Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Kinderen.

7 minuten leestijd

DE KLOKKETOREN.

VI.

EEN ANGSTIGE NACHT.

Ik keek naar mijn oom, om te zien wat hij doen zou. Hij stond als versteend het schrikkelijk schouwspel aan te staren. Toch scheen hij de vraag te begrijpen, die mij op de lippen zweefde.

„Ja, ja, ” sprak hij eindelijk, „ik weet wat ge zeggen wilt. Maar wat kan ik er aan doen? Dat bevel van den burgemeester bindt mij de handen, Hoe kan ik nu de klok luiden, zooals anders wanneer er brand is? Wie zou er nu als anders ook antwoord op geven? De trommelslagers hebben wel wat anders te doen! 't Lijkt wel dat de halve stad in brand staat. En ik, ik moet het maar stil aanzien. O, dat ik zoo iets moet beleven!"

Hij had gelijk, hij kon niets doen. Wij konden duidelijk het ratelen der spuitwagens door de straten hooren en het geroep en geschreeuw der mannen, die hen verzelden. Er was iets akeligs in die geluiden, dat mij trof. 't Was of dood en vernieling alom waren te bespeuren. Ik begon nu iets van het verschrikkelijke te begrijpen, dat de oorlog met zich brengt, als de menschen er op uit zijn elkander te vermoorden, en de een vernielt wat de ander heeft opgebouwd,

We keken het een poos zwijgend aan. Toen zei mijn oom: „'t Wordt dus ernst met de belegering, 't Is of alles moet plat geschoten. God erbarme zich over ons!”

„Maar waarom beschieten de Pruisen onze

stad? Wat hebben wij hun gedaan? " vroeg ik. „Wel zij willen Silezie behouden, nu zij 't eenmaal hebben." antwoordde mijn oom.

„Maar Silezië ligt toch niet hier oom. Waarom komen zij er dan hier om vechten? " vroeg

ik weer. „Ja dat uit te leggen, zou mij veel tijd kosten, " sprak mijn oom, „en \ dien heb ik op 't oogenblik niet te missen. Oostenrijk wil Silezie terug hebben, en onze keurvorst is een vriend van Oostenrijk. Misschien begrijpt ge er nu iets meer van. Maar luister, op 't oogenblik Jan, heb ik je wel wat anders duidelijk te maken."

„Het kan best gebeuren, dat er ook een kogel in den toren slaat. Want de booze geest van den oorlog, maakt geen onderscheid tusschen het huis van een burger en het huis van God. Met het oog daarop heb ik wat draagbaar was ingepakt en je uit den slaap geroepen. Op 't oogenblik is het gevaar nog niet aanwezig, maar het dreigt voortdurend. Je zult zoo lang we hier nog zijn, je moeten getroosten 'snachts te waken en over dag te rusten. Want van

wandelen zal wel niets komen. Wie zou daar ook lust toe hebben?

„Hoor nu goed, ” ging oom voort; „als de bommen onzen toren raken, is 't bijna zeker dat er brand komt. Komt die boven of aan de buitenzij aan, dan kunnen we langs den trap vluchten. Maar evengoed kan er beneden of binnen in den toren brand komen. Endaar moeten we op verdacht zijn. Ik heb buiten aan den omloop een hijschblok vastgemaakt met een sterk touw, en daaraan een groote mand. Als 't nu niet anders kan, gaan we in de mand zitten, en hijschen ons zelf naar beneden; kom mee dan kun je het zien." •'

We traden op den omgang, terwijl vurige stralen boven onze hoofden door de lucht schoten. Ik bekeek nauwlettend het geheele toestel, en toen ik over de borstwering naar beueden zag, kwam de wensch in mij op, dat we de mand nooit als vervoermiddel mochten noodig hebben. .

„Ge weet nu hoe 't in elkaar zit? vroeg oom; „zoo kunnen we desnoods ons redden, hoop ik, ”

Ik zei niet veel en mijn oom ging droevig voort:

„Je zult nu wel niet meer zeggen. Jan, dat mijn toestand er op gebeterd is. Ik ben vrij yan 't klok luiden, zeker; maar straks zijn we denkelijk ook zonder dak, en moeten een onderkomen zoeken. Doch laten we het in Gods

hand stellen. Hij regeert." „Maar waarom schieten ze juist in den nacht? " vroeg ik. „Ze kunnen dan toch niet zoo goed zien en mikken.”

