Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vereenigingsleven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vereenigingsleven.

5 minuten leestijd

JONGELINGSVEREENIGINGEN IN ZUIDHOLLAND.

In een onzer vorige artikelen brachten we het een en ander in het midden over het ver eenigingsleven der Christelijke jongelieden, er daarbij op wijzende, [dat, onder meer, voor Zuid-Holland de cijfers der statistieken over het jaar, waarover het verslag in het Jaarboekje van de beide bonden loopt, niet zeer gunstig zijn.

In verband daarmee werd aangehaald wat de provinciale correspondent van den Bond van Jong.-Vereen. op Gereformeerden Grondslag zelf dienaangaande berichtte en waaruit bleek, dat de ongunstige cijfers, ten aanzien van Zuid Holland in de statistieken voorkomende, haar oorzaak vonden in het gemis aan opgewektheid en activiteit, dat zich in de kringen der jongelingen openbaarde.

Het spreekt overigens van zelf, dat, als een jaarboekje verslagen bevat, welke bij het afdrukken en uitgeven reeds ettelijke Jmaanden oud zijn, de bespiegelingen, waartoe zij aanleiding geven, kans hebben, niet meer volkomen te kloppen op de toestanden, zooals die zich inmiddels gewijzigd hebben.

Dit is ook van toepassing — we kunnen niet zeggen: tot ons leedwezen — op onze beschouwingen naar aanleiding van de mededeelingen van het jaarboekje aangaande Zuid Holland, gelijk blijken moge uit het hieronder volgende schrijven, dat ons gewerd. Dit blijkbaar officieel van de afdeeling Zuid Holland van meergenoemden Bond uitgaande schrijven luidt aldus:

Aan den geachten Schrijver van „Vereenigingsleven".

Hooggeachte Heer.

Als Secretaris van de Afdeeling „Zuid Holland" van den Ned. Bond van Jongel. Ver. op Geref Grondslag, nam ik met belangstelling kennis san hetgeen U over genoemde Afdeeling schreef tn De Heraut van 21 Februari 1.1.

Vergun mij echter naar aanleiding van Uw zeer gewaardeerde opmerkingen eenige zaken in het midden te brengen.

1. Jammer is het, dat het verslag van den vorigen Secretaris loopt tot Maart 1908 en dus den toestand weergeeft, zooals .deze voor een jsar geleden was, en niet zooals hij nu is.

2. Het aantal aangesloten Vere6niging.: n bleef hetzelfde. Maar U moet niet vergeten, dat „Zuid-Holland" een provincie is geweest, waar reeds in vroeger jaren veel aan propaganda gedaan is, zoodat bijna op elke plaats een J.

V. op Geref. Grondslag bestaat. In andere provinciën is deze actie nu ook gelukkig openbaar geworden.

3. 't Aantal leden verminderde met 36. Het is zoo. Toch moet men daarin niet een bewijs zien van achteruitgang voor de geheele provincie. De achteruitgang is geheel te wijten aan Rotterdam, terwijl juist het overig „Zuid-Holland" vooruitging. Immers, na vergelijking van 1907—1908, zien wij, dat te Rotterdam het aantal leden achteruitgegaan is met 56 — 7=49 leden (eene Vereeniging buiten oeschouwing latend, welke niet tot het eigenlijke Rotterdam behoort). In 't overige deel van onze provincie dus een vooruitgang van 13 leden.

4. Veel vergaderingen in een jaar kunnen blijken zijn van activiteit, maar ze behoeven toch alleen gehouden te worden waaneer ze noodzakelijk zijn.

5. Gelukkig kaa ik U mededeelen, op grond van de gegevens, welke mij ten dienste staan, dat er gearbeid wordt. Thans werd het zoogeaamde bondsbezoek niet gebracht aan ±. 60 vereenigingen maar aan ± 90 vereenigingen, dank zij den ijver van bestuursleden en vereeniingen. Oüze Leidersvergaderingèn waren uitstekend bezocht. Behalve door belangstellenden werden zij bijgewoond door afgevaardigden van 70 vereenigingen en lo Ringen.

Is er dan niets meer te verbeteren? O-zeker, l ons werk is gebrekkig; maar ik hoop toch, dat U, na lezing van het bovenstaande, eenige orrectie zult aanbrengen in Uwe meening over

„Zuid Holland". Met alle achting en heilbede voor Uw arbeid,

Uw dw, dn.,

B. A. KNOPPERS, Secretaris.

Rotterdam, 3 3'09. Benthuizerstraat 127B.

We willen naar aanleiding van dit schrijven gaarne eenige correctie in onze meening omtrent Zuid-Holland aanbrengen. De arbeid van de Christelijke jongelieden in hun vereenigingen is dezerzijds steeds met de meest mogelijke waardeering bejegend, en het ligt daarom voor de hand, dat het ons niet anders dan aangenaam kan zijn, als ongunstige conclusies, welke uit officieele gegevens getrokken moesten worden, achteraf blijken, niet met den inmiddels gewijsigden toestand in overeenstemming te zijn.

Evenwel moeten we er op wijzen, dat onze conclusies niet onjuist waren omdat wij te zeer op de cijfers afgingen zonder met omaiandigheden te rekenen; want uit hetgeen over den achteruitgang in Zeeland gezegd werd blijkt voldoende, hoe niet over het hoofd v/erd gezien, dat iedere organisatie eenmaal kau komen tot eene hoogte, waarop toename in omvang niet meer mogelijk is, om de eenvoudige reden, dat zij allesomvattend is geworden.

Onze beschouwing ontleende haar grond dan ook minder aan de in het jaarboekje verstrekte cijfers, dan wel ain de klaagtonen, welke de correspondent, die toch geacht mag worden met de toestanden vertrouwd te zijn, deed hooren. Onze conclusion als zoodanig waren dan ook allerminst onjuist; haar onjuistheid ontleenden ze toch aan den verkeerden indruk, dien het verslag moest wekken.

Tweeërlei toch valt niet te ontkennen. Ten eerste dat de toon van het verslag „down" was, en ten tweede dat het sprak van eendepressie, die zich in de provincie Zuid-Holland over 't algemeen deed gevoelen.

Verblijdend is het, thans te vernemen, dat de depressie zich tot Rotterdam beperkte. Was de provinciale verslaggever verleden jiar, als nu, een Rotterdammer, dan is het begrijpelijk, dat hij, min of meer gebukt gaande tengevolge van den toestand in Rotterdam, over 't geheel de toestanden in de provincie eenigermate somber inzag.

Meer nog stemt het echter tot dank, dat de gedruktheid te Rotterdam gaat minderen en dat daar valt waartenemen een weer-opleven en weer opbloeien van het vereenigingsleven der jongelingen, die strijden willen om de banier van het Kruis. Moge de toename in omvang en in kracht van hun organisatie blijvend zijn, opdat van onze Christen jongelieden in Rotterdam een steeds machtiger invloed ten goede uitga.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 maart 1909

De Heraut | 4 Pagina's

Vereenigingsleven.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 maart 1909

De Heraut | 4 Pagina's