Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

6 minuten leestijd

In Nieuwe Banen, het Tijdschrift van Dr. A, H. de Hartog, legt de bekende schrijfster Nellie van Kol getuigenis af van haar „bekeering". Zooals men weet was Nellie van Kol, echtgenoot van het bekende kamerlid Van Kol, vroeger geavanceerd modern en socialist. Ziehier hoe ze haar omkeer beschrijft:

Eigenlijk atheïst bea ik nooit geweest. Maar dat vage bewustzijn dat er nog wat liggen moest achter de stof en achter het eindige, gaf mij geen vrede. Ea de vrede kwam nóg niet; toen de overtuiging vast in mij werd dat God en het leven na den dood feiten zijn.

Het Heilsleger trok mij èn door de blijmoedigheid der belijdens, èn door het geestelijke laven dat ik er in waarnam. Maar de leerstellingen! Die stootten mij destijds evenzeer af als de ))geest« mij aantrok. Mijn gebed in dien tijd was veelal een schreien om dat wat mij zoo begeerlijk en toch voor mij onbereikbaar scheen. Dat heeft lang geduurd. Intusschen begon ik in te zien de noodzakelijkheid der bekeering. Niet, in mijn geval, van grove zonden of anti-maatschappelijke gezindheden, maar van mijn geheelen innerlijken toestand, die, dit voelde ik, mij verwerpelijk maakte voor God. Toen bad ik met David om »het nieuwe hart en den vasten geest«. Kort ddarna ervoer ik, aan kenteekeneu die zich niet laten beschrijven, dat het «nieuwe harts er was; mijn denken voelen en begeeren werd anders, en enkele Bijbelwoorden kregen voor mij een nieuwen zin.

Maar de «vaste geestï v/as er nog niet. Ik bleef tobben over de leerstellingen en over de verschillende gelooven en over «tegenstrijdigheden« inden Bijbel. Wks er een »waar geloof»? Dan wilde ik dat aannemen. Ik las er over in boeken en ik vroeg er naar bij menschen, ea raakte hoe langer MO meer in de war. Toen viel mij het woord in: »Werp al uw bekommernissen op Hem.« En ik ging tot God met deze gróóte bekommernis, en zei dat ik alles wegwierp wat menschen en boeken en zelfs de Bijbel leerden, dat ik alles wilde ontvangen uit Zijn hand, en Hem smeekte om »den Geest die in alle waarheid leidt.« En ik beloofde: al wat die Geest mij zou openbaren, dat zou ik gelooven, al vond mijn verstand het absurd.

Het allereerste antwoord op dat gebed was de tektst: sNiet, meer ik leef, maar Christus leeft in mij.« Ik kende het woord reeds lang, maar nu was het een woord voor mij. Het luidde mijn wedergeboorte in; het was het bewijs mijner aanneming tot kind van God; het openbaarde mij dat ik, alle kerken en legerzalen voorbij, rechtstreeks mocht gaan naar den Berg der Aanbidding in Geest en in Waarheid ij En het gaf mij de heerlijke vrijheid, te leeren van allen die ïn den Geest zijn wedergeboren, onverschillig tot welke kerk of secte zij zich bekennen.

En daarna volgde er feitelijk een reeks van antwoorden. Geen enkele maal heelt God van mij geëischt het absurde aan te nemen, maar geleidelijk, met een liefde die in mij de innigste wederliefde wekte, heeft Hij mij het r e d e 1 ij k e doen zien in datgene wat het onverlichte verstand absurd noemt. Zijn Geest leidde mij. En aan mij maakte Hij waar Joh. 6.:45 : sleder die van den Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij.« De Vader-zelf bracht mij door den Geest tot den Zoon. Het Jezus Christus raadsel, dat mij zooveel tranen en benauwdheid had gekost, werd mij vanzelf opgelost: hristus de Eeuwige Zoon; Jezus de menschgeworden Christus; het «Vleeschgeworden VVoordï de Godmensch, die een nieuw hoofdstuk begint te schrijven in de geschiedenis dermenschheid; alle wonder van hem verklaard uit Zijn natuur; alle wonder redelijk, op grond van het wonder der wedergeboorte aan rnijzelf voltrokken. En de blijdschap, de vrede der kinderen Gods mijn deel! —

Ik gelóóf omdat ik heb ervaren. Steeds meer licht stroomt mij nu toe uit den Bijbel, steeds meer krijg ik het lief, dal wonderbare Boek der Getuigenissen ; steeds duidelijker wordt voor mij het leven van den Geest dat er de innerlijke kern van uitmaakt. Ontviel de Bijbel mij, dan had ik nog den Geest; maar hij k^n mij niet ontvallen, omdat hij is een gewrocht van denzelfden Geest die in mij werkt.

Om étiquetten en denominaties bekommer ik mij niet: ik ben des Heeren en dat is mij genoeg. En het Kruis is mij zegenteeken. Evenmin bekommer ik mij om de dingen die ik nog niet versta. God gaf mij reeds veel en zal mij op Zijn tijd nog meer geven. Ik geldóf. En ons geschiedt cadr ons geloof.

En ik getuig. Misschien is er een zoekende, een worstelende, wiens vertrouwen zal worden gesterkt door mijn vaste verzekerdheid dat God is een hoorder der gebeden, en door mijn jubelend getuigenis dat Hij het heeft bewezen aan mij. Bij Hem zijn alle dingen mogelijk, en bij Hem is geen aanzien des persoons. Wat Hij deed aan mij, kan en wil Hij doen aan allen die er om vragen in geloof.

Vele dezer dingen waren in mij reeds gistende en werkende, toen ik de laatste bladzijden schreef van mijn nBijbel voor kinderen naverteld.» Dat was te goeder-trouw-werk.a, maar in het nieuwe licht zou ik nu vele bladzijden anders schrijven, minder rationalistisch. Aan het einde van dat werk kon ik echter getuigen dat Christus in mij geboren was, en dat nu voortaan mijn geestelijke ontwikkeling gelijken tred zou houden met den groei van dat Kind God zij geloofd en geprezen, het Kind groeit, en met Hem groei ook ik in Gods genade. Halleluja!

i) Wat niet wi! zeggen »niet naar de kerk gaan«.

Er spreekt uit dit getuigenis een warme mystieke toon, die weMadig aandoet. Het mag Nellie van Kol nog gaan als den blinde, dien Christus genas, en die „de menschen eerst wandelen zag als boomen", maar uit dit getuigenis zelf blijkt, dat ze steeds meer ziende wordt. Men stoote zich daarom niet te zeer aan haar afkeer van dogma's en kerken, aan haar opzijachuivin^ van de Schrift om alleen op het inwendige licht af^te gaan. Zelf erkent ze reeds, dat ze den Bijbel steeds meer lief krijgt, omdat hij het product is van den Geest die in haar werkt. En als de leiding des Geestes haar dat heeft geleerd, dan zal Hij haar ook wel leeren, dat de belijdenis der Kerk geen dor intellectua listisch leerstuk is, maar de heerlijke getuigenis van wat de Kerk door dien zelfden Heiligen Geest geleid, aangaande den Christus uitspreekt op grond van Gods Woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 maart 1909

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 maart 1909

De Heraut | 4 Pagina's