Leestafel.
I. P, BIESTERVELD, Hooglseraar aan deVrijo Uüivei'siteit. Het Huisbezoek. Tweede Druk. KAMPEN, J, H. BOS, 1908,
Toen PROF, BIESTERVELD, ia 1900 zijn: Het Huisbezoek uitgaf, is dit werk, —vruchten van pastorale praktijk èa van scholastieke theorie, — in ons vaderland en ook daarbuiten met belangstelling ontvangen en gunstig, ook in ons blad, beoordeeld.
De specifiek Gereformeerde instelling van het ambtelijk huisbezoek, de visitatio domestica, trad er in haar belangrijkheid en onmisbaarheid weer door aan het licht.
Zoo voor Ouderlingen als voor Dienaren des Woords, tot wier arbeid immers ook de«e ver-• richting behoort, viel hier veel te leeren.
De hoogleeraar verdeelde zijn stof over 8 § §
I. De bijzondere verzorging der gemeente in de H. S.
2. Het huisbezoek in de historie.
§ 3, Het karakter van het huisbezoek.
§ 4-Het doel van het huisbezoek.
§ 5. De noodzakelijkheid van het huisbezoek.
§ 6. Door wie het huisbezoek moet worden verricht.
§ 7. De inrichting van het huisbezoek.
§ 8. Wat de rechte oetening van het huisbezoek van den herder vraagt.
Metterdaad was hier al het wetenswaardige omtrent theorie en praktijk van het huisbezoek bijeen gebracht. Wie omtrent eenig punt nadere inlichting begeerde, vond hier een betrouwbaren gids.
Het boek is dan ook zoo grif gekocht, dat een nieuwe druk noodig werd.
Daaraan is nu tegemoet gekomen.
In dezen tweeden druk is hier en daar wat vermeerderd en gewijzigd, maar vooral heeft de hoogleeraar er thans, meer dan vroeger, rekening meê gehouden, dat Zr< r/j? ««^«ö«^ niet alleen voor predikanten, maar ook voor Ouderlingen bestemd is. Daarom heeft hij dan ook het Latijn en Grieksch óf vermeden of in onze taal overgezet.
Zeker zal het werk daardoor in bruikbaarheid winnen.
De uitgever zorgde voor een keurige uitvoering.
Mochten sommige Kerkeraden kunnen besluiten tot het oprichten van een Kerkeraads-bibliotheek, dan mag daarin van de nieuwere literatuur BIESTEEVELD'S Het Huisbezoek evenmin ontbreken als het onlangs hier door mij besprokene werk oyer Het Diaconaat.
2. P. A. E. SiLLEVis SMITT, Dienaar des Woords te Rotterdam, Johannes de Dooper, de wegbereider des Heeren, AMSTERDAM, H. A, VAN BOTTENBURG, 1908.
Deze monographic van den begaafden prediker te Rotterdam wil voor alles een stichtelijk werk zijn; het boek begeert, zooals de schrijtrer zelf zegt, „een plaats onder de opbouwende lectuur voer ons volk, dat leeft bij Gods Woord”.
In onze stichtelijke literatuur behoeft het zich zeker geen plaats te veroveren, want het zal er zich met gratie een plaats der eere in zien aangewezen.
Metterdaad biedt de lezing van dit boek „een klimmend geestelijk genot" en wordt men er door opgebouwd in zijn geloof.
Met dit al staat deze monographie hooger dan wat men veelal onder een „stichtelijk" werk verstaat. Is het opbouwen al einddoel, de schrijver zou dit doel nimmer zoo uitnemend hebben bereikt als hij gedaan heeft, indien hij niet ook aan den arbeid op uitlegkundig en historisch gebied, welken deze monographie eischte, zoo groote zorg had besteed.
Hierdoor kreeg deze levensschets van DEN DOOPER ook wetenschappelijke waarde. Aan monographieën over JOHANNES DEN DOOPER is de literatuur niet overrijk.
SMITT biedt er ons hier een van blijvende waarde.
