Buitenland.
Duitschland. Het woord dat de paus heeft laten uitgaan tegen het modernisme, miste, in Beieren althans, zijne uitwerking niet. In dit land bevinden zich zeker aantal „Reformers'' onder de leden der Roomsche kerk, die een blad onder den titel van Renaissance uitgaven. Dit blad kan zich niet : staandc houden. Er werd een ander orgaan in het leven geroepen De XXite eeuw; doch ook dit zal bij het einde van het jaar niet meer verschijnen. De uitgever maakt daaromtrent de volgende veelzeggende opmerking: „De voortdurende onverschilligheid van het leeken-publiek omtrent zuiver geestelijke en godsdienstige vraagstukken en de looden druk van het kerkelijk machtsysteem die zich sedert het verschijnen van de pauselijke encycliek in al zijn kracht deed gevoelen, ontnamen ons de waarborgen, die wij voor het voortdurend en het vruchtbaar voortbestaan der Twintigste eeuw noodig achten. In het .bijzonder is het aantal bekwame medewerkers, die trouw zün aan hunne overtuiging, zoo ingekrompen, dat deze weinigen zich niet in staat gevoelen, om op den duur het tijdschrift zoowel op een be-Umelijke hoogte te houden, als het in waariijk vooruitstrevend katholieken zin verder te brengen.”
Zij die gedroomd hebben, dat het mogelijk zijn zou de Roomsche kerk van B.neren in modernen geest te hervormen, zijn dus jammerlijk teleurgesteld uitgekomen. Wij hebben dit verwacht. Wel had de leider der Roomsche modernisten in Beieren, de hoogleeraar Schnitzer, gezegd, dat hij vele bewijzen van sympathie uit de Roomsche geestelijkheid ontvangen had, doch het komt nu uit, dat nadat de paus de modernisten veroordeeld had, er zoo weinig beginselvaste mannen onder hen gevonden werden, dat het niet mogelijk bleek een tijdschrift 't welk de moderne denkbeelden voorstaat te redigeeren.
Wij meenen, dat gelijk het in Beieren is, het wel overal in Duitschland èn daarbuiten zijn zal. Ook in de Roomsche kerk blijkt het modernisme een fata morgana te zijn.
Noord-Amerika. De Federal Council.
Onze lezers weten, dat er eene beweging in de nieuwe wereld op touw is gezet, om alle Protestantsche kerken te vereenigen, teneinde een kerkelijke „trust" te vormen, die een zeker gezag zal uitoefenen over alle werkzaamheden der kerken die betrekking hebben op de uitbreiding van het Koninkrijk Gods. Men meent dat b.v. het werk der zending onder de heide nen, volgens de methode, die het Federal Council voorstelt, met meer vrucht gedaan kan worden, dan door de methode die men tot dusver gevolgd is. In eene der vergaderingen, die ia December gehouden werden te Philadelphia, werd voorgesteld, het kerkelijk confessioneel karakter aan het werk der heiden-zending geheel te ontnemen. Wijl echter zich daartegen eene krachtige stem verhief, stelde Dr. Roberts voor, dat gedeelte van het voorstel, dat over deze zaak handelt, er uit te lichten. Hij zeide wel, dat het hem om het even is, tot welke kerk een béiden toetreedt, iudien bij slechts den Heere Jezus lief heeft, maar hij oordeelde, dat het misschien raadzaam ware, de geïncrimineerde uitdrukkingen weg te laten. Met algemeene stemmen werd daarna het ontwerp goedgekeurd. Goedgekeurd, hoewel later gezegd werd, dat in alle scholen der zending mannen en vrouwen zouden toegelaten worden, die tot verschillende kerken behoorden. Allen konden dus tevreden zijn met het ontwerp. Zij, die de geïncrimineerde woorden door hun protest er zagen uitgelicht, alsook zij, die de zaak zelve, althans in de scholen, gered zagen.
