Vereenigingsleven.
HET PORNOGRAFISCH KWAAD.
Tot de grootste kwalen van onzen tijd behoort ongetwijfeld de pornographie, welke een gevaar voor de goede zeden in de samenleving opleveit; een gevaar, dat niet licht te hoog kan aangeslagen worden.
De pornographie, zoowel in woord als in beeld, is daarom zoo gevaarlijk, wijl ze zich brutaalweg overal op uwen weg stelt, en u, ook dïln als ge er uit eigen beweging niet naar zoeken of vragen zoudt, zoo gemakkelijk verleidt tot de zonde van het lezen en bekijken, tot de zonde met het oog en met het hart.
De meeste boekhandelaren hebben er geen bezwaar tegen, ter wille van hun bedrijfsbelanen lectuur te étaleeren, die het Zolaïsme in evaarlijkheid vaak nog zeer verre achter zich aat en daarvan enkel reeds door den titel en e omslagillustratie onbewimpeld getuigenis flegt.
Nog erger maken het meestal de kiosken op traten en pleinen, die de gemeenste periodieken,
de geïllustreerde „humoristische" bladen, in voortdurende afwisseling ten toon stellen en ten verkoop aanbieden.
Het ergst van alles staat het in dit opzicht echter baast wel geschapen met den spoorweg' boekhandel, die op de grootere stations wordt uitgeoefend.
Tot voor korten tijd was daar, behalve de voornaamste dagbladen van Christelijke richting, ia de meeste gevallen hoegenaamd geen fatsoenlijke uitspanningslectuur te krijgen.
Dat was ddarom te bedenkelijker, aangezien yiie zich eenmaal voorgenomen heeft, iets te koopen om in den trein te lezen, zoo lichtelijk, als hij niets fatsoenlijks kan krijgen, dan per slot van rekening maar besluit, van het slechte het minst kwade uit te kiezen.
Trouwens, de slechte lectuur wordt den reizigers op de stations vaak zoo schaamteloos onder de oogen geduwd door krantenjongens als anderszins, dat wel zeer standvastig moet zijn diegene, die zich nimmer er aan bezondigt, iets te koopen, waarvan hij zich ten volle bewust is, dat het onrein is en zijn ziel bij het lezen en bekijken bezoedelen moet.
De zonde kan immers zoo aantrekkelijk wezen, vooral dan, als zij zich tooit met het kleed van den humor, zooals dat geschiedt in tal van periodieken, die we hier natuarlijk niet noemen zullen, omdat men zich hoeden moet, voor wat kwaad is ook maar in eenig opzicht reclame te maken.
In den laatsten tijd echter is in dien verkeerden toestand aan de stations wel eenige verandering gekomen, en wel door de omstan digheid, dat op de meeste stations verkiijgbaar is de bij onze lezers wellicht min of meer bekende Oranje Serie, waaraan tal van Christelijke auteurs meewerken, en die voor het doel zeer goede 5 cents novelleijes aanbiedt, benevens het geïllustreerde weekblad De Spiegel, dat wel van meer algemeene bekendheid zal zijn.
Winkels, kiosken en stations zijn evenwel niet de eenige plaatsen waar het kwaad tiert, want, naar ieder weet, liggen er op de leestafels in cafe's, in de wachtgelegenheden bij coififeurs, enz. enz., meestal periodieken van zeer bedenkelijken aard ter lezing.
Het is ondoenlijk, al de plaatsen op te sommen, waar de pornographie haar wetk van verleiding en verderving uitoefent.
Nu is de vraag al telkens opgeworpen, wal tegen dat kwaad moet gedaan worden, en op die.vraag is van verschillende zijden een antwoord gegeven, niet alleen bestaande in woorden maar ook in daden.
In het buitenland bestaan er bepaalde vereenigingen, die zich de bestrijding, der pornographie expresselijk ten doel hebben gesteld.
In ons land zijn we zoover niet, maar hebben verschillende reeds bestaande vereenigingen, voornamelijk ouder de Roomsch Katholieken, zich opgemaakt om den sirijl krachtdadig te voeren.
Van Protestantsche, d. w. z. van geloovig Protestantsche zijde, is nog zeer weinig gedaan. Men heeft ten dezen opsichte de Roomsche en ongeloorige kringen vóór laten gaan.
