Buitenland
Duitschland. In de Evangelische landskerk van Beieren doorleeft men in deae dagen een crisis. Twee jaar geleden gaven de moderne Theologen Dr, Geger en Dr. Rittelmeyer een preekbundel uit onder den titel van „God en de ziel", waartegen van rechtzinnige zijde geprotesteerd werd. In Januari rgoy kwam te Neurenberg eene vergadering samen, waarin de wensch van verschillende zijde werd uitgesproken, dat men zoo mogelijk partijvorming zou vermijden om in vrede naast elkander te kunnen arbeiden. Doch zij die van harte de Luthersche confessie voorstaan, en zij die voorstanders zijn ; der „Gemeinschaften", konden toch niet nalaten aan de vereeniging voor inwendige zending en aan het Bijbelgenootschap te verzoeken, voor taan geen moderne predikanten tot bestuursleden te benoemen, en dezulken ook niet te verzoeken voor die vereenigingen als feestredenaars op te treden. Dit heeft Dr. Geger zich aangetrokken ; en daarom legd hij het voorzitterschap van de vereeniging voor Inwendige Zending neder.
Natuurlijk werd dit in de ~ liberalistische bladen vreeselijk gevonden. Een tweede vergadering werd te Neurenberg gehouden, cm opnieuw te pogen partijvotming te verhoeden. Op deze vergadering verschenen 250 personen. Men sprak uit, dat de in de landskerk bestaande misstanden een gemeenschappelijk arbeiden vorderden, zoodat men zich niet moest verzwakken door partijvorming. Zoo was de geest der vergadering. Men begreep niet, dat partij vorming alleen daarom in eene kerk verkeerd is, .omdat allen zich rondom de belijdenis dienen te scharen, en niet opdat belijders en bestrijders der confessie vreedzaam naast elkander zouden kunnen wonen. Op den duur zal het toch niet gelukken, te zamen te houden wat niet te zamen hoort.
— Lichtbeelden in Simultankerken, Wat zijn Simultankerken? zal wellicht deze en gene lezer vragen. Men spreekt in Duitschland van Simultanscholen, als men bedoelt zoodanige inrichtingen van onderwijs die geen confessioneel karakter dragen, waar plaats is voor kinderen van Evangelischen, Roomschen, Joden enz. Men spreekt in Duitschland ook van Simultankerken, doch dan bedoelt men er gebouwen mede, die zoowel voor den Evangelischen als voor den Roomschen eeredienst gebruikt worden. Dit is o. a. het geval in het groothertogdom Baden, waar bijv, in de gemeente Hilsbach een kerkgebouw gevonden wordt waarin beurtelings door den predikant der Evangelische gemeente Godsdienstoefeningen geleid worden en door den pastoor der Roomsche kerk de mis bediend wordt.
Nu had op, 7 Febr, l.l-de predikant in een speciale Godsdienstoefening over de zending gesproken en tot opluistering van het gespro kene waren daarbij lichtbeelden vertoond. De Roomsche pastoor keurde dat af en verzocht daarom aan het Evangelische „Pfarrambt" zulke vertooningen voortaan niet meer te doen plaats hebben. Als grond voor dit verzoek werd aangevoerd, dat de Roomschen kerk gelooft in de gedurige tegenwoordigheid van Christus den Zone Gods in het heilig Sacrament en dat het daarom de Roomschen pijnlijk aandoet, wanneer het kerkgebouw niet voor zuiver godsdienstige doeleinden gebruikt wordt. Alles wat wereldsch is of meer tot verhooging der gezelligheid strekt, dan tot stichting, moest daarom uit het kerkgebouw geweerd blijven. De pastoor had zich met zijn verzoek tot het Pfarrambt gewend naar aanleiding van een schrijven van den aartsbisschop, die de ouder hem staande pastoors met Simultankerken had uitgeuoodigd zich te verzetten tegen het vertoonen van lichtbeelden in de kerken, waarmede geraas en wanorde gepaard gaat.
De predikant weigerde aan het verzoek te voldoen, daarbij ontkennend dat bij Zendings bidstonden met lichtbeelden geraas en wanorde plaats had en niededeelende, dat Evangelischen het er niet voor hielden dat het kerkgebouw iets substantieel heiligs was. Ook wees de leeraar er op, dat gedurende de Evangelische Godsdienstoefeningen de Evangelischen in hunne gevoelens door het zien op kerkbanieren, beelden enz. veel meer gekrenkt werden, dan de Room schen door het vertoonen van lichtbeelden.
De aartsbisschop wendde zich nu tot den Opperkerkeraad, klagende dat een schouwburg in de kerk werd opgericht en dat 't huis Gods ontwijd werd.
De Opperkerkeraad was het met den predikant der Evangelische kerk niet eens. Dat lichaam besliste, dat het vertoonen van lichtbeelden in Simultankerken te vermijden is. Het schijnt dat men bij deze uitspraak is uitgegaan van de grondstelling, dat in de Simultankerken niets nieuws mag ingevoerd worden. De vraag of het vertoonen van lichtbeelden in eene kerk wen schelijk is, werd door den Opperkerkeraad niet beantwoord; alleen werd het vertoonen van de beelden verboden in kerkgebouwen, die krachtens de wet ook voor Roomsche Godsdienstoefenin gen gebruikt woiden.
