Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„Geen offerande meer.”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Geen offerande meer.”

7 minuten leestijd

In welken wil wij geheiligd zijn door de offerande des lichaams van Jezus Christus, éénmaal geschied. Hebr. lo: lo.

Een begane zonde maakt onrustig. Nu gaat bfj wat men kleine zonden pleegt te noemen, die onrustige indruk spoedig weer weg. We leven te snel. De ééne indruk verdringt den anderen, en ons ontzag voor Gods heilige wet is vaak zoo ondiep. Maar was de zonde, die we begingen, eenigszics ernstiger; was 't een zonde van een ander karakter, dan waarin we dagelijks vervallen; vooral, had ze gevolgen, die we voor oogen zien, en waarbij ook anderen betrokken zijn; dan gunt zulk een zonde ons geen rust, dan wordt ze een donkere plelc in onze herinnering die ons hindert, en dan spitst de ziel er zich op, om die zwarte stip weg te krijgen. Begaan is ze, maar is er geen middel om ze in haar werking te niet te doen, en ze zóó uit de herinnering weg te nemen en in vergetelheid te dompelen, dat ze ons door haar verwijt niet meer steekt, en door den heiligen God, als Hij aan ons denkt, niet meer gedacht worde.'

Voor die harde vraag heeft wie een ernstige zonde beging, in alle eeuw en onder alle volk gestaan, en het antwoord op die vraag was steeds en overal: Verzoen uw zonde door het brengen van een offerande. Niet alsof het offer uitsluitend voor zondeschuld en zonde gebracht werd; dank-en iofoffers en offers ter afwending van ramp en gevaar liepen er meest naast. Maar het oiïer als offer is zoo oud als de wereld. AbeJs offer behaagt Gode. Noach brengt offerande. De patriarch Abraham, de vader aller geloovigen, doet desgelijks. En in Israël wordt door God zelf een wijdvertakte dienst van allerlei offerande ingezet. En steeds was onder deze offers ook de offerande voor de zonde. Lezen we niet van Job, dat h^, uit beduchtheid dat zijn kinderen bij hun feestmaal hun God hadden vergeten, lammeren slachtte hun tot zoen.

Laat nu de vraag rusten, hoe men zich ie werking van zulk een offerande voor de zonde voorstelde. De één verstond het zus, de ander begreep het zoo. Genoeg, dat aller doel was verzoening te vinden. En als die zoen gevonden was, dan stak de zonde niet meer, en gold het alsof ze niet begaan was.

Vandaar dat ge in elke religie, bij eiken eeredienst, bij elke handeling in het heilige steeds en overal de offerande voor de zonde vindt. Niet altoos, maar toch bijna als regel, de offerande van iets dat leeft, en nu in het offer op het altaar gedood wordt; een lam, een vogel, een ram en ook wel een lief kind, als bij den Moloch.

Dit laatste was vreeslijk, maar het verried dan toch, dat men de zaak van schuld en zonde ernstig opvatte. De »donkere plek der zonde" moest weg. Er moest verzoening komen. En vandaar het altaar, en vandaar de offerande.

Slechts één religie, die der eerste Christenheid, deed het zonder. En wel heeft men later hierin niet berust, en poogde in het onbloedig misoffer de offerande voor de zonde te herstellen. Maar in de eeuw der Reformatie brak men hier weer meê, en uit onzen eeredienst is nogmaals elk altaar en elke offerande geweerd.

Geen offerande meer voor de zonde! is gfondtoon van onze aanbidding.

Niet natuurlijk, alsof onze eeredienst de offerande voor de zonde overbodig zou ver • klaren. Integendeel, trouw en standvastig-'yk belijden we, dat elke zonde moet verzoend worden, en dat er zonder geen verzoening bestaan kan,

, Alleen maar, we aanvaarden, dankend en Jibelend, de betuiging der Schrift, dat Chris-^ „met ééne offerande in eeuwigheid vo'maakt heeft hen allen die geheiligd worden". N v h M

Geen aparte verzoening voor elke aparte ^onde. Niet bloem voor bloem, en blad voor Wad, en tak voor tak van de giftige plante ^w zonde ontsmet, maar heel die plante "« zonde met al wat er giftig aan uitschoot, °P éénmaal verzoend. De verzoening van ""ze daden en woorden teruggaande op heel onzen persoon, op heel onzen mensch, op geheel ons innerlijk wezensbestaan. En dat alles door ééne offerande op éénmaal pfzoend in het bloed van het heilig Godsam, omdat in dat bloed zijn leven was.

