Leestafel.
PBOF. P. BIKSTKRVELD, DR. J. VAN LONKHUYZEN en DS. R. J. W. RUDOLPH, Het Diaconaat, Handboek ten dienste der diaconieën. Hilver sum. J. H. WiTZEL.
„Reeds lang was van verschillende zijden (ook mi t sterken aandrang van de Centrale Diaco nale Conferentie) gevraagd om een handboek voor het Diaconaat. Wel vinden de diakenen elke maand voorlichting over onderscheidene vragen hun ambt betreffende in het Diaconaal Correspondentieblad, maar van zelf kan daar niet stelselmatig in doorgaande verhandeling uiteengezet, alles wat tot de rechte kennis en volvoering der ambtelijke werkzaamheden dient. Mca gevoelde de behoefte aan een boek dat m'.n elk oogenblik kan opslaan, en daarnaast hei. Correspondentieblad om actueele vraagpunten te bespreken, en op de hoogte te blijven van wat er in en buiten onzen kring op het gebied der armverzorging omgaat."
„De schrijvers van dit boek hebben dit werk ondernomen, in de hoop alzoo de goede uitoefening van den dienst der barmhartigheid te bevorderen, naar de beginselen die daarvoor hebben te gelden."
Aldus de schrijvers van Het Diaconaat in het woord dat zij aan hun Handboek vooraf laten gaan.
Metterdaad is dit werk, — een kloek boekdeel van ruim 600bladzijden, — eenbelangrijke publicatie op het gebied van de theorie van den dienst der barmhartigheid.
Dit is nu ten onzent het boek over het Diaconaat.
Het bestaat uit drie deelen.
I. De geschiedenis van het Diaconaat.
II. Het Diaconaat in zijne uitoefening.
III. Het Diaconaat en het publieke leven.
Van deze drie deelen nam DR. J. VAN LONK HUYZEN het EERSTE voor zijne rekening en gaf eea geschiedenis van het Diaconaat, die tot het beste mag gerekend worden, wat op dit gebied ten onzent is geleverd. Dit eerste deel bestaat uit vijf hoofdstukken (p. 9—p. 222). Na een uiteenzetting der beginselen in de eerste twee hoofdstukken, volgt in het derde: een beschrijving der Christelijke liefdadigheid in de Middeleeuwen; in het vierde: de Reformatie en de armenver zorging bij de Lutherschen, bij Zwingli, in de Engelsche Kerk, het diaconaat bij Calvijn en in de Gereformeerde Kerken, het diaconaat van de i6e tot de 19e eeuw; in het vijfde: het diaconaat, de kerkelijke armenzorg en de Chis telijke liefdadigheid tot op onzen tijd.
Ten slotte vat de schrijver de les der historie voor de rechte diaconale armenzorg aldus samen: „een levende en meelevende gemeente, zoo min mogelijk generaliseeren in reglementen en bepahngen, een uitbreiding van het getal diakenen naar den nood der armen, niet meer dan 4 of 5 rme gezinnen voor een diaken, en vooral alleen iakenen met liefde en algeheele toewijding. et diaconaat late het organisme vrij zich beegen en werken, maar het diaconaat hebbe en oude en neme op alle terrein der barmhartigeid meer de leiding, opdat de middeleeuwsche ersplintering der krachten, de onvruchtbaarheid g o g l m z m d d an arbeid en het gebrek aan samenhang en amenwerking voorkomen worde. Het diaconaat oeke daartoe een gezond verband tusschen en arbeid van de Kerk als organisme en het Kerkelijk instituut te leggen."
