Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

„En zijn naam Immanuel heeten.”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„En zijn naam Immanuel heeten.”

8 minuten leestijd

[KERSTFEEST.]

Daarom zal de Heere zelf ulieden een teeken geven: Zie, eene maagd zal zwanger worden, en zij zal eenen zoon baren, en zijn naam Immanuel heeten. Jesaja 7 : 14.

Steeds heeft Christus' Kerk ook aan de ««»««« van den Middelaar hooge beteekenis gehecht. Immers de Snhrift ging er ons in voor, om die heilige namen in hun zin en beduidenis hoog te houden.

Zijn naam zou Jezus zijn, want hij zal zijn volk zalig maken. Hij is de C/im/w, de Gezalfde, omdat God hem als Koning over Sion heeft gezalfd. Ea zoo ook kondigt de Profetie hem onder den naam van Immanuel aan, „Een maagd zou zwanger worden en een zoon baren en zijn naam Immanuel heeten", omdat het „God-metons" eerst in den Christus volle waarheid zou worden.

Nu had zulk een profetie veelal een dubbele beduidenis, een tijdelijke en eea duurzame. Een tijdelijke voor de tijdgenooten van den ziener, die zijn profetie ontvingen, en een duurzame voor de dagen des Nieuwen Verbonds. De eerste voor toen, de tweede voor nu. Voor toen beduidde Immanuel, dat Jesaia zijn vrome tijdgenooten kon toeroepen: God zal met ons in onze strijden zijn, en niet onze tegenstanders, maar ons uithelpen. Voor nu, ca Bethlehem, daarentegen verdiept zich de zin van dezen heerlijken naam: In het heilig kindeke, dat Maria ontving, werd ons de Godmensch geschonken. De tijdelijke beteekenis gaat daarom niet onder, want juist omdat de Cttristus „God geopenbaard in het vleesch" is, is hij het die ons voor eeuwig ter overwinning zal voeren. Maar toch, de aanvankelijke beteekenis wees meer op wat Jehovah voor zijn volk doen zou, de volle beteekenis van thans meer op wat

de Middelaar in zijn heilige persoon voor ons zijn zou.

Letterlijk vertaald wilde Immanuel eertijds zeggen: Met ons is God. Voor de Kerk des Nieuwen Verbonds daarentegen drukt de vertaling: „God met ons", meer het mysterie der menschwording Gods uit, Immanuel is saamgesteld uit-drie woorden, uit/«, iVb< en//. Nu beteekent het Hebreeuwsch im\ met, noe beduidt ons, en él, uit het EU, Eli van het Kruiswoord te over bekend, wil zeggen: Gcd. De eerste gedachte die deze naam opwekt, is daarom die van een tegenstelling. Een bange strijd vangt aan, een strijd tusschen hen die voor Jebovah kiezen, en hen die Jehovah ver loochenen, en in dien strijd zal onzer de victorie zijn, omdat wij God, den Heere der heirscharen, aan onzen kant hebben. Het is wat David tegen Goliath uitriep. Bij u, o Filistijnen, een ruwaard als een reus, met pantser, speer en helm, maar bij mij, al ben ik klein en slechts met slinger en met een steen uit de beek gewapend, de naam des ^«r< n. En diezelfde strijd nu gaat door. Hij beheerscht de historie aller eeuwen. Hij zou zich van Israel tot alle volken, tot heel ons menschelijk geslacht uitbreiden. Het zou de wereldstrijd worden; een strijd niet I meer met speer of slinger, maar geestelijk heel \ ons menschelijke existentie doordringend. En de overgang daartoe zou Bethlehem zijn. Dan komt niet David, maar Davids groote Zoon, de Zoon des menschen. En in dat heilig kindeke van Bethlehem komt jaist deswege de Heere der heirscharen zelf ons zooveel nader, doordien Hij tot in onze eigen natuur ingaat en in den Godsmensch, in Immanuel, waarlijk God mei ons is geworden. „Philippus, die mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien, " en alleen ongeloof doet u nog uitroepen: Toon ons den Vader.

Ook voor ons blijft daarom die heerlijke naam van Immanuel de naam, waarin de profetie van victorie schuilt voor onze levensworsteling.

De worsteling tusschen geest en geest is met Goliath's val niet bezworen, en met Jesaia's triomf niei geëindigd. Die worsteling komt uit het eerste paradijs, en duurt voort tot het tweede paradijs van den hemel zal nederdalen. Het is de aloude strijd tusschen het zaad van de slaag en het zaad van de vrouw, en die strijd kan niet beslecht worden dan door het in het eind opkomen van „den mensch der zonde", dien Gods gezalfde Koning „verdoen zal door den geest zijns mond? ." En al moge er nu in de eeuwen die daar tusschen liggen, soms een kleine oase van geestelijke lust inschuiven, ijlings wordt toch de strijd weer opgevat. God moet „alles en in allen" worden, en dit kan niet vóór het heilig oogenblik aanbreekt, waarop „de laatste vijand aan Christus vosten zal onderworpen zijn”.

Het Kindeke van Bethlehem is niet gekomen om vrede e/) «ar< ^« te brengen. Vrede met God in menschenhatten, ja, edoch op aarde, onder de menschen, niet den vrede maar het zwaard. „Meent gij, loo roept Jems zijn jongeren toe, dat ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen? Neen, zeg ik u, maar verdeeldheid" (Luk. 12 : 51).

