Ds. van Grieken van Ameide
Amsterdam, 19 Maart 1909."
Ds, Van Grieken van Ameide heeft onlangs in het Gereformeerde Weekblad aan de redactie der Wekstemmen, een blad dat van de Utrechtsche predikanten Dr. Troelstra en Ds. Briet uitgaat ea tot de „confessioneele" richting behoort, gevraagd, wat ze eigenlijk onder „volkskerk" verstond.
Zooals men weet, is deze term volkskerk vooral in de kringen der Confessioneelen een soort Shibboleth geworden. Volkskerk, vaderlandsche Kerk of nationale Kerk zijn de woorden, waarmee men onder deze broeders gewoonlijk de Hervormde Kerk aanduidt. In het antwoord, dat de Haarlemsche Kerkeraad op het verzoek der modernen om een predikant gaf, werd voorop gesteld, „dat de Hervormde Kerk volkskerk zijn en blijven wil, in dezen zin, dat zij allen omvatten wil, om allen tot het evangelie van Christus te brengen." En niet de minste grief tegen de Gereformeerden uit de actie van 1834 en 1886 is, dat ze, door te breken met de Synodale hiërarchie, de volkskerk hebben prijsgegeven. Daarmede waren we ontrouw geworden aan het heilig ideaal onzer Gereformeerde vaderen, die altijd voor de volkskerk hadden geijverd.
Nu is onzerzijds steeds tegen dien term volkskerk geprotesteerd, omdat hg hoe ook opgevat, in geen opzicht op ds Hervormde Kerk ten onzent van toepassing kan wezen. Men kan in landen als Zweden en Noorwegen, waar bijna ieder lid is van de Luthersche Kerk, van een nationale of volkskerk spreken. Maar in een land als het onze, waar het volk in allerlei godsdienstige gezindheden uiteenvalt en slechts de kleinere helft tot de Hervormde Kerk behoort, is de titel van volkskerk of nationale kerk voor deze Kerk een aanmatiging, die eigenlijk geen pas geeft.
Dieper ging echter ons principieel verzet tegen dezen term volkskerk, omdat daardoor het wezen der Kerk gedenatureerd wordt. Onder volkskerk verstaat men toch, gelijk de Haarlemsche Kerkeraad zeer juist opmerkt, een Kerk, die door den doop heel de massa van het volk in zich opneemt, om deze volksmassa door het Evangelie tot Christus te brengen. Nog daargelaten nu, dat zulk een volkskerk in werkelijkheid nooit bestaan kan, of de Overheid moet heel het volk dwingen om zich aan deze geestelijke bearbeiding te onderwerpen, spreekt het wel van zelf, dat deze opvatting der Kerk wel Luthersch en Roomsch is, maar lijnrecht ingaat tegen de Gereformeerde idee der Kerk. De Gereformeerde belijdt toch met Calvijn, dat de uitverkiezing het cor ecclesiae, het hart der Kerk, is. Die uitverkiezing geldt niet allen, maar enkelen, niet geheele volkeren maar personen. En waar de Kerk naar haar wezen de gemeente der uitverkorenen of wil men, gelijk onze Belijdenis het noemt, de vergadering er ware Christgeloovigen is, daar kan de Kerk niet allen omvatten. Waar nog bij omt, dat de Gereformeerde Kerk nadruk egt meer dan. eenige andere Kerk op de andhaving van de kerkelijke tucht, terwijl de volkskerk altijd en overal geldd heeft tot een practisch verwaarloozen van de tucht.
Het was daarom wel belangrijk, te weten, welk antwoord de redactie der Wekstemmen aan Ds. Van Grieken geven zou.
Enkele kenmerkende zinnen uit dat antwoord deelt Ds, van Grieken mee, die ook wij hier overnemen:
„Noch de opvatting, die het modernisme heeft van Volkskerk, noch die van de Eoomsche kerk, kan de |opvatting zijn van de Gereformeerden, Daarvoor legden zij te grooten nadruk op de uitverkiezing als het hart der kerk en op de kerkelijke tucht."
„De Gereformeerde kerk kan dus naar haar aard nooit volkskerk zijn, in dien zin, dat zij noodzakelijk alle rangen en standen moet omvatten, "
„Overigens werd van volkskerk op Gereformeerd terrein zelden gesproken, "
„Dat spreken van volkskerk of vaderlandsche kerk in dien algemeenen zin., , kwam eerst op, toen de kerk haar belijdenis vergat en verslapte in toezicht op hare leden." ^
„Duidelijk is gevoeld, dat een kerk die een massa, een schare wil omvatten, of uitwendig of ongeestelijk worden moet, en dan beteekent de naam voiksKERK toch feitelijk niets meer."
„De geschiedenis leert dat de Gereformeerden al heel spoedig dit hebben vergeten. DeGerefor meerde kerk heeft het heele volk willen omvatten, heeft allen toegelaten en allen in één kerkverband, één nationale organisatie willen binden. Zij is volkskerk geworden in een zin, met haar karakter in strijd.
En moest daarbij haar geestelijke kracht inboeten."
Van deze nadere verklaring nemen we dankkaar acte.
Toegestemd wordt hier: ie, dat de naam volkskerk op Gereformeerd terrein iets nieuws is en door onze vaderen niet is gebruikt;
2e, dat de idee volkskerk in strijd is met de leer der Gereformeerde Kerk van de uitverkiezing en met haar aandringen op kerkelijke tucht;
3e, dat de Gereformeerde Kerk, toen ze volkskerk wilde worden, haar karakter ver loochend en haar geestelijke kracht heeft ingeboet.
Wel wordt hierbij telkens opgemerkt, dat dit geldt voor de volkskerk, die „alle rangen en standen", die „heel het volk", de massale menigte wil omvatten, maar verba valent usu, en het woord volkskerk laat geen andere beteekenis toe, dan een kerk, die heel het volk in zich opneemt.
Wil men zulk een volkskerk niet, dan is het niet alleen misleidend, maar ook uiterst gevaarlijk dezen term45ch telkens te gebruiken; want het volk verstaat onder volkskerk niet anders dan dit.
Maar al blijven we daarom het gebruik van dezen term wraken, de nadere verklaring door de Wekstemmen gegeven, geeft toch hoop, dat het verschil tusschen ons en dez3 confessioneele broeders niet zoo principieel is, als we afgaande op sommige uitlatingen wel meenden.
Want ook onzerzijds wordt natuurlijk volmondig erkend en beleden, dat de Kerk zich niet mag terugtrekken in een kleineren kring, afgesloten van het nationale leven, maar dat het haar heilige roeping is, heel ons volk weer terug te roepen tot den dienst des Heeren en dat ze daarom een licht en zout der wereld moet zijn.
We meenen alleen dat de Kerk deze nationale roeping dan het best vervullen kan, wanneer ze haar belijdenis handhaaft, de sleutelen ^er tucht gebruikt, daardoor haar innerlijke geestelijke kracht versterkt en zoo werkelijk een zout wordt om het bederf te weren.
Want het zout, dat zelf smakeloos is ge worden, deugt nergens toe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 21 maart 1909
De Heraut | 4 Pagina's