Het TWEEDE deel: Het Diaconaat in zijnt itoefening, (p. 223—400) is bewerkt door ROF. BIESTERVELD, die tevens de hoofdleiding bij heel de bearbeiding van dit werk had. Zoo iemand, dan was voor deze taak PROF. BIE STERVELD, die jaren lang de theorie der ambteijke vakken heeft bestudeerd en gedoceerd en daarbij steeds voeling hield met de praktijk, —de rechte man. De Hoogleeraar handelt in dit deel in vijf hoofdstukken achtereenvolgens over; Het ambt van den diaken; het bijeenbrengen der middelen; het uitdeden der gaven; de diaconie en de particuliere barmhartigheid; de diaconie en de kerkelijke vergaderingen. In het ie hoofdstuk gaat het om de institutie en de eigenaardige taak van het ambt; over de vereischten voor een diaken, over de diaconale vergadering, en het diaconale ambt in zijn verhouding tot de andere ambten. Ook de vraag omtrent de diaconessen komt hier ter sprake, In het 2 e en 3 e gaat het over den arbeid der diakenen. Eerst over het verzamelen der middelen en daarbij dan over de beginselen; over goede en verkeerde middelen, over diaconale fondsen en over de administratie.
Dan over: het uitdeelen, en wel over principiëele vragen als die van het recht op onderstand; over de .voorwerpen der diaconale verzorging; over het voorkomen van armoede; weezenverpleging en zorg voor ouden van dagen.
In zijn vierde hoofdstuk waarin, zooals ik reeds mededeelde, de schrijver over de diaconie en de particuliere barmhartigheid spreekt, handelt hij dan over de barmhartigheid die door de geloovigen ieder voor zich, als die door geloovigen in vereenigingen en stichtingen geoefend wordt. En nu komt het tot beantwoording van de vragen, wie in de eerste plaats moeten voorgaan en welk verband er moet zijn tusschen de vereenigingen in de gemeente en de diaconie. Eindelijk handelt de geachte schrijver in dit hoofdstuk over de gestichten en de suppletiefondsen. „Immers, zoo zegt hij, „ook de laatsten komen uit de gemeente op, en zijn dus tot de particuliere barmhartigheid te rekenen."
Een vijfde hoofdstuk gaat over de verhouding van de diakenen tot den kerkeraad, uit welke verhouding dan die tot de meerdere kerkelijke vergaderingen wordt afgeleid.
Onder al deze rubrieken nu vinden de vele vragen, die tegenwoordig telkens in den arbeid der barmhartigheid zich voordoen, hare beantwoording.
De uitwerking van het DERDE deel eindelijk: Het Diaconaat en het publieke leven (p, 401— 603) gaf Ds, R. J, W-RUDOLPH. Deze, niet slechts Theoloog maar ook jurist, was voor dit deel van de taak als aangewezen. Bovendien heeft hij voor wat betreft de krankzinnigenwet adviezen ingewonnen bij DR. J. V. DALE, directeur-geneesheer te Ermelo-Veldwijk; voor wat betreft de kinderwetten bij MR. N. DE RIDDER, burgemeester van Leiden en J. R. SNOECK HEN-KEMANS te 's-Gravenhage.
Ook dit derde deel is gesplitst in vijf hoofdstukken.
Het diaconaat en het publieke recht. Het diaconaat en het private recht (hoofdstuk II en III). Het diaconaat en het maatschappelijk vraagstuk. Het probleem eener nieuwe armen
wet. Ook dit deel van het werk is voor den Gereformeerden diaken van groot belang. Hij wordt hier bekend gemaakt met tal van publiek-rechtelijke bepalingen, waarmee voor het diaconaat ie rekenen valt, en evenzoo met tal van privaatrechtelijke regelingen en bepalingen waarvan hij allerminst in onze dagen onkundig mag blijven. Omtrent het sociale leven wordt hij bier nader ingelicht, en eindelijk wordt de „brandende quaestie" van de wettelijke regeling van het armwezen hier nader onder zijn aandacht gebracht.
De drie schrijvers hebben aanspraak op den dank van onze diakenen. Dit werk, een echt Handboek, mag in geen diaconale vergadering ontbreken en dient door ieder diaken te worden gelezen, bestudeerd, geraadpleegd. De prijs is /5.25 ingenaaid, gebonden in zwarten stempelband met lederen rug ƒ6.25.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 26 april 1908
De Heraut | 4 Pagina's