Een der belangrijkste beslissingen, waartoe de
Amsterdam, 2 October 1908
Een der belangrijkste beslissingen, waartoe de jongste Synode geroepen werd, raakte de nadere regeling van het verband tusschen de Gereformeerde Kerken en de Theologische faculteit der Vrije Universiteit.
Zoolang de concept-regeling, door de deputaten der Utrechtsche Synode de Kerken aangeboden, nog bij de Kerken zelve in overweging was, hebben we met opzet van een dieper ingaande bespreking ons onthouden. Dit was eisch van kieschheid. Al staat De ^(»r««/ofHciëel in geen verband met de Vrije Universiteit en al draagt onze redactie alleen de verantwoordelijkheid voor wat ze schrijft, toch maakt de persoonlijke betrekking, waarin verschillende leden onzer redactie tot de Vrije Universiteit staan, dat in een goed-of afkeurend oordeel allicht een poging zou gezien zijn van de Universiteit, om op het oordeel der Kerken te influenceeren. En juist dat wilden we niet. Jarenlang was de aanklacht beluisterd, dat de Kerken inzake het toezicht op het godgeleerd onderwijs aan de Vrije Universiteit geen voldoend zeggenschap konden krijgen, omdat de Universiteit van zulk een toezicht niets weten wilde. Prat op haar zelfstandigheid en souvereiniteit in eigen kring, sloot de Universiteit, zoo vertelde men, haar poorten voor eiken rechtmatigen invloed der Gereformeerde Kerken. Tegenover den Staat had de Universiteit wel, ten einde de effectus civilis van de door haar verleende graden te verkrijgen, belangrijke concessies gedaan, maar aan de Kerken wilde zij zelfs het haar rechtmatig toekomende deel niet geven. En al willen we geen oogenblik de goede trouw der broeders in verdenking brengen, die deze beschuldiging tegen de Vrije Universiteit inbrachten, zeker heeft deze aanklacht bij velen de sympathie voor onze Hoogeschool verminderd of belet.
Het was daarom van zoo hoog belang, dat de Kerken ditmaal zich geheel vrij en londer eenige pressie van de zijde der Universiteit over dit vraagstuk uitspraken. Het thans bestaande contract, al is het ten onrechte een veorloopig verband genoemd, was gesloten door de voorloopige Generale Synode der Nederduitsche Gereformeerde Kerken te 's Gravenhage in 1891, en kwam dus slechts tot stand door medewerking van een deel der Gereformeerde Kerken. En wel werd bij de saamsmelting der beide Gereformeerde Kerkengroepen op de Synode van 1892 in Amsterdam dit contract als erfdeel van de Nederduitsche Gereformeerde Kerken overgenomen, maar de vroegere Christelijke Gereformeerde Kerken hadden over den inhoud van dit contract haar oordeel toch niet officieel uitgesproken. Ze waren bij de tot standkoming niet gekend.
Nu heeft dit contract in de practijk dusverre tot geen moeilijkheden aanleiding gegeven. Ofschoon onder de deputaten, door de successieve Synodes voor de oefening van dit verband aangewezen, evengoed broeders uit de Separatie als uit de Doleantie afkomstig, aanwezig waren, was toch hunnerzijds nooit een klacht gehoord, dat ze geen voldoenden invloed konden uitoefenen. Maar al mag dit met dankbaarheid worden geconstateerd, toch dient hierbij niet uit het oog verloren, dat dusver over afwijking in leer of leven bij de Hoogleearen in de Theelogie geen klachte viel bij e Kerken en voor ingrijpende maatregelen oor Deputaten derhalve geen oorzaak betond. Er was, dank zij de genade Gods, og geen conflict, en de vraag, hoe dit conract bij conflict zou gewerkt hebben, kon us niet beantwoord worden.
Maar al was uit het bestaande contract een moeilijkheid dusverre gerezen, toch as bij zeer vele broederen in onze Kerken e overtuiging gekomen, dat een nadereen etere regeling wenschelijk was, juist om en band van sympathie en liefde van onze erken voor de Vrije Universiteit sterker e maken. Die overtuiging is niet pas nu pgekomen. In het Concept van Regeling oor de Opleiding der Dienaren des Woords oor Dr. H. Bavinck, Dr. G. van Goor, r. A. Kuyper, Ds. L. Neyens en Ds. B. an Schelven op de Synode te Dordrecht n 1893 ingediend, was reeds met ronde oorden gezegd: „De overeenkomst, die oorloopig tusschen de Vereeniging voor ooger Onderwijs en de Gereformeerde erken aangegaan werd, kan niet beschouwd ls voor het doel genoegzaam. De macht an de Synode der Gereformeerde Kerken n zake de benoeming en het ontslag van D o a h d v v s n v h e a g l z d A t de Hoogleeraren in de Theologische facuU teit is zeer beperkt, en kan, bij onverhoopte botsing met het Bestuur der Vereeniging voor Hooger Onderwijs, zoo licht het onderspit delven. Ook missen de Kerken in deze overeenkomst de noodige en toch zeer goed te vinden waarborgen voor den door haar gewenschten gang van het onderwijs en de opleiding van Dienaren des Woords”.
Dat dit vraagstuk niet eerder aan de orde kwam, was alleen daaraan te wijten, dat telkens langs verschillende wegen gepoogd werd, tegelijk met de verbetering van het contract de saamsmelting van de Theologische School met de Theologische faculteit te verkrijgen. Het vraagstuk werd daardoor niet principieel onder de oogen gezien ; men vroeg niet, hoe naar eisch van het Gereformeerde beginsel de band tusschen de Kerken en de Universiteit behoorde gelegd te worden; maar men trachtte een compromis, een modus vivendi te vinden, waardoor tegelijk de voorstanders der „eigen inrichting" konden bevredigd worden.