Frankrijk. Uit Madagascar.
Eenige verademing is er door den gouverneur van Madagascar, Augagneur, aan de Christenen op dit eiland geschonken, schreven wij eenige maanden geleden. Doch zijn stelsel bleef hetzelfde, en dat is: de zending en de propaganda van het Christendom in Protestantschen geest door de scholen zooveel mogelijk tegenwerken. Hij verklaarde op nieuw, dat hij wel conscientievrijheid wilde verleenen, doch dat de staat niet genoeg toezicht kon houden op de uitoefening van den eeredienst en dat bij niet genoeg waarborgen kon eischen. Hij gebood daarom, dat niemand, behalve de geautoriseerde kerken, eenige collecte houden zou, en dit omdat het zijn plicht was, de inboorlingen tegen de afpersingen te verdedigen, waaraan zij door hun lichtgeloovigheid bloot staan. Niet in strijd met het belang der inboorlingen apht de gouverneur het, dat de straf bedreigd op tooverij opgeheven wordt, en dit „omdat zoowel de Europeesche als inlandsche voorstanders van het Christendom, de vrijheid genieten dezelfde practijken onverhinderd uit te oefenen." Daarmede wordt het Christendom op ééa lijn gesteld met tooverij. Het verbod, dat nergens Godsdienstoefeningen gehouden mogen worden dan in lokalen, die door de regeering zijn geautoriseerd, blijft gehandhaafd. Geen inboorling mag vrienden in zijn woning noodigen om eene Godsdienstige samenkomst te houden, en Evangelisten die tot deinboorlingenbehooren, mogen alleen in kerken het Woord Gods verkondigen. Het blijkt uit alles, dat Augagneur aan de propaganda van het Christendom zooveel mogelijk struikelblokken in den weg leggen wil. Men ziet hieruit opnieuw, hoe de Fransche regeering scheiding van kerk en staat opvat.
— Iconographie van Calvijn.
De hoogleeraar E. Doumergue schreef aan Lic. A. Lang, den Duitscher die zich veel met Calvijn's studie inlaat, den volgenden brief:
„Het oogenblik is voor mij gekomen om de „Iconographie calvinienne" (de beschrijving van de afbeeldingen van Calvijn) in het licht te zenden, waaraan ik sedert jaren gearbeid heb, en waarover ik u reeds meermalen sprak.
Dit werk zal uit vier hoofdstukken bestaan, waarvan de twee voornaamste betrekking hebben op de portretten en de karikaturen van den reformator.
Wat de eerste betreft, de schilderijen in olieverf, welke Calvijn voorstellen, zijn wel zeldzaam, maar van groote beteekenis. Er is een groot getal kopergravures of houtsneden; en bestaan vele honderden van dat soort, maar vele zijn waardeloos. Van de geschilderde of gegraveerde portretten heb ik er ongeveer vijftig uitgekozen, tot welke alle andere kunnen teruggebracht worden, en die op hunne beurt weer tot een klein getal portret-typen kunnen herleid worden.
Het hoofdstuk over de karikaturen zal behalve eene algemeene studie over luim en satyre in het Protestantisme der i6de eeuw, nog eene bespreking bevatten van ongeveer vijftig teekeningen die in vijf klassen kunnen verdeeld worden, namelijk i. karikaturen, door welke Calvinisten tegen de Roomsch Katholieken strijden, 2, zoodanige, die afwisselend door Calvinisten en Roomschen gebruikt worden, terwijl alleen de daaronder staande woorden veranderd werden, 3. karikaturen die als wapen dienden voor de Roomschen tegen de Calvinisten, 4. spotprenten die als wapen door de Lutherschen tégen de Calvinisten gebruikt werden; eindelijk, 5. karikaturen van vredelievende strekking, welke zoowel tegen Roomschen als Lutherschen en Calvinisten gebruikt werden.
Tegelijk met deze mededeelingen veroorloof ik mij u een dienst te vragen. Zijn er nog schilderijen in olieverf of gravures van Calvijn in Duitschland; vooral bedoel ik de Gereformeerde kerken, welke tot hiertoe weinig of in het geheel niet bekend waren?
Heeft men niet vroeger in eene Gereformeerde kerk aan den Rijn de portretten van Calvijn en van zijne echtgenoote gehad, van welke Henry spreekt, en die tegenwoordig verloren schijnen te zijn? i) Ik zou gaarne den predikanten der Gereformeerde kerken verzoeken, onderzoekingen in die richting in te stellen, die wellicht niet geheel vruchteloos zullen blijven. Elk bericht, van welken aard het ook moge zijn, zal mij zeer nuttig wezen en mij helpen tot eere van Calvijn bij gelegenheid van zijn jubileum een ikonographisch gedenkteeken op te richten, dat den reformator waardig is.”
Het nieuwe werk van Prof. Doumergue belooft van groote, blijvende, wetenschappelijke beteekenis te worden. Het zou ons spijten, wanneer door deze nieuwe uitgave de voortzetting van Doumergue's groot werk werd vertraagd. Met verlangen zien wij uit naar het vierde deel van dat werk, dat over de leer van Calvijn handelen zal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 18 oktober 1908
De Heraut | 4 Pagina's