„Al wat kwaad is zoekt de duisternis, mijn jongen, " sprak mijn oom ernstig. „De oorlog is het werk van den duivel, en wij weten allen wel, dat hij de werken der duisternis liefheeft, en de Schrift hem den vorst der duisternis noemt. Hij haat het licht omdat hij kwaad doet en het kwaad door het licht ontdekt wordt. De booze geest van den oorlog, en niet de god van den oorlog, zoo als de heidenen zeiden, doet het kwaad op groote pchaal, en hij is slim en schrander, om allerlei middelen uit te denken, om de menschen ongelukkig te maken. De meeste ongerechtigheden en misdaden worden gepleegd in den nacht. Dat er des nachts zoo veel geschoten wordt, is om den menschen in een belegerde stad, zoo min mogelijk rust te laten, wijl er allerlei dingen zijn, die toch alleen maar over dag kunnen verricht worden. Daarbij kunnen de belegerden elkaar bij nacht moeilijk helpen, wijl de duisternis dat belet. Ziet ge ook wel, hoe de bommen juist gericht worden op de plekken waar al brand is ontstaan? ”

Ik begon heimelijk spijt te gevoelen, dat ik den krijgsmanstand had gekozen. Wel was de oorlog toch iets afschuwlijks, heel anders dan het wel eens op schilderijen enz. wordt afgebeeld! De slaap was nu geheel bij mij verdwenen; ik had slechts oogen voor het verschrikkelijke schouwspel dier brandende huizen. Ik kon mij niet begrijpen, hoe het mogelijk was, dat terwijl de een op allerlei wijs poogde het vuur te blusschen, de ander telkens weer opzettelijk huizen in brand schoot. En dat om een stuk land ver van ons van daan, dat zelfs niet eens bij Saksen behoorde.

Juist was ik weer met oom in gesprek geweest, toen we verschrikt allebei opsprongen, door een uitbarsting in den toren beneden ons.

Ik wilde haastig naar den omloop gaan om de mand af te laten, maar mijn oom zei:

„Nog niet; dat kan kwalijk de losbarsting van een bom zijn geweest.' Ik zal eens gaan zien.”

Natuurlijk ging ik mee. We klommen den trap af, tot op de eerste verdieping. Daar vonden we een zestal Oostenrijksche soldaten, die stonden bij twee kleine kanonnen, wier mondingen in de kijkgaten waren gelegd. Ik had die kanonnen honderd maal gezien. Want ze dienden in vredestijd, om den aanvang van Kerstfeest, Paaschfeest en Pinksterfeest aan te kondigen. Weinig had ik gedacht dat ze ooit zouden gebruikt worden, om op onze belegeraars te schieten. De kamer waarin de ka nonnen stonden, lag vol kogels en ander krijgstuig. Het afschieten der kanonnen had het gebulder veroorzaakt, dat ons boven zoo had doen schrikken.

Uren lang ging het schieten voort. Men had er bij ons blijkbaar niet op gerekend dat de Pruisen zoo spoedig zouden beginnen. Doch nu haastten zich Saksers en Oostenrijkers dan ook om zich te weer te stellen. In den nacht' hoorde ik hoe de zware kanonnen ratelden door de straten, en gesleept werden naar plaatsen, tegenover den kant waar de vijand gelegerd was. Als donderslagen klonken telkens de losbrandingen op de wallen ons in de ooren. Van den vijand zelf was nu echter niets te zien, en ik begreep niet, hoe het voor de onzen mogelijk was, in den duister raak te schieten. Ons arme Dresden was helaas een maar al te zichtbaar mikpunt, vooral nu de opstijgende vlammen duidelijk aanwezen waar de stad lag.

Tot een uur of vier in den morgen zaten oom en ik op. Uit onzen toren werd beneden nu en dan geschoten, doch maar weinig. Denkelijk droegen de kleine kanonnen niet ver genoeg.

Toen bet morgenlicht aanbrak minderde het schieten, en hield weldra geheel op. 't Was een oogenbiik verademing. Ik keek oom vragend aan en hij zei:

„Jan, we krijgen nu hoop ik, een poosje rust. Laten we wat gaan slapen, nu dat bij nacht niet gaat. We zullen wellicht straks onze kracht noodig hebben."

En zoo gingen we weer ter rust en sliepen ongestoord tot de middagzon aan den hemel stond.

HOOGENBIES.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 april 1908

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 april 1908

De Heraut | 4 Pagina's