worstelt en strijdt om ze zich te verkrijgen en zal als hij ze ver
kregen heeft, er voor strijden en worstelen. En hoe het dan mogelijk is, dat HOEDEMAKER, _ om nu maar bij ons zelf te blijven, — op kerkelijk gebied vlak tegen de separatie en de doleantie is komen te staan; hoe hij op politiek gebied een tegenstander van de anti-revolutio nairen is geworden, — daarvoor moet men lesen zijn Levensschets, als bijdrage voor het Gedenkboek door Q. N. geleverd. En als ge dan daarna die bijdrage tot de kennis van zijn kerkrechtelijke beginselen, en die voor zijn optreden tegen de doleantie en die fraai gestyleerde van G. H. WAGENAAR over Dr. Hoedemaker en de Politiek leest dan zal dat zeker niet zijn zonder dat het u smart in dezen uw medestander tegen den „tijdgeest" zulk een feilen tegenstander op kerkelijk en politiek gebied van uw beginselen te zien, maar gij zult het toch kunnen begrijpen, dat HOEDEMAKER hier niet anders dan uw tegenstander kon worden.
Nu leest men een boek zeker niet voor zijn smart.
Maar de lezing van dit Gedenkboek zal bij ons gereformeerden en antirevolutionairen ook nog iets anders dan smart opwekken.
Het eindoordeel over het optreden van Dr. HOEDEMAKER in den kerkelijken en politieken strijd staat niet bij ocs. Maar al kunnen wij, ons bewust, dat zielkundige verklaring en zedelijke beoordeeling twee zijn, het niet goedkeuren, - desniettemin eeren wij toch in hem een hoogst interessant man onder onze oudere tijdgenooten en is het Gedenkboek ons welkom als een bijdrage tot de kennis van den mm en zijn tijd.
Voor theologen van professie en hen die het worden willen, kan ik inzonderheid aanbevelen de lezing van de vierde bijdrage: s. Hoede maker. Een preek en de prediker, door H. SCHOKKING. Aan een preek over Joh. 12 : 25 demonstreert SCHOKKING hier metterdaad hoe bij dezen prediker zijn vereenigd: rijkdom van gedachten, diepte van geestelijken blik, zuiverheid van opzet in voortgaande lijn, treffende psychologische ontleding, levendigheid door keur van beelden."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 15 maart 1908
De Heraut | 4 Pagina's