Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Nu de acta der Synode publiek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nu de acta der Synode publiek

4 minuten leestijd

Nu de acta der Synode publiek zijn gemaakt, stellen we er prijs op, het besluit der Synode in zake den doop van kinderen uit doopleden geboren, hier mede te deelen.

a. De goede practijk naar Gereformeerde orde is, dat de Kerkeraden arbeiden om vol wassen leden, die nog geen toelating tot het H. Avondmaal hebben gevraagd, er toe te brengen, dat zij belijdenis des geloofs afleggen;

b. maar dat de kinderen van zulke ouders die nog leden der Kerk zijn, beschouwd moeten worden als te behooren tot het zaad der Kerk, en dat deze derhalve recht op den Doop hebben;

c. dat echter de stipulatiën, welke de Kerk bij den doop der kinderen verlangt en moet verlangen, als waarborg voor de Christelijke opvoeding, niet met de ouders kunnen worden aangegaan, wijl dezen zelf nog verzuimden door eigen belijdenis van hun geloof te doen blijken. In zulke gevallen blijft er bij gevolg niets anders over dan om, liefst uit den kring der familie, een of meer getuigen te vorderen, die naar het oordeel des kerkeraads voldoenden waarborg geven, dat de opvoeding van zulke kinderen beantwoorden zal aan den eisch des Verbonds.

Zoo als men ziet, heeft de Synode hetzelfde standpunt ingenomen, dat ook door De Heraut verdedigd werd.

Zulke kinderen hebben, zoolang de ouders nog als lid der Kerk beschouwd worden, recht op den doop.

Niet alleen dat de Kerkeraad aan zulke kinderen den doop dus niet weigeren mag, wanneer de ouders hierom vragen, maar de Kerkeraad moet ouders, die zelf nalatig zijn in het doopen van hun kinderen, hierop als een zonde wijzen.

De kitideren der gemeente mogen niet ongedoopt blijven.

En waar de ouders zelf niet in staat zrjn de stipulatieen bij den doop aan te gaan, behoort de Kerkeraad toe te zien dat er betrouwbare getuigen worden gesteld.

Kan het, uit den kring der naaste bloedverwanten; is daar geen getuige te vinden, dan uit den kring der vrienden; en blijkt ook daar niet één genegen, laat dan des noods een der ouderlingen deze taak op zich nemen.

Natuurlijk ligt in dit getuigen-zijn geens zins opgesloten, dat zulk een getuige zelf de opvoeding van dat gedoopte kind geheel vOor zijne rekening heeft te nemen.

Op de ouders rust daartoe in de eerste plaats de verplichting. Ook afgezien van de doopbelofte, is elk Christelijke vader en moeder van Gods wege geroepen, zijn kinderen in de vreeze des Heeren op te voeden. Die roeping ontstaat niet eerst door of ten gevolge van de belofte bij den doop, maar ligt in de ordinantie des Heeren. En of de ouders belijdenis des geloofs hebben gedaan of niet, verandert aan die verplichting van Gods wege niets.

Alleen, zoo lang deze ouders hun geloof nog niet beleden hebben, en daarom, indien men zoo wil, onmondige leden der Kerk zijn, kunnen ze nog niet publiek als getuigen bij den doop optreden. Daarom treden anderen in hun plaats, tot zoolang ze mondig geworden zijn. Zoodra de ouders zelf geloofsbelijdenis doen, vallen de getuigen van zelf weg en zijn de ouders alleen aansprakelijk. Maar zoolang dit nog niet geschied is, hebben de getuigen toe te zien, dat zulke kinderen metterdaad een Christelijke opvoeding ontvangen. Gesteld, dat zulke ouders hun kinderen bijv. naar een onchristetgke school wilden zenden, dan zouden de getuigen hiertegen moeten waarschuwen en de ouders moeten wijzen op hun verplichting.

Toch blijft dit alles een hulpmiddel, een noodweg, een uitzonderingsmaatregel. Het mag nooit dienen om het kwaad zelf van het niet-belijdenis-doen te bestendigen, of daarvoor een verontschuldiging te worden.

Daarom drong de Synode er terecht op aan, dat de Kerkeraden voor alle dingen zouden arbeiden, om deze volwassen leden tot belijdenis des geloofs te brengen.

Dan vervalt deze moeilijkheid van zelf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 januari 1909

De Heraut | 4 Pagina's

Nu de acta der Synode publiek

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 januari 1909

De Heraut | 4 Pagina's