Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vereenigingsleven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vereenigingsleven.

7 minuten leestijd

NEDERLANDSCHE MIDDERNACHT ZENDING VEREENIGING.

„Wat dat posteeren toch geeft? — vragen meer dan eens de menschen, als ze de Middernachtzending zien staan; onmogelijk kunnen ze het zich begrijpen, dat er eenige vrucht op dézen arbeid zal komen. Die Middernachtzendingen staan daar of loopen er heen en weer, ze loopen gevaar te verkleumen of halen zich bij mistig weer een ziekte op den hals, zonder dat het iets helpt. Want: wie in het huis wil, gaat er tóch in.

„Zoo denken de menschen; zoo denken klaarblijkelijk ook de Christenen in Rotterdam. En daarom blijven ze thuis en laten het handjevol broeders alléén strijden.

„Maar zoo zouden ze niet denken, als ze eens één, zeg twee of drie avonden mee hadden geposteerd. Wat zouden ze dan zien ? Eenvoudig dit, dat velen dergenen, die kennelijk het voornemen hadden binnen te gaan, aarzelen, zich laten weerhouden, of rechtsomkeert maken: omdat de Middernachtzendeling daar staat.”

Aldus schrijft De Middernachtzendeling, het orgaan van de Nederlandsche Middernacht-Zending-Vereeniging.

En dan haalt het blad eenige voorbeelden aan om aantetoonen, dat het posteeren niet alleen helpt ten aanzien van hen, die bij de zendelingen bekend zijn, niet alleen voor bewoners van dezelfde plaats, maar evenzeer ten opzichte van vreemdelingen, zelfs voor buitenlanders.

„Wat dat posteeren toch geeft? ", dat vraagt men zich niet alleen in Rotterdam af, want het zal wel niet te veel gezegd zijn, dat haast overal op het werk der Middernachtzending met min achting wordt neergezien en dieselfde vraag, telkens en telkens weer, smalend herhaald wordt.

Het is dan ook geheel zonder bevreemding, dat we in het genoemde orgaan de klacht lezen, dat men de weinige Middernachtzendelingen veelal eigenlijk zoo goed als geheel alleen laat staan, al weet men ook, dat op dit terrein zoo onnoemelijk veel te doen is.

Wat mag van die houding van het Christenvolk de oorzaak zijn?

In Rotterdam gist men er aldus naar, en men zal zich daar wel niet vergissen:

„We meenen een paar oorzaken van het af zijdig-blijven der Rotterdammers te kennen.

„Bij sommigen schijnt de meening te heerschen, dat Middernachtzending geen werk voor jonge mannen en jongelingen is.

„Maar vergeet men dan, dat allereerste voorwaarde voor het toelaten als medewerker is, dat wij vertrouwen mogen, dat de candidaat üch door de liefde van Christus gedrongen gevoelt 7 Dat de Middernachtzendeling, als het goed is, dus niet in eigen kracht uitgaat en daar staat ? Dat zijn geloof hem een schild is, met hetwelk hij de vurige pijlen des boozen zal kunnen uitblnsschen ? Dat God jongelingen heeft willen gebruiken, om dezen arbeid in 't leven te roepen? Geen werk voor jonge mannen en jongelingen?

„Maar is dan de lijper-mannelijke leeftijd gevrijwaard trgen verzoekingen des vleesches?

„Neen, immers. £u wie met het nachtwerk bekend is, wéét, dat het meerendeel der bezoekers van het bordeel juist mannen van rijperen leeftijd zijn.

„Een andere oorzaak is, dat men in alle li^ringen de Middernachtzending doodzwijgt of slechts fluisterend over dezen arbeid durft spreken. Terwijl toch het kwaad zich openlijk en driest vertoont en men geen wandeling kan maken door Rotterdam, zonder er op de een of andere wijze aan herinnerd te worden!

„We willen vragen: wordt er in de kerken, 'sZondags of tijdens de week-godsdienstoefeniogen, gebeden voor de Middernachtzending? ^n enkele maal gebeurt het. Evenwel lang niet altijd. Als het regel werd, gelijk bidden voor Zendingsarbeid regel is, zouden de kerk gangers dan niet hoe langer zoo meer de noodzakelijkheid van dit werk gaan gevoelen?

„We vragen niet aan de predikanten: Maak door uw gebed voor ons werk propaganda, ffl»ar wel: bind in en door uw gebed den nood der „gerallcnen" en „yerlorenen" van Rotterdam op de harten der hoorders, en doe hen gevoelen dat zij medeverantwoordelijk zijn voor de hoogte, waartoe dit kwaad is gestegen”.

