Buitenland
Duitachland. Uit Bremen. Waar deering van Calvijn.
Reeds meermalen deelden wij het een en ander mede over den strijd der geesten die in de vrije stad Bremen gevoerd wordt. De kamp tegen het ongeloof, gelijk die in deze stad gestreden wordt, is zeer merkwaardig. Ook de pers dient daarbij als middel, en vooral wordt de zaak van het Evangelie gediend door het Bremer Weekblad, waarvan de predikant Büttner redacteur is, In zijn terugblik over het jaar 1908, schrijft deze:
„Ook bij ons in Bremen wordt weder de natuurwet in de wereld der geesten" bewaarheid, dat meeningen in denzelfden tijd, waarin der zake kundigen ze als dwalingen begonnen op te geven, door de groote massa willig plegen aangenomen te worden. Het monisme is — vooral na den dood van Kolthoff - geen geestelijke kracht meer, maar het werkte nog onder de massa; daardoor is het tegenwoordig gevaarlijk voor de publieke opinie, maar daarin ligt ook de] duidelijke aanwijzing dat het ten slotte moet verdwijnen. Het is voor ons persoonlijk geen nadeel, dat de tijdgeest ons tegen is en dat wij dus tegen den stroom moeten oproeien; dat moet voor ons en voor onze zaak, gelijk dit in de geschiedenis van de kerk van Bremen telkens blijkt, medewerken ten goede, wanneer wij maar God en Zijn woord hartelijk liefhebben. Het moet altijd onze overtuiging zijn, dat ook de stroom van den tijdgeest Gods molen drijft en dat wij het Evangelie noch te verdedigen noch te verbeteren, noch in overeenstemming met den tijd te maken ^hebben. Veeleer verdedigt het ons... Of staat'In onzen Bijbel de spreuk: „Onze concessie aan den tijdgeest is de overwinning die de wereld overwint ? ”
Het jaar 1909 brengt ons veel gedenkfeesten; dat van Handel, Haydn, Darwin, Mendelsohn e. a.; het gewichtigste zal dat van den grooten reformator Calvijn zijn, wiens geest zulk een grooten invloed op de geschiedenis der kerk van Bremen gehad heeft. Ook Calvijn heeft gedwaald; maar dit eene kunnen en moeten wij, kinderen van het tegenwoordige Bremen, van hem leeren, namelijk hoe juist die persoonlijkheden, die zich met onbuigbare beslistheid alleen aan de zijde Gods plaatsen, en die niet naar het oordeel of den bijval van menschen, maar alleen naar den wil en het oordeel Gods vragen, in bijzondere mate een vormende macht over de menschen en over hunnen tyd uitoefenen.”
Het doet ons Gereformeerden goed, in een Dnitsch blad zulk een oordeel over Calvijn, en dat van niet Gereformeerde zijde, te lezen. Het is onze overtuiging dat naarmate het leven en de arbeid van Calvijn bestudeerd wordt, des te meer de gave Gods in dien reformator aan de Kerk des Heeren gewaardeerd wordt.
— Een „Aufruf" der Augustusconferentie.
De Evangelisch-Luthersche conferentie der Pruissische landskerk („Augustus-conferentie") heeft het volgende in een „Aufruf" bekend gemaakt:
„De strijd die tegenwoordig onze landskerk in breede kringen verscheurt, is in het leven geroepen door eene zich Christelijk noemende wetenschap, die de feiten waarop onze zaligheid rust, in het bijzonder de verlossing door onzen Heiland, openlijk loochent.
Wij hebben den ons opgedrongen strijd aanvaard, in het heldere bewustzijn, dat hij alleen met geestelijke wapenen in de kracht des geloofs gevoerd worden kan en moet.
De uitkomst van dien strijd ligt, wijl hij tegenwoordig minder een kamp is, die tot vaklieden beperkt is, dan eene worsteling voor het behoud van het Christelijk geloof van ons volk, in handen van onze gemeenteleden.
Daarom binden wij het ieder lid der gemeente op het hart, zich toe te rusten tot hel deelnemen in dien strijd door ernstig onderzoek van de Heilige Schrift (Joh. 5 : 39), gedurig gebed en grondig lezen van de belijdenisschriften onzer Evangelisch-Luthersche kerk, inzonderheid van den grooten en kleinen Catechismus van Luther.
Dan zullen de geloovigen, staande op den door Jezus Christus gelegden grondslag, in staat en bereid zijn, voor een ieder in de kracht des Heiligen Geestes getuigenis af te leggen van de hoop die in ons is (i Petri 3 : 15).”
Wij houden er ons van overtuigd, dat wan neer naar deze woorden gehandeld wordt, in de Pruissische landskerk nog meer strijd zal ontstaan dan tegenwoordig het geval is, want dan komt de vraag ook aan de orde: Mag men blijven onder kerkbesturen, die predikers van het ongeloof handhaven? en hoe moet men handelen om tot reformatie der kerk te geraken? Vooral zal dit laatste bet geval zijn, nu de ruisische landskerk de rechten der gemeente n het beroepen van bare predikanten heeft esnoeid, en overal tegenwoordig den regel geldt, at de kerkbesturen om den anderen keer geechtigd zijn, predikanten in geval van vaoiures, voor de gemeenten aan te wijzen.
Noorwegen, De „gemeentefacu11eit" geopend. De kerkelijke landsvergadering.
