Buitenland
Duitschland. De inspiratie der Heilige Schrift, en de Vrije Luthersche Kerk.
Niet alleen in de Hernhuttersche Kerk, maar ook in de Luthersche Vrije Kerk van Breslau, gaat men tornen aan de tot dusver beleden leer omtrent de Heilige Schrift. Op hare algemeene pastorale conferentie, die van 13—15 October te Berlijn gehouden werd, heeft de nieuwe directeur van het seminarium te Breslau, Lic. Dr. Stier, over het thema: „Das Wort sie sollen lassen stahn" (van het Woord zult gij afblijven) de volgende stellingen verdedigd:
1. Het zal er in dezen tijd, waarin het geloof aangevochten wordt en een kerkelijke crisis doorleefd wordt, voor de Luthersche kerk op aan komen, zich aan het Woord Gods, als haar uitsluitend levenselement, vast te klemmen.
2. Het „Woord Gods" is principieel de objectieve openbaring Gods, zooals dit als openbaring door Woord en daad voorbereid is door de wet, terwijl het vervuld is door het Evangelie van Jezus Christus.
3. De Heilige Schrift is „Gods Woord, " daar zij de oorkonde is van de heilsopenbaring Gods, en dat wel in de mate waarin zij dit doet, (Luther: „Goltes Wort ist, was Christum treibet").
4-De Heilige Schrift is ingegeven, d. w. z. zij is ontstaan onder de onmiddellijkste en allerpersoonlijkste medewerking Gods. Hoe de ingeving geschied is, is een Goddelijk mysterie, doch dit sluit eene directe zelfstandige handeling der heilige schrijvers niet uit, maar in. De mate der inspiratie meet men in ieder ge/al afzonderlijk af, als een heilig geschrift de oorkonde is van de heilsopenbaring, alzoo Woord Gods is.
5. De Heilige Schrift eischt eene wetenschappelijke critiek. Deze critiek is eene uitwendige, daar zij den oorspronkelijken tekst en den eenvoudigen zin der Heilige Schrift zoekt vast te stellen (philologische critiek). Zij is een inwendige, voor zoover zij een Heilig Geschrift in zijn geheel en in zijn deelen in samenhang der heilsopenbaring Gods in Christus beoordeelt. (Theologische critiek).
6. Wanneer wij met Luther zingen: „Das Wort sie sollen lassen stahn!" zoo bedoelen wij het Godswoord der Heilige Schrift in zijn absolute autoriteit en als regel voor de kerken de godgeleerdheid. Aan het krachtig en geloovig belijden van dit Godswoord, hangt het heil der Luthersche Kerk en het heil der zielen.”
Deze stellingen komen hierop neder, dat de director niet gelooft, dat de Bijbel Gods Woord is, maar dat het Woord Gods in den Bijbel gevonden wordt. Hierdoor wordt hetgeen de Kerk des Heeren alle eeuwen dooi omtrent het Woord Gods heeft beleden, omvergeworpen. Mocht in de Vrije Luthersche Kerk het gevaar, dat de kerk dreigt, ingezien worden! Het is vooral bedenkelijk, dat de man, die met de leiding der studie van de aanstaande dienaren df s Woords belast is, blijkt een voorstander van de hedendaagsche schriftcritiek te zijn.
Spanje. Evangelisatie.
In meer dan 200 plaatsen van Spanje wordt het Evangelie geregeld verkondigd. En wanneer het overal zoo gaat als in Ibahernando, waar tweemaal zooveel lieden saamkomen als het lokaal eigenlijk bevatten kan, en dat trots alle tegenwerking der Overheid de toehoorders voor de deur zich verdringen om-het Woord Gods te hooren, dan is er goede hoop voor de toekomst. Bijna overal waar het Evangelie verkondigd wordt, zijn ook evangelische lagere scholen te vinden. Ook zijn er drie instellingen voor hooger of middelbaar onderwijs; het door Fliedner gestichte gymnasium te Madrid, een door vrienden uit Amerika gesteund instituut voor jonge meisjes, dat eveneens te Madrid gevestigd is, en ten slotte een theologisch instituut der Presbyterianen te Puerto de S. Maria bij Cadix.
Tien evangelische tijdschriften verschijnen in Spanje, wier lezerskring zich regelmatig uitbreidt. Voor meer ontwikkelden geeft de Revista Cristiana de noodige leiding, terwijl voor kin deren de Amigo de la Infancia geschreven wordt,
Van harte hopen wij, dat de mannen die in Spanje in het Evangelie arbeiden, er toe zullen komen om ds handen ineen te slaan, in dien zin, dat zij kerkelijk één worden.
N.-Amerika. Een lijkdienst. Prot. Bavinck's optreden in Amerika.
In de Banner of Truth vonden we een klacht over de manier waarop een lijkdienst gehouden wordt in eene der eerste gemeenten der Reformed Church.
Een rijk geworden man van zaken, die lid was der Gereformeerde Kerk en die te gelijk ook behoorde tot de vrijmetselaarsloge, was omgekomen bij een ongeluk, dat hem overkwam toen hij op den dag des Hseren voor zijn pleizier op reis was.