Al wat hier van Rotterdam geschreven wordt, zal wel evenzeer van andere plaatsen gelden.

En wie nu gaarne iets naders van dezen arbeid wil leeren kennen, die leze het pas verschenen boekje, getiteld: Na twintig jaar. Dat boekje bevat een zeer uitvoerig verslag van den arbeid van de meergemelde vereeniging, die hare afdeelingen heeft in Amsterdam, Arnhem, Apeldoorn, Enschede, 's Gravenhage, Groningen, Haarlem, Kampen, Rotterdam, Utrecht, Wageningen en Zwolle.

In de verslagen dier afdeelingen leest men van veel moeite, strijd en tegenwerking. Tegenwerking vaak zelfs van de autoriteiten, zooals b.v. te Arnhem, waar het hoofd der plaatselijke overheid de Middernachtzendelingen destijds niet wilde ontvangen, terwijl de chef derJ)olitie hun tegenvoerde, dat bij van hen en hun komst gehoord had, maar dat hij hen geen beteren naam dan dien van oproermakers waard vond. Deze autoriteit meende, dat er voor de Middernachtzending daar ter plaatse, in het rustige Arnhem, geen werk was. Wel was het hem bekend, dat het mindere volk in Arnhem heel ruw en gemeen kon wezen, maar hij zou bun geen bescherming door de politie laten geven tegen gevaren, waaraan ze zich moedwillig blootstelden!

Verkwikkelijk zijn de verhalen niet, die men in Na twinttg jaar leest van Arnhem, waar soldaten in uniform wel de bordeelen mochten bezoeken, maar waar een godvreezend officier zich niet kon handhaven, omdat bij voor de Middernachtzending in de bres trad! Van Arnhem leest men, dat de arbeid er zwaar en afmattend, dor en moeilijk was, terwijl hij b.v. in Harderwijk, waar men het juist niet vermoeden zou, opwekkend was en vol treffende en liefelijke verrassingen.

Zoo is het óók te Haarlem. Het is een juich kreet, die vandaar weerklinkt. Men schrijft in het bewuste boekje over den arbeid daè, r onder meer aldus:

„Hoeveel vruchten heeft onze arbeid in deze twintig jaar gedragen?

„Aan de overzijde van het graf zal dit ons eens openbaar worden.

„Wat door ons werd gezien is, dat in den loop dier jaren het erkende bordeel en om streeks honderd verkapte bordeelen werden ge sloten. Op 967 mannen en vrouwen kunnen we wijzen, die het pad der ontucht verlieten.

„Al beweert men, dat de zedelijke atmosfeer, waarin onze gansche maatschappij zich beweegt, in onze dagen verderfelijker is dan vroeger, toch is het aantal van de verdachte huizen en van de prostituees hier veel kleiner dan twintig jaar geleden.

„Nu ruim zeventien jaren geleden werd op een terechtzitting te Haarlem een bordeel gelijk gesteld met een gewone nering, met een kruidenierswinkel. Geen rechterlijk ambtenaar zal nii zulk een vergelijking meer durven bezigen.

„Nog nooit stonden zooveel middelen ons ten dienste als tegenwoordig; nooit was onze invloed ten goede grooter. Ouders komen onzen raad of hulp vragen in 't belang van hunne zoons of dochters. Vrouwen tegenover hunne mannen, en omgekeerd. Men komt ons waar schuwen, zoodra er iets verdachts in een buurt is gekomen. De buurt werkt mede om een politiepost te krijgen, wanneer zich ergens een buis van ontucht tracht te nestelen.

„De drankwet en de kinderwetten zijn ons van groot nut. Justitie en politie werken mede.”

Zoo zouden we kunnen voortgaan. Want van alle plaatsen — zelfs van Arnhem — wordt gemeld van zegen op dezen moeilijken en door het Christenvolk zoo weinig gewaardeerdec arbeid. Maar we zullen er hier thans niet verder over uitweiden. Het weinige, dat hierboven ervan gezegd is, moge voldoende zijn voor velen om te breken met het: Onbekend maakt onbemind, en eens kennis te gaan nemen van wat door dezen tak van het Christelijk vereeni gingsleven wordt verricht.

Immers geldt ook hier: Kennen doet liefhebben!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 januari 1909

De Heraut | 4 Pagina's

Vereenigingsleven.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 januari 1909

De Heraut | 4 Pagina's