Buitenland
Het spreken in tongen te Los Angeles, Christiania en Cassel.
III.
Met deze beweging in Los Angeles kwam de Methodistische predikant Barrat uit Christiania in aanraking, toen hij in Amerika een collectereis deed. Op deze reis was hij zeer teleurgesteld geworden, doch door {het lezen vr.n het leven van Finney en dergelijke boeken kwam hij er toe om „zich geheel aan God over te geven, " ten einde den doop des Geestes te ontvangen. Hij kreeg de „reiniging des harten", en een „sterken doop des Geestes, die hem ook hoop gaf „vuurtongen te krijgen, om met tongen te kunnen spreken.'' In eene vergadering van menschen die in tongen spraken, kreeg hij wat hij begeerd had. „Toen een Noorwegenaar en de vrouw van een predikant voor mij baden, begon", gelijk hij het uitdrukt, „mijn onderkaak voor eigen rekening te werken, evenals mijn tong." Men beweert ook dat er een licht boven zijn hoofd is gezien, dat zich tot een vuurkroon vormde, en daarvóór een vuurtong, zoo lang als zijn hand. In den nacht moet hij in acht, zijn vrienden zeggen in dertien, talen gesproken hebben. Barrat's verhaal toont ook hoe luchthartig hij over deze zaak spreekt. „Hoe kon ik weten, dat er verscheidene talen waren? De houding van mijn mond, dat voelde ik, was verschillend. De kracht dreef mijn onderkaak en had mijn tong in beslag en deed de taal daaruit te voorschijn komen, klaar en duidelijk, terwijl niets in mij zich tegen die kracht verzette. Eenmaal voelde ik pijn in de luchtpijpen. Toen geloofde ik dat het Welsch was; die taal ken ik. Een anderen keer waren het neusklanken, vermoedelijk Fransch. Ik geloof bepaald dat ik ook Italiaansch sprak."
Barrat keerde daarna naar Noorwegen terug kort vóór Kerstmis in 1906 en weldra begon ook op zijn vergaderingen het spreken in tongen. Ook hier, gelijk als te Los Angeles, sprak men in onverstaanbare geluiden, maar ook deed het verschijnsel zich voor, dat de menschen in vreemde talen spraken, die zij te voren niet gekend hadden. Ook daarover schrijft men nog al luchthartig; althans een Engelschman deelt het volgende mede; „Eerst scheen het Engelsch te zijn, dat men zeer snel sprak: Kom, kom, kom nu tot den Heiland, enz. Dan was het als Chineesch: „Tschung, tschau, tschau enz. Dan veranderde de toon weder in een merkwaardig klapperende taal." Voorts is duidelijk, dat men eenvoudig van de veronderstelling uitgaat, dat het talen waren waarin gespro ken werd; men leidt dat af uit het feit, dat er zinnen werden uitgesproken, wijl een woord telkens bij het begin van een zin wederkeerde, terwijl een ander beweert, dat het woorden waren die met juisten nadruk en met natuurlijke uitdrukking gesproken werden. Tenslotte blijkt het, dat hetgeen verstaan werd, bijbelteksten of phrasen, bij de beweging] gebrui keiijk, waren. Dat bij verstoord bewustzijn zinnen uitgesproken worden, die men hier of daar heeft opgevangen, komt meer voor.
Van Christiania breidde de beweging zich uit over Noorwegen, voornamelijk in Christiansand en Frederikshall. In Zweden openbaarde zij zich te Arviker en te Sköfda, terwijl zij te Stockholm slechts ingang vond bij de Baptisten en onder hen scheuring deed ontstaan. Hetzelfde gebeurde te Kopenhagen.
Inmiddels hadden de Duitsche gemeenschapskriogen zich met de zaak ingelaten. Enkele bladen, met name ook de Brüderbote, het orgaan van den Rijksbond van Gemeinschaften, namen eerst alles zonder kritiek aan. Aanderen veroordeelden de kritiek die in Duitschland op het spreken in tongen werd uitgeoefend, en spraken daarbij smalend over de Theologie. Enkele oud piëtistische bladen wilden er niets van weten. De meesten zagen er een heerlijke beweging in, al moesten zij er bij constateeren, dat er eene satanische nevenbeweging bij kwam. Zij hebben er veel toe bijgedragen oai de beweging in Duitschland te laten opvlammen, al manen zij tegenwoordig oojs tot nuchterheid.
Er gingen enkele mannen der Gemeinschaften naar Christiania, om daar de zaak persoonlijk te onderzoeken. Daaronder was de predikant Paul, dié terugkeerde met den indruk: „hier zijn werkelijk gaven, gelijk zij in. den tijd der apostelen geweest zijn." Wel kon er iets ongezonds bij komen, maar het was de vraag niet, of er iets ongezonds onder school, maar of deze gaven werkelijk van den Heiligen Geest waren. Alleen de zendeling onder de Joden Rudnitzky, sprak het openlijk uit, dat ; het spreken in tongen zinnelooze klanken (sangala, singala, singsing, macgala, mangale, mangmang), het schrijven van hen die door den Geest gedoopt waren, eveneens zinloos gekrabbel was.
Inmiddels verscheen in het begin van Juli een jong tandarts Smith uit Noorwegen te Lichtenrade en deelde mede, dat hij voor anderhalf jaar den Heiland had gevonden, terwijl hij nu de gaven der talen en der uitlegging gekregen had. Het duurde niet lang, of ook daar openbaarde zich het spreken in tongen, al verwekte het daar niet veel opzien.
Bijna gelijktijdig werd deze ekstatische beweging op een andere plaats openbaar.