De Federal Councd heeft dus haar werk begonnen. Waarheen de logica der historische ontwikkeling deze nieuwe kerkelijke ontwikke ling zal leiden, zal de tijd leeren. Indien het waar is, dat de geschiedenis zich herhaalt, dan is het gevaar dat ons in de toekomst dreigt van deze nieuwe inrichting, geenszins eene vrucht der verbeelding.
Of wij dan niet gelooven, dat vereeniging van kerken eeue goede zaak is? Wel zeker, mitS de vereeniging gegrond is op eenheid des geloofs. Veriiezen wij uit het oog, dat kerkelijke ge meenschap eene gemeenschap is des geloofs, en niet van werkzaamheden, dan wordt deze gemeenschap eene mensehelijke, en derhalve ook onze vereeniging van verschillende kerken eene mensehelijke vereeniging, die niet op Gods Woord rust.
De veelvormigheid der Protestantsche kerken is een eigenaardigheid, die zij in den loop der geschiedenis onder de leiding Gods verkregen hebben. Verschillende beginselen zijn ontwikkeld en uit deze zijn de verschillende kerken, of denominaties ontstaan.
Aan de Gereformeerde kerken heeft de Heere een bijzonder erfdeel geschonken. Wij gelooven in de vrije genade Gods, Die zich ontfermt diens Hij wil, en verhardt dien Hij wil. (Zie Rom. 9 : r4—18). Wij gelooven in die» God, die Zijn verbond heeft opgericht met Abraham en zijn zaad, d. i, , met de geloovigen en hunne kinderen.
Wanneer wij als Gereformeerde kerken zendelingen uitzenden tot de heidenen, dan begeeren wij — wij moesten bet althans doen, indien wij gelooven wat wij belijden — dat zij in dat gedeelte van het zendingswerk, dat ons is toevertrouwd, de heidenen zullen bekend maken met deze waarheden, die het fondament vormen van den godsdienst, waarin wij onze blijdschap vinden.
Neen, wij begeeren niet, dat zij de heidenen zullen bekend maken met alle netelige vraagstukken, die in den loop der tijden onze vaderen bezig gehouden hebben. Ook meenen wij niet, dat zij in alles onze inrichting moeten nabootsen. Maar wat de leer der Gereformeerde Kerken in hare grondbeginselen aangaat, meenen wij, dat wij met recht verwachten kunnen, dat de heidenen die leeren kennen en waardeeren. Een Godsdienst boven geloofsverdeeldheid is in onze schatting geen begeerlijk goed.
Samenwerking met andere kerken is slechts dan mogelijk, als wij leerstellig en kerkrechtelijk óp denzelfden grondslag bouwen. Waar die ge meenschap aanwezig is, daar is vereeniging niet slechts aan te bevelen, neen, daar is zij in onze schatting een eisch van God. Is het niet jammerlijk, dat Christelijke Gereformeerden en Gereformeerden, Gereformeerden en Presbyterianen van elkander gescheiden blijven? Wij hebben immers dezelfde geloofsbelijdenis, wat het wezen aangaat, en dezelfde kerkinrichting? Het mocht zijn, dat wij iets meer principieel zijn dan andere Gereformeerde of Presbyteriaansche kerken, en dat er dingen zijn in sommige dier kerken, die ons niet behagen, maar wanneer wij willen wachten met vereeniging, totdat alle kerken kerkelijk volmaakt zijn, dan is het maar beter, dat wij het voord vereeniging uit ons kerkelijk woordenboek schrappen. Zulk een Farizeescbe geest echter worde van ons geweerd.
Zoo betoogt in hoofdzaak De Hope.
Wij zijn het hiermede hartelijk eens De fusie van kerken die velen in de nieuwe wereld schijnen te begeeren, kunnen wij als Gereforqieerdea niet verlangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 10 januari 1909
De Heraut | 4 Pagina's