De verschillende schriftuurplaatsen betreffende JOHANNES DEN DOOPER heeft hij nauwkeurig geëxegetiseerd. Maar al was ook de Schrift hoofdbron voor zijn onderwerp, wat er bij oudere en nieuwe schrijvers over den DOOPER te vinden is, heeft de geachte schrijver zorgvuldig en critisch bestudeerd en in zijn boek verwerkt.
Wie voortaan over den DOOPER wil spreken of schrijven zal ook met deze monographie rekening hebben te houden.
Moge dit boek, waar het vereenigt wat elders niet dan verstrooid ligt, veler kennis verrijken, maar ook — waarom het vooral is geschreven — Gods volk stichten,
3. Oud Christelijke Geschriften in Nederlandsche Vertaling, uitgegeven door het Haagsch genootschap tot verdediging van den Christelijken Godsdienst, onder redactie van DR. H. U. MEYBOOM, Hoogleeraar te Groningen. Leiden, — A. W. Sythoff's Uitg. Mij. 1908.
Op deze belangrijke en zeker ook door ons Gereformeerden te steunen uitgave heb ik reeds voor enkele weken hier de aandacht gevestigd. Thans zij er op gewezen dat van de vertaling van Eusebius' Kerkgeschiedenis door DR. H. U. MEYBOOM Boek V—VII is verschenen:
4 Dr. H. BAVINCK, Hoogleeraar te Amsterdam, Christelijke Beginselen en Maatschappelijke verhoudingen. Utrecht. G. J. A. Ruys. 1908.
De Uitgever Ruijs, te Utrecht heeft aan de heeren Prof. Dr. H. VISSCHER te UTRECHT en Prof. Mr. P, A. DIEPENHORST de redactie opgedragen van een serie geschriften over soriale onderwerpen. Beide heeren hebben zich toen de medewerking verzekerd van „de uitnemendste vertegenwoordigers van alle protestantsche rechtsche groepen, om aldus op de breedste schaal van alle zijden de problemen te doen toelichten door mannen die alleszins bevoegd geacht worden over belangrijke detailkwesties een grondig oordeel te vellen". Deze serie geschriften, populair, doch op degelijke en grondige wetenschap rustend, zijn bestemd voor allen, die in de sociale vraagstukken belang stellen, voor vakvereenigingen en christelijke werkliedenvereenigingen, voor kiesvereenigingen en christelijke jongelingsvereenigingen.
Van harte kunnen ook wij deze onderneming toejuichen.
Van de xe serie dezer geschriften vormt nu BAVINCK'S brochure van 45 bladzijden het xe nummer.
De geachte schrijver begint in dit geschrift, dat als het ware een inleiding is tot al de volgende, met de opmerking, dat over de houding, welke onze Heere Jezus Christus tegenover de Maatschappij en hare vraagstukken inneemt, de meeningen zeer verre uiteenloopen.
Al dadelijk vestigt hij dan onze aandacht op twee contradictoire meeningen.
Eerst die van de sociaal-democratie, welke, krachtens haar historisch materialisme, ook het obristendom laat ontstaan uit de oekonomische toestanden van den toenmaligen tijd, om dan in Jezus in de eerste plaats een maatschappelijk hervormer te zien.
Dan, - die van hen, — en als type geldt hem hier FR. NAUMANN in Duitschland, — welke meenen, dat de christelijke religie niets met de maatschappij en den Staat heeft te maken en dat Jezus zich hoegenaamd niet bekommerde om de belangen der maatschappij, zich volstrekt niet bemoeide met de werkzaamheden van den Staat. /
Tegenover deze uiteenloopende meeningen wil nu BAVINCK aan de Schrift zelve het woord geven. Natuurlijk, en hij erkent dit daa ook zelf, is het hem niet mogelijk, in dit zoo kort bestek van 45 bladzijden, den ganschen inhoud der Schrift over de maatschappij en haar verhoudingen uiteen te zetten. Maar met de diepe Schrift-kennis en den wijsgeerigen zin waarover deze schrijver beschikt, is het hem toch gelukt de hoofdzaken voor zijn lezers duidelijk in het licht te stellen, en te komen tot een vaststaand en praktisch resultaat omtrent de christelijke beginselen voor de maatschappeliike verhoudingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 14 juni 1908
De Heraut | 4 Pagina's