De heer E, Meijer, ds leider der strandmissie te Hamburg, die zich met prijzenswaardigen ijver aan de ellendigsten onder de ellendigente Hamburg geeft, was eveneens naar Christiania gegaan. Hij, die in 1905 „een bij «onderen geeslesdoop" ondergaan had, ging derwaarts, om „ontmoetingen met zijn God te hebben". Hij woonde het daar bij, dat een vrouw die in tongen sprak, plotseling in het Duitsch uitriep: „O zondaars, komt te huis, " ofschoon zij geen Duitsch kende. Een tweetal jonge meisjes kregen dezelfde gave en reisden met Meycr naar Hamburg. Daar leerden zij den Evangelist Dallmeyer kennen, die Meyer uitnoodigde met de twee Noorjveegsche meisjes in het nieuwe tehuis van de strandzending te evangeliseeren. Deze ontving daar „een rein hart", twee dagen later den geestesdoop en genezing van een lichamelijk lijden. Daarop begon hij met de beide Noorweegsche vrouwen en een Hamburgsche vrouw, den arbeid te Cassel in de zaal van het blauwe kruis. Men wilde daar evangeliseeren, doch het kwam daar weldra tot het spreken in tongen en tot de ekstatische beweging die zooveel van zich deed spreken.
Op dit oogenblik hebben zich de leiders der „Gemeinschafts"-kringen energiek tegen de be weging verklaard. In de eerste plaats was het Seitz, de leider der „Rijksbroeders", die de Los Acgeles-beweging den rug toekeerde. Het is te verwachten, dat de meeste Gemeinschaften de beweging buiten hare deur zullen sluiten,
Frankrijk. Loisy tegen de pauselijke encycliek pascendi.
In Duitschland openbaart zich wel het meeste verzet tegen 's pausen optreden tegen het modernisme in de Roomsche kerk, doch ook in Frankrijk worden er heel wat modernisten gevonden. Toen in het einde van October te Rome het anonyme antwoord verscheen van Roomsche modernistische geleerden, waarbij geprotesteerd werd tegen de pauselijke encycliek Pascendi Domini, werd dit aanstonds in het Fransch vertaald en te Parijs als programma der modernisten gepubliceerd. De schrijvers van dit geschrift verklaren, dat zij tégenover de hiërarchie, die de moderne geesteswereld niet verstaat, zullen voortvaren met het werk der verzoening tusschen de oude Roomsche traditie en het nieuwere geestelijk streven (mentalité) en het nieuwe sociale streven, tot stand te brengen. Zij zouden het bescheidener, stiller en waarschijnlijk meer in het verborgen doen, dan tot hiertoe het geval was, maar de zaak willen zij niet opgeven.
In Frankrijk staat de abt Loisy aan de spits der modernisten. Nadat hij een tijdlang gezwegen had, is hij nu weder voor den dag gekomen met een tweetal geschriften, waarin hij den strijd opnieuw aanbindt. Het eerste draagt tot titel: „Eenvoudige gedachten over de encycliek", waarin hij het betreurt, dat hij in de Roomsche kerk gebleven is, en zegt daarover : „wanneer ik de trotsche man was, die uwe Heiligheid in uw encycliek brandmerkt, dan was ik niet in de kerk gebleven, om al den smaad te dragen, waarmede men mij sedert vijftien jaar heeft overladen en dien gij ten hoogsten toppunt gedreven hebt." Hij verwijt den paus, öat hij het streven der modernisten in het geheel niet verstaat, wanneer hij hun verwijt dat zij uit grenzeloozen hoogmoed of uit jammerlijke onbekendheid met de middeleeuwsche wijsbegeerte zoo handelen gelijk zij doen, terwijl zij slechts aan hun tijd willen toebehooren dooi hunne^geestesbeschaving, hun denkmethode en kennis.
Ten slotte zegt Loisy, dat het onmogelijk vooruit te zien is, wanneer en hoe het moderne denken en de moderne maatschappij zich met het Roomsche geloof en de Roomsche instellingen verzoenen zullen.
Te gelijk met dit geschrift zond Loisy een groot boekwerk in het licht van tweededen, groot 1832 bladzijden, over de Synoptische Evangeliën, waarin hij op de manier van het leven van Jezus in Hilligenlei, de z.g. resultaten der radicaalste critiek overneemt. Alles wat maar eenigszins bovennatuurlijk is, wordt uit het Evangelie weggedaan, de te Nazareth als zoon van Jozef geborene Jezus is een slachtoffer van zijn Messiasverwachting en van zijn Messiaswaan geworden enz. Wat den grond van die kritiek en de wijsgeerig-religieuse beschouwingen van Loisy betreft, dit is een mengelmoes van half sentimenteele en half pantheïstische stellingen, zoodat men daarin van alles behalve het Christendom vinden kan. Zonder het te willen, heeft daarom Loisy aan de voorstanders der Roomsche kerk de scherpste wapens in de hand gegeven.
De nieuwe aartsbisschop van Parijs, Amette, heeft dan ook zoo aanstonds zijn geestelijkheid en alle geloovigen het lezen en verspreiden der jongste geschriften van Loisy verboden, Den aanhangers van het modernisme, die nog steeds in de meening verkeeren, dat er een verzoening van de kerk en de moderne maatschappij, van het geloof en de moderne wetenschap mogelijk is, kan er met recht op gewezen worden, dat de kritiek daarheen leidt, waar Loisy aangeland is. Er blijft voor hem geen andere weg open, als zich te onderwerpen öf uit de Roomsche kerk te gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 15 maart 1908
De Heraut | 4 Pagina's