. Maar door die offerande aan het Kruis 'S met zonde en schuld dan ook afgerekend. Ziende op het Kruis, heeft de heilige God onze schuld en zonde in de diepte der zee geworpen. En nu is de vrucht van het geloof in dit Kruis, wat onze Kerk in haar Catechismus zoo rijk en treffend belijdt: „als had ik nooit zonde gedaan, ja, als had ik 't al volbracht, wat Christus voor mij volbracht heeft, voorzoover ik zulks met een geloovig harte aanneem".

Christus is de Verzoener, en verzoend is al wie in Christus is ingelgfd.

Hoe zou er dan naast of bij Christus nog een offerande voor uw zonde zijn kunnen? Voor welk ander altaar dan het Kruis van Christus zou in onze heilige aanbidding dan plaats ztjn?

Denk daarom nooit, dat ge voor wat zonde ook ooit boete kunt doen. Het bloed van het heilig Godslam sluit elk denkbeeld van boete uit.

En toch sluipt zoo licht de gedachte in, als onze zonde ons bittere gevolgen veroorzaakt, of als, na een begane zonde, ongeval en tegenspoed ons treft, dat dit lijden een boete voor onze zonde zou zijn. Of ook vat wel het denkbeeld post, dat we, zoo er zonde begaan is, door eens mild te geven, of ons aan genot te spenen, zekere boete voor onze zonde kunnen doen.

Alles zelfbedrog en verloochening van het Kruis van Christus!

Er kan bij het offer van Christus niets bij. Al wat ge er aan toe wilt voegen, verkleint de waarde van 't Kruis.

Waar door ééne offerande uw schuld voor eeuwig geboet en verzoend is, is voor een bijkomende boete of verzoening geen plaats.

Het is alles afgedaan. Het is alles geboet en verzoend. Wat bijkomende boete zou er dan zijn kunnen!

Er is plaats voor een dankoffir. Ook na uw zonde voor een vernieuwd dankoffer, dat God zoo genadig was ook die zonde in Christus te verzoenen; maar nooit voor een aanvullend zoenoffer.

Ge kunt in het leed, dat u na uw zonde treft, de Vaderhand kussen die u kastijdt en door die kastijding tegen satan wapent en sterkt, maar nooit kan het boete zijn.

Ge kunt, overweldigend aangegrepen door uw berouw, u spenen aan genot en vermaak, doordat de heiligste ernst ubang voor de zonde heeft gemaakt, maar boete is het nooit.

Alleen in Christus offerande is uw boete en verzoening, en al wat ge na uw zonde te doen hebt, is, de banden van uw inlijving in Christus zoo nauw aan te trekken, dat de toepassing van zijn verzoening ook op die zonde tot een geloofsfeit voor uw hart wordt.

Geen offerande meer voor de zonde 1

Maar zie wel toe, dat daarbij nooit de dwaling der geesten in uw hart sluipe, alsof er voor de zonde geen offerande noodig ware.

Daar drijft men thans van meer dan één kant toe. Als ge maar u toelegt op een deugdelijk leven; als ge maar bedacht zijt op heiligmaking; als ge maar tegen de zonde strijdt, en u zoo ten eeuwigen leven voorbereidt, dan is uw God genadig en barmhartig, en scheldt Hij u uw zonde — a zonder offerande — kwijt.

Neen, dat nooit. Dat is de kern en de pit uit ons Christelijk geloof uitlichten. Dat is een te niet doen van wat juist het wezen onzer Christelijke religie uitmaakt. Zeker, e Christus is u ook ten heilig voorbeeld gesteld, maar vóór alle dingen is hij het Lam Gods, dat door zijn vergoten bloed w eeuwige verzoening heeft te weeg gebracht.

De heiligmaking volgt hieruit, maar als rucht, en de wortel is en blijft de offeande voor u gebracht op Golgotha, d w

Geen offerande voor de zonde meer! iet alsof er geen offerande noodig was, maar omdat de eenige offerande die u erzoenen kan, gebracht is, gebracht op et Kruis, gebracht door den eenigen iddelaar Gods en der menschen.

Roep daarom u zelven, roep daarom wie e lief hebt, roep daarom Gods kerke altoos weer naar die eenige offerande terug.

Uw heil voor eeuwig staat of valt r meê.

In die offerande van Christus uw behouenis, en daarom, maar ook daarom alleen, nder ons geen offerande voor de zonde eer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 augustus 1908

De Heraut | 2 Pagina's

„Geen offerande meer.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 augustus 1908

De Heraut | 2 Pagina's