Daarom is het te meer verblijdend, dat een antirevolutionair wethouder van Amsterdam kort geleden gekomen is met voorstellen, om van overheidswege aan het kwaad paal en perk te stellen.
Wel heeft men gezegd, dat, door de stuiting der publieke reclame voor en van den publieken verkoop van bet pornographisch vuil, de clandestiene handel er in zou bevorderd worden, maar dat is een argument van weinig of geen waarde.
Immers is niet dit de hoofdzaak van alle bestrijding der pornographie, dat men hen, die het kwaad zoeken, verhindert het te vinden. Want verwachtte men d^t resultaat, dan zou men zeer zeker beschaamd uitkomen en zoo goed als geen resultaat bereiken.
Neen, het komt voornamelijk hierop aan, dat zij, die de onzedelijke lectuur nie( zoeken of begeeren, niet in de verleiding gebracht worden, zich eraan te bezondigen, doordat de slechte boeken en prenten telkens en telkens op hun weg gesteld en voor hun oogen gelegd worden.
ID dat opzicht kan de overheid, die te waken heeft voor de publieke eerbaarheid, zeer veel doen tot behoud van het volk. Allermeest moet natuurlijk verwacht worden van een ingrijpen der rijksoverheid; maar waar die zich van handelen in dezen tot nog toe onthouden heeft, mede ten gevolge van de wisseling der Ministeries, is het zeer verblijdend, dat de gemeen telijke overheden, zooals dat te Amsterdam geschiedde, de hand aan den ploeg slaan. Trouwens, zijn we wel ingelicht, dan tracht men ook in Oen Haag in dezelfde richting te sturen, en is ook déJn reeds de zaak in de afdeelingen van den Raad ter sprake gebracht.
Evenwel beeft ook het vereenigingswezen op dit terrein een belangrijke taak te vervallen. Speciale vereenigingen behoeven daartoe nietj dadelijk opgericht te worden. Want immers kan reeds veel bereikt worden, als de leden van bestaande Caristelijke vereenigingen overeenkomen, dat allen gebruik zullen maken van hun recht, van winkeliers, bij welke zij hun inkoopen doen, en van anderen, te verlangen, dat zij hun begunstigers geen aanstoot in den weg zullen leggen en hen niet in de verzoeking zullen brengen, het kwade te doen.
Streeft men in die richting, gelijk de Roomschen dat al doen, dan zal voorts zeer gemakkelijk aansluiting tusschen de vereenigingen onderling gevonden worden, niet alleen in positief Christelijke kringen, maar evenzeer daarbuiten.
Veel ten goede kan ook bijzonderlijk gedaan worden door goedgezinde boekhandelaren, die bereid zijn, alle en iedere medewerking aan het verbreiden van onzedelijke lectuur te weigeren.
Maar daarnaast rust een belangrijke taak op de pers, zoowel op de Christelijke als op de op zedelijkheid en eerbaarheid prijs stellende bladen van andere richting.
Een blad, dat wil helpen het kwaad te bestrijden, moet beslist weigeren, den naam of den titel — of welke andere aanduiding ook — van eenig pornographisch of daarmee verwant > roduct te vermelden, zelfs niet om er een af ceurend oordeel over uittespreken. Onzes inziens klemt deze eisch zoo sterk, dat we zouden meenen, onze taak heel averechtsch optevatten, indien we zelfs in dit artikel in De Heraut, om een voorbeeld van pornographie te ^even, eenige aanduiding van een onzedelijke uitgave opnamen.
Dat deze waarschuwing niet overbodig is, moge daaruit blijken, dat nog onlangs enkele Christelijke bladen onder de boekbeoordeelingen melding maakten van een werk, dat over onzedelijkheid handelt en, zonder als pornographie bedoeld te zijn, toch, als chronique scandaleuse, moet gerekend worden tot de boeken, die op > 'n best slechts aan zéér enkelen in handen mogen gegeven worden en voor het gros der lezers van onze bladen als hoogst gevaarlijk moeten gekenschetst worden.
Doodzwijgen is een heel leelijk woord, maar als het kwaad der pornographie met succes zal bestreden worden, dan moet ieder pornographisch product in den bovenbedoelden zin doodge zwegen worden.
Men moet er zoo min mogelijk van zien en van hooren.
Dan alleen wordt de verleiding tot helminst mogelijke beperkt.
En daarom gaat het in deze zaak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 15 november 1908
De Heraut | 4 Pagina's