De kerk was overvol; de Vrijmetselaarsloge was er sterk vertegenwoordigd. Op het platform stond de predikant der gemeente met een onderpredika& t die bekend is om zijn „liberale" gevoelens in zake leeringen die Gereformeerden dierbaar zijn. Men had verwacht dat een ernstige roepstem tot de gemengde schare zou gebracht zijn, maar helaas geen woord van vermaan tot bekeeriog, geen woord tot waarschuwing om den toekomenden toorn te ontvlieden, werd vernomen. Coristus werd voorgesteld als degene die datgene wat ons ontbreekt „aanvult en volmaakt". „Christus stierf voor ons allen", zoo werd in een Gereformeerde kerk voor een gemengd publiek geleerd. Da dood werd een proces genoemd, dat wij allen moeten ondergaan om het christelijk karakter tot volle ontwikkeling te brengen, gelijk de bladeren moeten vallen om de twijgen weer met nieuwe bloemen te versieren. Het sterven was slechts het intreden der vestibule van een betere plaats, waar men heerlijk leven zal. Geen woord werd er van gerept dat zulk eene beschrijving van den dood alleen van toepassing is op het sterven van de kinderen Gods, die wedergeboren zijn. Geen woord werd gesproken over het vreeselijke van den dood iroor hen, die in hun ongeloof en zonde sterven; noch over het feit, dat de God der liefde ook een heilig en rechtvaardig God is.
Het was een voortdurend roepen van „vrede, vrede”.
De Banner voegt daaraan toe, dat dit niets ongewoons is in de Amerikaansche kerkelijke wereld. Het komt voor dat de menschen in den hemel gepreekt worden. Zelfs moet gezegd worden, dat de woorden die in de Reformed Church gesproken werden, soberder en meer gereserveerd waren dan op vele andeie kansels. Het ongewone was, dat er een lijkdienst gehouden werd in een Westersche Gereformeerde Kerk onder de auspiciën der vrijmetselarij. Wanneer er gezwegen wordt over de zonde en er slechts verheerlijking plaats heeft van de daden van den overledene, dan is daarin de verkkring, dat de macht van de prediking verzwakt wordt en dat zij geen invloed meer uitoefent op de zielen.
De menschen die in de wereld leveo, krijgen den indruk, het zij te recht of ten onrechte, dat de prediker een zwakkeling, een sycophant is, die voor geld en lof zich er toe leent om kaart j es verkooper voor den hemel te zijn. Mochten dergelijke lijkdiensten spoedig afgeschaft worden!
De Banner wijst nog op een feit dat pas heeft plaats gehad. Een oud predikant stierf, terwijl er aanwijzingen bestonden dat hij door zelfmoord een einde aan zijn leven had gemaakt; de zelfmoord geschiedde in een toestand van krankzinnigheid. Gelijk bekend is, wordt over zulk een geval verschillend gedacht. Sommigen gelooven dat God in zijn ondoorgrondelijke voorzienigheid soms zijn kinderen toeslaat tot zulk een eind te komen. Anderen meenen, dat oprechte kinderen Gods door de kracht Gods daarvoor bewaard blijven. Allen zijn van oordeel, dat wij in al zulke gevallen zeer voorzichtig inj ons oordeel behooren te zijn.
Maar wat lazen wij tot onze verbazing ?
Dat een Westersche Classis van de Gereformeerde Kerk in het bovenvermelde geval de resolutie aannam:
„Het heeft den Almachtigen God behaagd in zijn ondoorgrondelijke wijsheid tot zijn eeuwige loon te roepen", enz. enz.
Waarom zulk een officieele verklaring?
Waarom in een dergelijk geval liever niet gezwegen? Kan daardoor] de gedachte niet post vatten, dat zelfmoord niet zoo vreeselijk is als onze voorvaderen het beleden en als de Bijbel het leert? Het is ver van ons een oordeel te vellen over hem die zoo treurig aan zijn eind kwam. Maar wij protesteeren er tegen, dat het besef van het vreeselijke van den zelfmoord verzwakt wordt .en dat men eene verklaring aflegt in eeu geval waar alleen stilzwij' gen den sterveling, die slechts ten deele kent, past.
Wij zijn het geheel eens met de beschouwingen van The Banner of Truth.
Mocht het bezoek dat Prof, Bavinck aan de nieuwe wereld brengt, er toe bijdragen om de Gereformeerde Kerken er voor te bewaren dat zij niet uitglijden van het fundament waaropzij gebouwd zijn. Tot onze vreugde vernemen wij, dat overal waar de hoogleeraar predikt de Kerken overvol zijn, al klaagt men er over dat zijne voorlezingen niet zooveel hoorders trekken als men wel wenschte. Men schrijft dit toe aan de vrees van velen, dat prof, Bavinck in zijne wetenschappelijke voordrachten voor het gewone publiek te hoog zou gaan. Doch dit neemt niet weg, dat de hoogleeraar in alle kerkelijke bladen met de grootste sympathie wordt begroet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1908
De Heraut | 4 Pagina's