Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„Bewasschen in zijn bloed.”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Bewasschen in zijn bloed.”

9 minuten leestijd

En van Jezus Christus, die de getrouwe Getuige is, de eerstgeborene uit de dooden, en de Overste der koningen der aarde. Hem, die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewasschen heeft in zijn bloed. Openb. i : 5.

Van het bloed van Christus hoort ge zelfs in de Lijdensweken weinig meer. Er is jarenlang zoo schamper en minachtend geklaagd over de i^^f^theologie, dat het zelfs onder Godgeleerden, op den kansel, en in het gebed, voornaam stond zoo min mogelijk van het bloed van Jezus te spreken. Men sprak van zijn stervenssmart, van zijn doodsangsten, van zijn uitblazen van den laatsten adem, en dit alles mocht; maar van bloed mocht niet gerept, van bloed niet gewaagd worden; hoemeer dit bloed zelfs uit de lijdenstaai verdween, te hooger stond men geestelijk.

Nu lag in dit dringen op soberheid iets prijslijks. Men had metterdaad in de lijdenstaai het spreken van het bloed van Jezus te zeer vermenigvuldigd. Vooral in Duitsche kringen en in het Duitsche lied sloop overdrijving in, een overdrijving die ook onder ons navolging vond. £n dit vervalschte den geloofssmaak.

Het echte geloof heeft smaak in het mysterie van het Lam Gods en mijdt het te zeer hechten aan het akelige van het bloed. Bij den vervalschten smaak daarentegen van een ontzet geloof gaat men juist aan dit akelige zich hechten, laat het sentiment te sterk boven komen, en voelt zich te meer geroerd, hoe meer het bloederige van GolgothaJn schel licht komt.

Daartegen is toen protest gerezen, en dit was prijslijk. Dat spel van de verbeelding met het bloed bij menschen die geen bloed kunnen zien, had den zin voor het mysterie van het heilig Godslam verstompt. Dit verliep in een gevoelsoverprikkeling, die de bloemkelk van het geloof zich sluiten deed. Het werd zenuwactie, in plaats van een actie der ziel.

Dat men hier tegen inging, was dan ook natuurlijk. Het lijden van den Man van Smarten wordt ontheiligd, zoo men het verlaagt tot een stuk lijfstraffelijke rechtspleging, of erger nog, er een bloedige voorstelling van maakte, die maar al te spoedig met de vertooning van een moordtooneel in een marktkraam op één lijn komt te staan. Het bloed van het Godslam is te heilig, om er onfijne zenuwen hun onheilig spel mee te laten drijven. De ziel die zoen bij God in Jezus bloed zocht, is er dan ook nooit door verleid.

Maar zoo heerlijk als 't is, dat we van dit valsche uitspruitsel van het ingezonken geloof der 18e eeuw thans verlost zijn, even ernstig moet er tegen gewaakt, dat we, om aan dit ergerlijke der sentimentaliteit te ontkomen, er ons niet aan wennen, om dan maar liever van het bloed van het heilig Godslam te zwijgen. Veeleer moet Christus Kerk, als het jubelen in het bloed van het Ltm Gods dreigt te verstommen, er weer om roepen, er zelve weer inleven, het weer met nadruk tot de ziel spreken laten.

Dat moet omdat de Schrift, omdat Jezus zelf, en na Hem zijn apostelen, er ons in voorgaan. Heel de offerdienst in Sions tempel bracht van dit bloed van onzen Middelaar de eeuw na eeuw aanhoudende profetie. Jezus zelfheeft in den beker van het heilig Avondmaal den wijn, als nabootsend symbool van zijn bloed, als voor aller oog uitgestald. Zijn bloed was het bloed des Nieuwen Testaments, dat voor velen vergoten werd tot vergeving der zonden, en zelfs in zijn betuiging, dat wie zijn bloed niet drinkt aan hem geen deel heeft, klinkt, dieper opgevat, dezelfde gedachte na. De apostel predikt ons, dat de heilige God den Middelaar gesteld heeft tot een verzoening door het geloofin zijn bloed. Het is door het bloed van Jezus dat we gerechtvaardigd zijn. Er is geen verlossing dan door zijn bloed. De heidenen die van verre stonden, zijn zalig gesporden door het bloed van Christus. Christus is de Hoogepriester, niet door de offerande van var of lam, maar door zijn eigen bloed. Wij gaan in het heiligdom binnen door het bloed van Jezus. Christus heeft door zijn eigen bloed zich een volk geheiligd. Wij zijn veilost niet door goud of zilver, maar door het dierbaar bloed van Jezus Christus. Het bloed van Christus reinigt ons van alle zonden. Het is met het bloed van Jezus dat we besprengd moeten worden. In de gewesten der zaligheid juichen de verlosten het Lam, dat staat als geslacht, tegen met den lofzang: Gij hebt ons Gode gekocht met uw bloed. De heiligen hebben hun kleederen wit gemaakt in hel bloed van het Lam. En reeds in het beginvan de Openbaringen heet het: Die ons gewasschen heeft in zijn bloed.

Zoo driegt heel de Schrift door het bloed van het heilig Godslam zich aan de geloofsvoorstelling van Gods kinderen op. Niet terloops, maar telkens, niet zijdelings maar opzettelijk roept Gods Woord ons altoos weer naar dit , , bloed des Kruises", en alleen zoo uw ziel in dit bloed van Jezus ruste vond, hebt ge vrede bij God.