Doet dsc nu den lofzang der engelen te niet? Geet.52ins. Of betuigt de apostel niet: „Wij dan, gerechtvaardigd zijnde door het geloof, hebben vrede bij God? ' En daarom, alleen hij die o.-a dien „vrede met God" zich niet bekreunt eu alleen op rust en vrede in zijn aardsche leven uit is, alleen hij kan wanen, dat Jezus door zijn roepen: Geen vrede, maar het zwaard! den lofzang der Engelen weersproken heeft.

Neen, de strijd tusschen geest en geest is met Bethlehera niet geëindigd, maar juist door Bethlehem ia heel ons menschelijk leven ontbrand. En wie Jezus discipel wil zijn, en zijn Jezus lief heeft, en zich met lijf en ziel zijn Heiland te: i offerande stelt, die is ook zelf, die is onmiddellijk, die is tot aan zijn dood toe ook persoonlijk in dien wereldstrijd verwikkeld; en voor hem ligt ook nu nog in den naam van Immanuel de bron van onuitputtelijke bemoediging.

Immers de zaak van Jezus kan in die reuienworsteling r.iet onderliggen. Onzer moet en zal de victorie zijn. Want dit heilig kindeke zou Immanuel heeten, en Immanuel zegt: God metons. „Gij toch. Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht; uw vrije gunst alleen wordt d' eere toegebracht. Wij steken 't hoofd omhoog en zullen de eerkroon dragen, door U, doorU alleen om 't eeuwig welbehagen. Want God is ons ten schild ia 't strijdperk van dit leven, en onze Koning is van Israels God gegeven”.

En dit t; ftven aan ons van onxen Koning door Israels God geschiedde in Bethlehem, toen Maria den Immanuel ontving.

Doch met ons Immanuel gaat 't dieper.

De strijd tusschen geest en geest is niet enkel een strijd buiten ons, maar ook een strijd in ons, en niets is stuitender dan belijders te vinden, die voor Jeius ijveren, voor de zaak van Jezus het geestelijk zwaard aanbinden, en roepen voor hun Koning, maar die, helaas, van het ïich verdiepen van den strijd tot op den bodem van hun eigen hart, ja, tot in hun nieren, o, zoo weinig bespeuren.

Hoe ze zich vergissen 1 Alsof de vijand Gods en der menschen, die van 't Paradijs af den strijd aanbond tegen het Vrouwenzaad, niet juist in den mensch, en liefst onAen As dienaar van Tehovah, zijn giftige pijlen treffen deed.

Ook daarbuiten, o, gewisselijk, maar allereerst zelf binnen in u is de worsteling aangegaan. De worsteling opkomend uit uw hart, uit uw heihg bedoelen, uit uw dorsten naar de gerechtigheid. En is de strijd daarbuiten soms bang, de strijd daarbinnen kan nog heftiger zijn. Als het gaat tusschen zonde en deugd, tusschen Christus en den Verleider in uw binnenste. A!s satan u hebben, en Christus u houden wil, en gij bezwijken moet of staande blijven.

Maar vooral bij dien strijd is in den naam Immanuel uw sterkte.

God met ons.

Niet een Christus van verre, maar een Christus die in ons eigen hart woning maakt. Eens, voor achttien eeuwen, het Bethlehem daar verre, maar nu ook uw Bethlehem in het heden, als Christus in uw eigen hart geboren wordt. Hij die den toegang tot uw hart heeft, dat hij als Schepper vormde. Laat ge nu straks dien Christus in u weer los, zoo zijt ge verloren. Maar klemt ge u aan hem vast, zoo is uw overwinning gewis.

Neen, zeg nooit dat de zonde u te machtig was. Machtiger dan de machtigste passie is uw Redder. Hij is Immanuel. Hij is God zelf. En hij woont als Immanuel in uw eigen binnenste.

Een Kerstfeest voor heel de wereld ! Nogmaals de oproep der ontferming tot heel die wereld uitgaande: Laat u met God verzoenen!, en Gods engelen uit de zalige sfeer 't haar toezingend: [ I Geeft eere aan God in de hoogste hemelen, dan zal er ook voor u vrede op aarde in den vrede met uw God zijn.

Een Kerstfeest voor de Christenheid, van nabij en verre, om zich nogmaals te verkwikken in de heilige historie en met volle teugen de rijke weelde van 't bezit van dit heilig Kindeke in te drinken.

Een Kerstfeest voor de heilige slagorde van onzen Koning, die den strijd voor zijn Naam op aarde voortzet, en die op 't Kerstfeest zich in den naam van Immanuel opnieuw te binnen brengt, dat onzer de victorie zal zijn, want dat in Christus God met ons en met zijn heilige Kruisbanier is.

Maar dan ook een Kerstfeest voor het verborgen leven onzer ziel. Ook daar de strijd hervat tegen al wat onrein, onheilig en ongodde lijk is, zoodat satan het gewaar wordt, hoe met ons Kerstfeest zijn macht weer terugdeinst, omdat wij Immanuel opnieuw aangrijpen, en mét Immanuel ook in den strijd tegen de zonde in ons eigen hart onverwinlijk zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 december 1908

De Heraut | 4 Pagina's

„En zijn naam Immanuel heeten.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 december 1908

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken