Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

5 minuten leestijd

Duitschland. Een merkwaardige vergadering ter handhaving der autonomie der kerken.

Den 203ten Mei werd te Keulen eene vergaderirg gehouden, die als eenig in de annalen der Pruissische landskerk kan geboekt worden.

Sedert eenigen tijd'was er in de gemeenten van de Rijnprovincie in Westfalen zekere beweging op te merken. Hoe meer men met het ontwerp van de nieuwe wet op het benoemen van predikanten in hare motieven en strekking bekend werd, hoe meer de kerkeraden er op bedacht werden. om de rechten van de hun toevertrouwde gemeenten te verdedigen. Men stuurde er daarom op aan, om in deze tot gemeenschappelijk inzicht en handelen te komen.

De heer W, Haustein van Dusseldorf riep de ouderlin en der gemeenten samen om eene vrije vergadering te houden, ten einde te bespreken welke houding men moest aannemen tegenover de voorgestelde wet.

Met enkele anderen had hij op de algemeene synode der Pruissische landskerk de rechten der gemeente verdedigd; hij was daarom de aangewezen man om de oproeping te doen.

Er kwamen te Keulen r5o vertegenwoordigers van kerkeraden uit Rijiiland samen. Van de grenzen van Holland, van de oevers van den Moezel waren de vertegenwoordigers der oude Kruifgemeeuten gekomen. Van sommige plaatsen kwam de geheele kerkeraad. Het was niet een vergadering van predikanten met hier en daar een beambte er tusschen; neen, de leden kwamen uit werkplaatsen en kantoren, van achter den ploeg en het weefgetouw om er bij te zijn wanneer men moest strijden voor de vrijheid zijner kerk.

De samenkomst werd geopend met het zingen van „Sollt' ich meinen Gott nicht singen? '' en „Wie ein Adler sein .gefieder" en een welkomstgroet van den voorzitter Haustein. Na het verkiezen van een moderamen kreeg de kerkmeester der Gereformeerde gemeente te Elberfeld, de heer Dr. Juris de Weerth, het woord, om het wetsontwerp in zake het benoemen van predikanten te bespreken.

Spreker deed uilkomen hoe de keik van Rijnland reeds meermalen door de algemeene synode verkeerd was behandeld. Er was in § 10 der kerkorde toch uitdrukkelijk bepaald, dat de synode geen verandering in de kerkorde brengen mag, dan na het advies van de synoden der beide westelijke provinciën te hebben ingewonnen. Ook in het onderhavige geval heeft men zich eenvoudig aan deze bepaling niet gestoord, zoodat men nu op het voorstel der synode „ja" of „neen" heeft te zeggen, in plaats dat men zich eerst daarover uitspreken kan. De westelijke provinciën hebben zich de krenking harer rechten in onderscheidene gevallen deemoedig laten welgevallen. Zij bezitten praesides die zij zelve gekozen hebben, die zich bij feestelijke gelegenhedeh gaarne als zoodanig lieten gelukwenschen, om de rechten hunner vaderlandsche kerk goed voor te staan maar in Berlijn vonden de heeren niet liet rechte woord om voor hunne kerk op te komen, om de geheele beraadslaging voor onwettig te verklaren en zich van alle verdere deelname aan de beraadslagingen te onthouden. De vergadering van ouderlingen te Keulen nam ten slotte eene door den heer Hajistein voorgestelde resolutie aan, waarin het voorgevallene betreurd en de Provinciale synode uitgenoodigd werd voor de toekomst eene dergelijke behandeling krachtig tegen te staan. Terecht maakte een ouderling de opmerking, dat de Provinciale synode het aanhangig gemaakte voorstel niet in behandeling mocht nemen, rcaar het eenvoudig aan de algemeene synode had terug te zenden.

Dit was slechts een voorpostengevecht over een formeele quaestie. De referent toonde daarna aan, dat de Opperkerkeraad ten onrechte gewaagd had van een heerschenden nood, die niet bestond, dat hel wetsvoorstel onderscheid maakte tusschen arme en rijke gemeenten, dat het in strijd was met de autonomie der gementen en dat eene gemeente het recht hebben moest om haren predikant zelf te kiezen.

De voordracht van den heer Haustein werd levendig toegejuicht. De superintendent Muller nam hierop het woord om te betoogcu, dat het voorsiel van het hoogste kerkbestuur totaal onaannemelijk was. De vergadering sprak het ook uit, dat men geen enkelen voorslag zou aannemen waarbij het vrije kiesrecht der gemeente beperkt werd, en dat het alleen met de waardigheid eener Christelijke gemeente overeenkwam, wanneer zij dit recht ook kon uitoefenen. Men wilde den opperkerkeraad den voet niet dwars zetten; voor het vele geld dat dit lichaam, om zijn taak te volbrengen noodig, heeft, dragen de gemeenten in Rijnland ruimschoots bij; des te meer moest men nu energiek tegen dit kerkbestuur „neen" zeggen, In dien zin werd de resolutie aangenomen, dis aan duidelijkheid niets te wenschen overlaat en welke aan alle Evangelische gemeenten van Rijnland en Westfalen gezonden zal worden

Pastor Kolfhaus uit Elberfeld zegt dat deze vergadering onvergetelijk zijn zal voor allen die aan haar deel namen. Een blad uit Rijnland schreef onlangs, dat het hooge gevoel van zelfstandigheid, dat bij het voorgeslacht aangetroffen werd, aan het verdwijnen was. Dit is wel waar, maar het schijnt dat het willekeurig handelen van den opperkerkeraad dit sluimerend gevoel weer heeft wakker gemaakt. Gestorven was het nog niet, wel ingeslapen.

Tot ons leedwezen voegt de geachte predikant uit Elberfeld er aan toe: „Broederlijk was om de dierbare banier der vrijheid vereenigd, wat door den theologischen strijd verdeeld was. Ditmaal staan predikanten en ouderlingen van allerlei theologische schakeeringen schouder aan schouder, zij gevoelen zich als zonen van hunne door God zoo rijk gezegende vaderlandsche kerk, wier eigenaardigheid eu zelfstandigheid zij niet willen prijsgeven.”

Wij houden het er voor, en ook pastor r Kolfhaus zal dit moeten toegeven, dat de kerk w alleen met kracht hare zelfstandigheid kan bewaren, als zij staat voor hare belijdenis.

Die belijdenis roemt Christus als den Koning m der koningen, en alleen door aan het Koning h schap van Christus over zijn duurgekochte kerk g te blijven vasthouden, kan men in beginsel het b streven van een van boven opgelegd kerkbestuur wederstaan en de vrijheid der kerk handhaven.

Hoezeer wij er ons dus in verheugen, dat men in de kerken van Rijnland en Westfalen is opgestaan, om een kerkbestuur te wederstaan, dat wilde ingrijpen in de rechten der gemeenten, — wij betreuren het, dat daarbij een soort van fusie heeft plaats gehad van rechtzinnigen en modernen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 juni 1908

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 juni 1908

De Heraut | 4 Pagina's