Alleen maar, als de Schrift u dit „bloed des Kruises" voor oogen stelt, is het niet om het akelige en bloederige, dat uw zenuwen kan óver prikkelen, maar omdat in het bloed het leven is, en omdat dit bloed, als orgaan van het leven, van een mysterie wil spreken tot de ziel.

Ons leven is in onzen geest, en ook als we in ons sterven het lichaam hebben afgelegd en het leven uit het bloed wegsloop, to/a«« we nog, ontbloot, naakt gelijk de apostel het zoo schoon uitdrukte, maar bestaan we toch in afwachting van de opstanding die komt, en die onze ziel met ons dan verheerlijkt lichaam zal overkleeden.

Maar dan is het geen vol menschelijke existentie meer. Dan bestaan we in afgescheidenheid. Want ons volle menschelijk bestaan is het bestaan naar ziel en lichaam. En bij dit volle menschelijke bestaan in ziel en lichaam is het bloed de drager van het leven, en is in dit bloed het leven van ziel en lichaam vereend.

Toen de Zone Gods onze menschelijke natuur aannam, nam hij aan „het vleesch en bloed der kinderen". In het bloed dat Jezus in zijn aderen droeg, tintelde het leven zijner ziel, en omdat hij als Zone Gods èn dat vleesch èn dat bloed had aangenomen, werd dat bloed het voertuig van zijn Godmenschelijk leven.

Het vergieten van zijn bloed was alzoo het gewelddadig scheiden van ziel en lichaam, het offeren van zijn menschelijk leven, het ingaan in den dood.

Niet dat bloed als vloeistof, maar dat bloed als drager van het leven dat in Christus was, is alzoo het offer dat ons met God verzoent. En hier is het mysterie. Het dragen van den toorn Gods. Het zichzelf Gode als het Lam Gods ten offer stellen. De eeuwige waardij, die het bloed van Christus, toen het vergoten werd, d k l h bezat, bestond niet daarin dat het menschelijk bloed was, maar dat het was het bloed van den Zoon des menschen, in wien de Zone Gods onzen zoen volbracht.

Vandaar dan ook dat in het lijden van den Man van Smarten het bloed zoo sober meespreekt. De doornenkroon wondde zijn heilig hoofd, en deed bloeddruppelen op zijn heilig gelaat afleeken. Aan het kruis heeft de ruwe pin handen en voeten doorboord, en hierdoor bloed doen uitkomen. Maar zelfs de lanssteek in Jezus' zijde is eerst aangebracht, toen de dood reeds was ingetreden en het offer reeds was volbracht. Het bloed der verlossing is alzoo alleen het bloed dat zijn gelaat bemorstte, en het bloed dat uit zijn handen en voeten geperst werd; maar van een stroom van bloed dat uitspoot, was geen sprake. Een heilige soberheid, die het aangrijpende van het lijdenstafereel voor het stil geloof zoo plechtig bezegelt.

Ook ons voegt daarom bij het lijden van den Man van Smarten de hoogste soberheid. Als ge zelf bij het Kruis hadt gestaan, ge zoudt het bloed bespeurd hebben, maar toch slechts hier en daar, meer in droppelen dan in plassen. Het kwam niet op het vele aan, maar hierop, dat het heilig bloed van het Godslam uit het lichaam geperst werd en dat zoo het leven week. En altoos weer moet het geloof door dit bloed van het Lam indringen in de offerande voor ons gebracht, indringen in het mysterie van dit Godmenschelijk leven, dat zich overgaf, voor ons overgaf in den dood.

Maar hoe soberlijk ook uitgespet, uitgeperst, afgeleekt, dat bloed blijft hoofdzaak. Dat bloed, omdat het 't leven droeg, deed het. In dat bloed sprak de alles overwinnende liefde van onzen Hoogepriester. Denk u dat bloed weg en er zou geen verzoening voor onze zonden zijn.

Altoos moet het geloof, ter zaligheid, op dat bloed zich richten. Daarin lag de breuke met het leven dat hij voor ons aannam. Daarin het offer dat ons genezing zou aanbrengen. Het vergieten van dit bloed was het willen sterven, het zelf aangrijpen van den dood, om doordien dood een verloren wereld te redden. Dat bloed vloeide om onze zonde. In dat bloed werd de de toorn Gods gevoeld. En het door de zonde verbeurde leven kon alleen door dat bloed in den dood gaan, om straks in de verrijzems, verzoend, te triomfeeren.

Liefde was niet genoeg. De prediking van het Koninkrijk kon niet volstaan. Noch zijn wonderwerk noch zijn heilig leven kon ons zaligen. Alleen het Evangelie des Nieuwen Testaments kon redding brengen, en dat was het Nieuwe Testament in zijn bloed.

Zij 't dan al zinbeeldige taal, bij al de aandrift en al den drang van onze ziel die om genade dorst, kunnen we met niets minder toe, dan met de besprenging met dat bloed van Ctiristus, en zullen we eens rein en heilig voor God verschijnen, dan zal 't nooit anders zijn dan gewasschen in het bloed van het heilig Godslam,

In niets anders, in niets minder dan in het bloed van Jezus ligt ons behoud.

Wie aan dit bloed zijn heilige beteekenis ontneemt, kan niet aanzitten aan den heiligen disch.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 maart 1909

De Heraut | 4 Pagina's

„Bewasschen in zijn bloed.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 maart 1909

De Heraut | 4 Pagina's