Den 3den September 1908 werd in Christiania de „gemeentefaculteit" geopend. Deze „gemeentefaculteit" is door mannen en vrouwen gesticht, die het niet langer lijdelijk konden aanzien, dat aan de staatsuniversiteit van Christiania de Theologie in modernen geest werd onderwezen, en die daarom er toe kwamen om doormiddel van vrijwillige bijdragen een faculteit te stichten en te onderhouden, die de aanstaande dienaren des Woords onderwijzen zonden in de waar heden gelijk die in de Augsburgsche confessie zijn nitgesproken. De wijdmgsrede werd door den predikant Christophel Knudsen gehouden die verklaarde dat de „Gemeentefaculteit" niet uit zucht om te strijden en tot versplintering gesticht was, maar uit de zucht om in ojjboüwenden geest mede te werken tot uitbreiding vaa het koninkrijk Gods, Dit was reeds uitge sproken toen er eene oproeping uitging om tot stichting der gemeentefaculteit te geraken, en dit mochten de professoren, die deze faculteit gingen dienen, nooit vergeten.
Het gebouw waarin de gemeentefaculteit hare lessen geeft is in de nabijheid van de gebouwen der Staatsuniversiteit gelegen, zoodat de studenten zonder bezwaar de lessen aan beide inrichtingen kunnen volgen. De professoren der faculteit hebben hun best gedaan hunne lessen zóo te Btellen, dat ze niet te zamen vallen met de colleges die aan de staatsuniversiteit gegeven worden. Men wil de gemeentetacolteit zoo nauw mogelijk aan de staatsuniversiteit verbiaden, maar men verlangt de belijdenis niet aan de willekeur dier universiteit prijs te geven.
Er was van liberale > ëde voormeld, dat geea of zeer #einig stadentén zich onder het ge£oor derrechtzinnigehoogleeraren zouden laten vinden; doch dit is niet aldus uitgekomen. Tien studenten lieten zich bij de gemeentefaculteit inschrijven, en een twintigtal volgt hare colleges zonder zich te hebben laten inschrijven. Bij de colleges in de Godgeleerdheid aan de Staatsuniversiteit zijn een gelijk getal studenten aanwezig. Dit is te moedgevender, omdat de gemeentefaculteit nog geen professoren voor het hoofdvak, de dogmatiek, bezit.
De tweede gewichtvolle gebeurtenis voor de Lutbersche kerk van Noorwegen, die in den laatsten tijd plaats vond, was het saamkomen van de kerkelijke landsvergadering, die in Christiania van z tot 9 November gehouden werd. Voordat deze vergadering saamkwam, was eene samenkomst voor „vrijzinnig Christendom" gehouden, die door den predikant Klavener saamgeroepen werd. Daarin wilde men optrekken tegen hen die de belijdenis wenschen te handhaven en tegelijk tegen de radicalen front maken. Men wist van deze vergadering niets anders te zeggen, dan dat vertegenwoordigers van verschillende riohtingen broederiijk met elkander konden saamspreken. Maar de spraakverwarring bij die verhandelingen was zoo groot, dat zelfs de dagbladen die op het standpunt der liberalen staan, met geen woord daarvan melding maakten.
De kerkelijke landsvergadering bestond uit de afgevaardigden der zes Stiftsvergaderingen, en gaf uitdrukking aan de wenschen en het streven der kerkelijk gezinde Noorwegers, Er werd daar niet alleen een klaar getuigenis afgelegd, maar al de dingen die ter tafel kwamen, werden grondig en met zaakkennis ter sprake gebracht, terwijl men vervolgens daarover resoluties 'nam. Inzake de belijdenis des geloofs besloot men de gemeenten de vrije hand te laten. Wanneer de raadslag der vergadering doorgaat, kan men bij het doen van belijdenis eene gemeenschappelijke belijdenis óf eene belijdenis van ieder afzonderlijk vragen.
De tweede zaak die ter tafel kwam, was een nieuwe kerkenordening, waarvoor een volledig uitgewerkt plan aan de vergadering werd voorgelegd.
Volgens dit ontwerp zou de Luthersche Staatskerk van Noorwegen veranderd worden in een vrije Volkskerk, met eigen vergaderingen en besturen. Dit voorstel scheen wel sommigen vertegenwoordigers der kerk erg radicaal, maar het werd toch met 72 stemmen voor en 3 tegen aangenomen. Het voorstel is bij de regeering aanhangig gemaakt, en deze heeft in vereeniging met de Storthing (de volksvettegenwoordiging) eene commissie benoemd, om het kerkelijk vraagstuk te onderzoeken. Maar in die commissie zijn de verschillende richtingen, die er in de Staatskerk gevonden worden, vertegenwoordigd, zoodat men niet weet wat deze zal voorstellen. Daarna komt het ontwerp bij de regeering en de volksvertegenwoordiging. DU is zeker, dat het kerkelijk vraagstuk niet meer van de baan geschoven worden kan. Daarvoor heeft de moderne Theologie, die door de regeering gesteund werd, gezorgd. Doordat het ongeloof in de kerk, steun vond bij de overheid van het land, wil men nu de kerk vrij maken.
In dit stuk was de kerkelijke landsvergadering geheel een.
Nog kwam op deze vergadering de vraag aan de orde. wie tot het sluiten van huwelijken bevoegd is: de overheid of de kerk. Met groote eenstemmigheid werd uitgesproken, dat de zaken van het huwelijk bij de overheid behooren; als de overheid twee personen verklaard beeft in den echtelijken staat verbonden te zijn, dan kunnen zij den zegen der kerk vragen. Over het algemeen was de geest der vergadering, dat alles wat op de kerk betrekking heeft, zoo vrij medelijk zijn moet. De kerk en hare voorrechten behoort men te zoeken om de waarde die men daaraan hecht; niets moet in deze worden opgedrongen.
Men ziet hieruit, dat de belijders des Heeren in Noorwegen van eene gepriviligeerde staats kerk niets willen weten. Als ons niet alles bedriegt, dan zijn de dagen der Luthersche Staatskerk in Noorwegen geteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 31 januari 1909
De Heraut | 4 Pagina's