Nadat deze pogingen te Arnhem tot een fiasco hadden geleid, lag het in den aard der zaak, dat de Generale Synode te Utrecht deputaten benoemde, die de Kerken thans adviseeren zouden, of en in hoeverre het bestaande contract wijziging behoefde.
Aan die opdracht hebben Deputaten voldaan, en de nieuwe conceptregeling van het verband door hen voorgesteld, is door de Kerken beoordeeld geworden. Aan critiek op hun arbeid heeft het zeker niet ontbroken. Maar al droeg deze critiek soms een ietwat scherp karakter, deputaten hebben die critiek met dankbaarheid aanvaard, en in stee van vast te houden aan eenmaal vastgestelde meeningen, hebben ze ter Synode medegewerkt om op belangrijke punten hun arbeid nog te wijzigen. En zoo is ten slotte het resultaat bereikt, dat niet met meerderheid, maar met algemeene stemmen ten slotte het gewijzigde concept is goedgekeurd, dat thans namens de Synode aan .de Vereeniging voor Hooger Onderwijs is aangeboden.
Voor een dergelijken uitslag hebben we dankbaar te zijn.
De regeling van het verband tusschen de Kerken en de Theologische faculteit is een uiterst moeilijk en teer vraagstuk. Wie de historie onzer Gereformeerde Kerken in het verleden kent, weet, tot hoeveel moei lijkheden dit vraagstuk steeds aanleiding heeft gegeven. Onze Synodes in de 162 en 17e eeuw hebben telkens zich met dit vraagstuk bezig gehouden. Maar al spraken de Kerken in Generale Synode verzameld, destijds meermalen hare wenschen uit; al wilden ze, dat er geen benoeming van een Hoogleeraar in de Theologie zou plaats vinden, zonder advies en consent der Kerken; al stelden-ze voor de Hoogleeraren onderteekeningformulieren vast en al wilden ze ook op den gang van het onderwijs invloed uitoefenen, — de Overheid, onder wier gezag de Universiteiten stonden, rekende met deze wenschen der Kerk niet en heeft eiken rechtmatigen invloed der Kerken op de Theologische faculteit belet. Zoo bleef dit gewichtige en ernstige vraagstuk onopgelost.
Het is daarom van zoo hoog belang, dat de Generale Synode thans over dit vraagstuk een principieele uitspraak heeft gedaan. Natuurlijk blijft de vraag over, of de Vereeniging voor Hooger Onderwijs dit conceptcontract van baar zijde goedkeuren zal. Maar de Synode harerzijds heeft verklaard, dat met dit contract een behoorlijke regeling tot stand zal zijn gekomen en dat de Kerken daarin haar wenschen bevredigd zien. Aanvaardt de Vereeniging voor Hooger Onderwijs dit contract, dan is aan de Kerken dus een zoodanig zeggenschap toegekend, als naar het eigen oordeel der Kerken voldoende is voor het toezicht op het godgeleerd onderwijs. En de klacht, dat de Vrije Universiteit niet in een rechte verhouding tegenover de Gereformeerde Kerken staat, kan van dat oogenblik af niet meer worden ingebracht. De Kerken zelf hebben dit contract opgestela en goedgekeurd. Het is haar werk geweest. Zij hebben daarin uitgesproken, wat naar haar overtuiging eisch was van het beginsel. Wie met dit contract niet voldaan is, keert zich niet tegen de Vrije Universiteit, maar tegen het eenparig oordeel der Kerken zelf.
We hebben daarom goede hope, dat door de aanneming van dit contract niet alleen de vrede in onze Kerken zal bevorderd worden, maar ook de band van liefde tusschen onze Kerken en de Theologische Faculteit der Vrqe Universiteit nog sterker zal worden. En daarom achten we ook voor de Vrije Universiteit de aanvaarding van dit contract van zoo groot gewicht. Voor haar Theologische faculteit is ze toch grootendeels gebonden aan het leven der Gereformeerde Kerken. Een gezonde ontwikkeling der Gereformeerde Theologie kan buiten de Gereformeerde Kerken in normale omstandigheden niet plaats vinden. Haar hoogleeraren moeten gedragen wordendoor e sympathie van het Gereformeerde volk. e Kerken moeten met vol vertrouwen de pleiding van haar aanstaande Dienaren an hen zien toevertrouwd. En'al wat, met andhaving van het eigenaardig karakter er School en haar zelfstandigheid in onderwijszaken, geschieden kan om den band van ertrouwen tusschen de School en de Kerken aster te maken, zal voor de Vrije Univeriteit de rijkste vruchten afwerpen.
Met opzet heeft de Synode de zoogeaamde opleidingsquaestie bij de behandeling an dit contract buiten spel gelaten. Naar et ons voorkomt, volkomen terecht. Door enwarring van beide vraagstukken zou s lleen tot een onzuivere beslissing hebben l eleid. Maar daaruit volgt niet, dat de op l eidingsquaestie hiermede niet in verband K ou staan. De besluiten, in de laatste zitting v er Synode genomen, toonen dat wel anders. b lleen, hier voegt het ons niet op Godsi t ijd vooruit te loopen. Rustig en kalm willen | p we afwachten, wat de uitwerking van de thans gevallen beslissingen op de Kerken zal zijn. Wat de oplossing der opleidingsquaestie voortdurend verhinderd heeft, was in niet geringe mate de geest van wantrouwen die bij verschillende broeders heerschte. Indien die geest van wantrouwen allengs wijken mocht, komt de oplossing van zelf. Maar die vrucht moet in stilheid rijpen, en wie haar te vroeg plukken wil, zou juist daardoor haar verderven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 4 oktober 1908
De Heraut | 4 Pagina's