Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Leestafel.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leestafel.

7 minuten leestijd

DR. A. KUYPER IR Dienaar des Woords te Vissingen. De Vastigheid des Verbonds, Amsterdam W. KIRCHNER 1908.

Na zijn twee, met ingenomenheid door het gereformeerde publiek ontvangene werken, De Band des Verbonds en Van de Kennisse Gods, bood DR. A. KUYPER JR. ten vorigen jare als derde werk aan: De Vastigheid des Verbonds.

Het is mij een bijzonder genoegen ook op dit jongste werk van den geleerden schrijver hier de aandacht te vestigen, en, laat mij er terstond aan mogen toevoegen, de lezing en de bestudeering er van aantebevelen.

Het doel, dat de auteur zich met dit werk stelde, omschrijft hij aldus in twee regels van zijn Een woord vooraf: „Het boekske dat hierbij het licht ziet, wil handelt n over het Veibond «elfjOverhet wezen en het karakter des Ver oonds". Met éhit doelstelling is het dan ook onderscheiden van de voorafgaande studiën. — „In ons eerste boeksken", zegt KUYPER, werd noch het Verbond zelf uiteengezet, nech de Middelaar beschouwd, maar alleen de band des Verbond? , het heilwerk Gods in den uitverkoren bondehng, tot voorwerp van onze Schrifistudie gemaakt”.

Het wil mij voorkomen, dat onze doctor het deel wat hij zich hier stelde, uitnemend heeft bereikt.

In dit werk over de vastigheid des Verbonds wordt toch niet alleen maar gehandeld over het wezen en het karakter des Verbonds, maar er wordt ook goed over gehandeld; d. w. z. zóó, dat men door KUYPER'S behandeling van dit heilig onderwerp, in het wezen en karakter des Verbonds een duidelijk inzicht krijgt.

Niet ieder geleerde is tevens een goed docent.

De heer KUYPER toont echter in dit werk zoowel het een als het ander te zijn. Men kan toch door middel van het gesproken of geschreven woord over een onderwerp, ook over een heilig onderwerp, handelen, zelfs breedsprakig handelen, zonder dat de hoorder of leaer er vtel wijzer door wordt. Maar men kan het ook zóó doen, dat men hun kennis verrijkt of ten mioste verheldert.

Alleen in het laatste geval handelt men er goed over.

Daartoe is dan nocdig èa dU de docent zelf ziJQ onderwerp meester is, èn dat hij de geschiktheid tot onderwijzen bezit.

Vlissingens prediker geeft in De Vastigheid des Verbonds blijk zoowel van het eerste als vau het laatste.

Het boek van even tweehonderd bladzijden, bevat, na een inleidend hoofdstuk, vier hoofdstukken waarin het dan tot de eigenlijke behandeling van het onderwerp komt.

Voor zijn Inleiding koos DR. KUYPER dea iel wat pikanten titel: en Nagel in Zijne Heilige Plaats, Ik moet zeggen, dit opschrift pakt, en in een populair werk als dit kan het er mee door, te meer daar het, al zal ook nog niet ieder trouw bijbellezer zich dit zoo maar dadelijk herinneren, ontleend is aan de Schrift en wel aan Esra 9:8: Ea nu is er, als een klein oogenblik, eene genade geschied van den HEERE, onzen God, om ons eene ontkoming over te laten, en ons eenen nagel te geven in Zijne heilige plaats, om onze oogen te verlichten, o onze Godl en om ons een weinig leven te geven in onze dienstbaarheid.”

Naar de eischen eener goede exegese wordt dit schoone woord uit ESRA'S gebed dan verklaard en wel als allereerst „te doelen op die genade van den HEERE, aan het verloste volk geschied, dat Hij aan de ontkomenen uit Bibel vastigheid gegeven heeft in de plaatse Zijns heiligdoms", en daarna toegepast op de vastiglieid des Verbonds.

Weldadig deed mij aan, wat in deze Inleidiug dan verder volgt.

„Woide evenwel bedacht, dat steeds in tweeërlei opzicht over de vastigheid des Verbonds gesproken kan worden, onderwerpelijk en voorwerpelijk. In het eerste geval zal meer aan de orde komen de persoonlijke verzekerdheid van zijn stand, de zekere wetenschap van een verkoren kind Gods, een waarachtig bondeling te zijn; in het tweede geval zal meer op den voorgrond gesteld worden de onwrikbare vastigheid, die in het Verbond zelf ligt, omdat de altoos wijze Raad des HEEREN eeuwig standhoudt, altoos kracht heeft, en het hoog Besluit oor niets gekeerd kan worden.”

