Aangaande de bevestiging van Dr. B. J. Esser
Aangaande de bevestiging van Dr. B. J. Esser als Zendingsdienaar te Rotterdam deelt de Rotterdamsche Kerkbode het volgende mede:
Op Hemelvaartsdag heeft de Heere onze Kerk van Rotterdam en de met haar in de Zending samenwerkende Kerken van Zuid-Holland ten ZuideD, weder genadig bezocht door de bevestiging en intrede in den Missionairen Dienst des Woords en der Sacramenten van Dr. B. J. Esser.
Onder den nog altoos roerenden indruk van het plotseling overlijden ten voiigen jare van onzen onvergetelijken Ruyssenaers, stroomde de gemeente aan den morgen in overgrooten getale in de Nieuwe Wesferketk saam, om deel te nemen aan de bevestiging van haren nieuwen Missionairen Dienaar, onder leiding van Ds. H. C. van den Brink, aan wien door den Kerkeraad, naar toerbeurt deze bevestiging was opgedragen.
Onder het zingen van Psalm 24 : i, 4 en 5, beklom Ds. van den Brink den kansel, om m zijn inleiding het overlijden te gedenken van onzen diep betreurden Ds. Ruyssenaers, en Dr, Esser te begroeten als onzen nieuwen Missionaris, door wien de Heere balsem kwam gieten in onze nog schrijnende wonden.
Na dezen nieuwen Dienaar met de belangen der Gemeente en der Zending in het gebed den Heere te hebben opgedragen, koos hij tot bevestigingstekst Psalm 47 ; 2 en i: „Al gij volken/ klapt in de hand; juicht Gode met een stem van vreugdegezang. Want de Heere, d Allerhoogste, is vreeselijk, een groot Koning o de gansche aarde''
Bij de toelichting dezer woorden in verband met het feest van den dag, stelde hij in het licht, dat hier „al de volken worden opgeëisc voor den' liefdedienst des Heer en, daarbij wij zend op den inhoud en den grond van dien eisch, om in verband daarmede de aandacht te vestigen op ket doel, de kracht en de vrucht van den Zendingsarbèid.
Nadat nog gezongen was Ps. 121: , ging Ds. V. d. B. tot de bevestiging over, volgens het daarvoor synodaal vastgestelde formulier, waarna hij nog eene bijzondere toespraak hield tot broeder Esser'en zijne echtgenoote, en, na het zingen van Psalm 121:4, ging de gemeente uiteen, om in den avonddienst weder te keeren in even grooten getale, tot het hooren der intreepredikatie van Dr. Esser.
Te 6 ure trad Dr. Esser op onder het zingen van Psalm 89 : i. Na in den gebede de gemeente, den arbeid en de arbeiders der Zending alsook zichzelf en zijne gade den Heere te hebben opgedragen, koos hij tot tekst Efeze 3:7: Waarvan ik een dienaar geworden ben, na de gave der genade Gods, die mij gegeven is, na de werking Zijner kracht, naar aanleiding daarvan sprekende over: e. de uitnemendheid van Gods genade; 2 e. de werkzame kracht dier ge nade; 3 e. de maatstaf van den arbeid en de gro van verwachting, welke die genade ons biedt.
Daarna volgden de toespraken tot de gemeente, den kerkeraad der zendende Kerk, en die der saam werkende Kerken, de ambtgenooten, en in het bijzonder den bevestiger, de generale deputaten. de afgevaardigden van Zendingscorporatiën, en onder hen vooral Ds. Gunning, die het Nederl. Zendeling-Gen. vertegenwoordigde.
Na het dankgebed sprak nog Ds. Breukelaar van Zaandam, namens de generale deputaten, een hartelijk woord, waarvoor Dr. Esser bedankte.
Na den nazang. Psalm 111:4, zong de gemeente nog Ds. en mevr. Esser toe Psalm 134:3.
Des avonds na de godsdienstoefening gaven Dr, en mevr. Esser nog gelegenheid, in de bovenzaal van het kerkeraadsgebouw, tot het brengen van een afscheidsbezoek, waarvandoor vele broeders en zusters een dankbaar gebruik werd gemaakt.
Bij die gelegenheid boden eenige zusters der gemeente-aan Dr. en mevr. Esser nog een compleet stel instrumenten .en verbandmiddelen, benevens eenige daarvoor noodige boeken ten geschenke aan, die door tien met blijdschap en dankbaarheid werden aanvaard.
Maandag i dezer vertrokken Dr. en mevr. Esser des avonds te ruim half acht ure van Amsterdam, waar hun uitgeleide geschiedde door twee leden der Zendingscommissie, om D. V. op 10 of II dezer met het stoomschip Vondel van de Maatschappij „Nederland" van Genua door het Suezkanaal naar Java te vertrekken.
De Heere geleide hen veilig naar hun arbeidsveld en stelle hen daar tot in hoogen ouderdom tot rijken zegen.
Dat er voor hen uit de gemeente en uit de samenwerkende kerken gedurig gebed opga tot den troon der genade.
Met die bede stemmen we van harte in.
Het is ons een oorzaak van vreugde, dat de zoon van onzen uitnemenden Esser, die zulk een kloek getuigenis voor het Christendom in Indië gaf, thans naar Java gaat, om daar het Evangelie te verkondigen.
Daarin wordt een hartewensch van den vader vervuld.
God geve, dat Dr. Esser met zijn gade n goeden weistand straks in Java aanko. men, dat hun arbeid rijkeiijk worde geze. gend en dat hun een geopende deur wordt geschonken in de harten der inboorlingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 14 juni 1908
De Heraut | 4 Pagina's