In de Gereformeerde Kerk
Amsterdam, 12 Maart 1909.
In de Gereformeerde Kerk vestigt Ds. J. Ëringa van Woerden nogmaals de aandacht op het tractaat, dat de heer J. A. Wormser over den Kinderdoop schreef en geeft hij zelfs den inhoud van dit geschrift met blijkbare instemming weer.
Op zich zelf is hier niets tegen, v/ant wat de heer Wormser over den kinderdoop schreef, is in menig opzicht ook voor onzen tijd nog van belang. Mits natuurlijk hierbij maar wel in het oog wordt gehouden, dat de heer Wormser geen theoloog was, dat hij .'esfde in een tijd, toen de Gereformeerde theologie zoek was, en dat zijn opvatting van den doop op verschillende punten zeef belangrijk afweek van wat onze Gereformeerde vaderen steeds hebben beleden, waarom zijn geschriften steeds met oordeel des onderscheids moeten gelezen worden. We zeggen dit niet, om den heer Wormser daarvan een verwijt te maken. De nagedachtenis van dezen edelen vriend en medestrijder van onzen Groen van Prinsterer staat ons daarvoor te hoog. Maar wel om te waarsphuwen, dat men niet met een beroep op dezen geloofsgetuige allerlei verkeerde voorstellingen omtrent den doop bij ons volk ingang zou doen vinden.
Met name geldt dit de vraag, aan welke kinderen de doop mag bediend worden. Volkomen terecht is de heer Wormser opgekomen tegen de subjectieve richting, die den doop alleen wilde bedienen aan kinderen van zulke ouders, van wie men de overtuiging had, dat ze waarlijk bekeerde menschen waren. De Kerk kan dit nooit met zekerheid uitmaken en heeft daarom bij het onderzoek naar het „geloovig zijn" der ouders af te gaan niet op een subjectieve overtuiging, maar op de belijdenis der ouders zelf. Daarom wordt in de tweede dOopvraag aan de ouders gevraagd, of zij de leer, die in het Oude en Nieuwe Testament en in de artikelen des Christelijken geloofs beleden is, en in de Christelijke Kerk alhier geleerd wordt, niet bekennen de waarachtige en volkomen leer der zaligheid te wezen.?
In dat opzicht heeft de heer Wormser volkomen geüjk gehad, maar hij ging veel te ver, toen hij lijnrecht in strijd met onze Gereformeerde belijdenis alle subjectieve genade voor den Doop zoowel bij de volwassenen als bij de kinderen ontkende. „Want, zoo schreef hij, men doopt geen heiligen, maar goddelaozen; men doopt geen christenen; en eerst door den doop wordt men een christen!' Dit toch is in de meest flagrante tegenspraak met ons Doopsformulier, waar in de eerste doopvraag aan de ouders gevraagd wordt, of zij belijden, dat hunne kinderen in Christus geheiligd zijn en daarom als lidmaten zijner gemeente behooren gedoopt te worden.' Wanneer del heer Wormser hieraïia toevoegt, dat h' „christelijk geloofsleven en de mogelijkheid om een leven te leiden, voortvloeiende uit Christus zoendood en opstanding, een aanvang neemt, nadat de mensch door den doop met God in verbondsbetrekhing wordt gebracht", dan is ook deze beschouwing meer Luthersch dan Gereformeerd. De verbondsbetrekking wordt niet eerst door den Doop teweeggebracht, maar de Doop rust op de verbondsbetrekking, die er tusschen God en de kinderen der geloovJgen van hun geboorte af bestaat.
We gelooven gaarne, dat Ds. Eringa, die deze woorden van den heer Wormser overneemt, toch niet bedoeld zal hebben, dat deze voorstelling zuiver Gereformeerd is. Maar juist daarom verwondert het te meer, dat, waar Ds. Eringa dit betoog met zooveel warme ingenomenheid bespreekt, elk woord van - waarschuwing en critiek ontbrak. Of wringt de schoen wellicht hier, dat deze Luthersche opvatting van den Doop zoo uitnemend bij de Volkskerk past en daarom Wormser's naam dienst most doen, om deze ongerefqrmeerde opvatting van den Doop bij de lezers der Gereformeerde Kerk ingang te doen vinden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 14 maart 1909
De Heraut | 4 Pagina's