Zoo is het; zoo moet het ook; en zoo doet het ook DR, A. KUYPER JR. Het vermaan dat hij hier geeft: te bedenken, dat steeds in tweeërlei opzicht over de vastigheid des Verbonds gesproken kan worden, volgt hij zelf op.

Hier is allerminst te klagen over een eenzijdig vocrwerpelijke waarheid, maar komt ook de onerwerpelijkc waarheid tot haar recht.

En dat reeds ia de Inleiding. KUYPER toch eschrijft daar eerst boe „onderwerpelijk de vasigheid des Verbondz wordt genoten" en dan oe het „voorwerpelijk een te belijden waareid is, dat de volzalige Bonds-God Zijn Genaevetbond als een onwrikbare vastigheid aan l Zijn volk geschonken heeft.”

In het werk zelf is dan ook alzoo niets van ie eenzijdig objectieve wijze van het voordragen es Verbondsleer, welke dese leer zelf vaak oet misverstaan, vaak verdacht maakt.

Volgt, in vier hoofdstukken, de uitzetting van e dus weiverstane Verbondsleer. Eerst krijgen ij een hoofdstuk over de Leer der Verbonden, aarin achtereenvolgens gehandeld wordt over: et verbondsleven van God Drieöenig; den Raad es Vredes; het Verbond der Werken; het Verond der Gemeene Gratie; het Verbond der enade. Dan komt hoofdstuk III over: de Vasigheden des Verbonds en wordt gesproken van: et en Evangelie: de beloften des Verbonds; et Testament Gods; de erfenis der vromen

de wrake des Verbonds. Verder hoofdstuk IV, Bet Hoofd des Verbonds waarin Christus u geteekend wordt als: de Middelaar, de Borg en het Hoofd des Verbonds. Uit een formeel oogpunt taoge de verhouding waarin het opschrift van dit 4e hoofdstuk tot de drie onderdeelen staat, niet geheel onbedenkelijk zijn, de inhoud er van getuigt echter, evenals die der andere hoofdstukken, van grondige Schriftstadie en vertrouvrdheid zoo met onze oude dogmatiek, als niet de werken van DR. A. KUYPER en DE. H, BAVINCK.

En hoeveel studie en geleerdheid er ook achter zit, schier overal is het den schrijver gelukt zijn gedachten in voor allen verstaanbare taal uittedrukken. De gave van voor het volk te schrijven, zoo rijkelijk toebedeeld aan den vader, wordt ook bij den zoon niet gemist.

De Vastigheid des Verbonds is een boek, naar men op iedere bladzijde merkt, wel door een goed geschooid Theoloog geschreven, maar daarbij tevens een boek niet alleen voor de school, maar ook voor het leven.

In het slothoofdstuk eindelijk of Besluit wordt nog eens, in korte samenvatting, gehandeld van de Vastigheid des Verbonds en daarna een bladzijde uit de historie voor ons opgeslagen.

In dat eerste stuk wordt zoowel aangedrongen op rechte en zuivere kennis van al Gods werken als op het mystiek genieten van het gekende, zonder welk genieten het dreigend gevaar, gelijk; de schrijver zoo terecht opmerkt, voor „versteende orthodoxie, rationalistische dorheid, intellectualistische verstijving" zich verwezenlijkt. Met voorbeelden ontleend aan de esthetiek enhetesthelische genot wordt de zin van dit religieus genieten, in zeer fraaie, taal, dan verduidelijkt.

Het tweede stuk: een bladzijde der historie vindiceert — met verwijzing naar de dissertatie van wijlen onzen DR, W. VAN DEN BERGH: Calvijn over het Genadevetbond en de oratie van DR. G. VOS, welke deze toen hij hoogleeraar aan de Tneologische School te Grand Rapids was, uitsprak: Be Verbondsleer in de Gereformeerde Kerken — op historische gronden het zuiver Geieformeerd karakter van de Verbondsleer.

Wij wenschea DR. KUTPIR met dit zijn ge-1 schrift van harte geluk. Het is nietminder dan een verrijking van onze nieuwere dogmatisch stich lelijke litteratuur voor het Gereformeerde volk.

Het boek laat zich aangenaam lezen. De stijl is goed verzorgd en aan onzen ijverigen uitgever W. KIRCHNER te Amsterdam komt een woord van lof toe voor de keurige uitvoering.

Moge het werk velen onderwijzen in de rechte en zuivere kennis van de Verbondsleer en bevorderlijk zijn aan het doen genieten van het daarin gekende.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 januari 1909

De Heraut | 4 Pagina's

Leestafel.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 januari 1909

De Heraut | 4 Pagina's