Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland

10 minuten leestijd

Duitschland. De Opperkerkeraad en de Russische landskerk en de handhaving der belijdenis.

De Duitsche regeering heeft in de laatste jaren bij het benoemen van professoren in de Godgeleerdheid, om den anderen een orthodoxe en een rechtzinnige benoemd. Toch klaagden de orthodoxen over achteruitzetting, en de modernen beweren dat bij het bezetten van professorale zetels alleen op wetenschappelijke geschiktheid moet gelet worden. Natuurlijk zijn alleen modernen wetenschappelijk geschikt.

Nu schijnt men ook in de Pruisische landskerk steeds meer hel beginsel te laten gelden, dat in die kerk modernen en orthodoxen dezelfde rechten hebben. Wel hebben de beslissingen van den Opperkerkeraad legen moderne predikanten duidelijk te kennen gegeven, dat de leeraars der kerk geroepen zijn zich aan de belijdenis der landskerk te houden, maar het is gebleken, dal zij, wien deze beslissingen golden, er niet aan hebbeu gedacht om nu ook volgens de belijdenis der kerk te gaan prediken. Daarom drijft de liberalistische pers den spot met den Opperkerkeraad, die wel kan spreken, maar niet durft handelen. En in Berlijn zwijgt men, ook wanneer men van nieuwe ergernissen hoort, die zekere predikers hunnen gemeenteleden door hunne prediking geven. Men gaat de vrees koesteren, dal trots alle kerkelijke vonnissen, de Opperkerkeraad in de praktijk aan bestrijders en belijders van de leer der Kerk, gelijke rechten wil toekennen. Men spreekt nu al uit, dat wanneer dé gemeenten zelve niet met luide klachten aankomen, het kerkbestuur geen vinger in de asch steekt om hel kwaad te keeren. Er zijn vooral twee zaken in den laatsten tijd gebeurd, die aan deze vrees voedsel geven.

In de eerste plaats het stuk dat de Opperkerkeraad deed uitgaan tegen de z.g. „Austrittsbewegung". In het begin van dit stuk wijst het bestuur er op, dat de Kerk geroepen is zich zelve te onderzoeken of het toenemende aantal personen, die zich van de EvangeÜEche landskerk losscheuren, niet mede te wijten is aan de toestanden, misstanden ea nalatigheden der Kerk. Voorts wordt de Kerk vermaand hen die zich losmaken, of zich losmaken willen, de beteekenis van het verscheuren van de banden met de Kerk, voor oogen te houden. Voorts wordt er in biel stuk op gewezen dal het getal ambtsdragers moet uitgebreid worden; dat hel heffen van Kerkelijke belastingen ontevredenheid verwekt; dat bij velen lichtzinnigheid drijft tol het breken met de Kerk, zoodat het een dure roeping voor de ambtsdragers is, om hel volk te doen verstaan, dal hij die de Kerk een scheidsbrief geeft daarmede alle Kerkelijke rechten voor zich en zijn nog niet volwassen kinderen prijs geeft.

Dit is alles goed. Doch bet komt ons voor, dat hel kerkbestuur er ook op had moeten wijzen, dat nu zoovelen de kerk een scheldbrief geven, dit mede te wijten is aan het feit, dat zoovele kerkdienaren met kwistige hand hel zaad van het ongeloof hebben uitgestrooid, 't welk nu opkomt. Tientallen van jaren heeft de moderne Theologie onder de oogen van den opperkerkeraad het gezag der Schrift ondermijnd; is het te verwonderen dat velen zich tegenwoordig geroepen achten met de kerk te breken? Wel is hel niet, te ontkennen dat ook aan andere stroomingen de groote afval van dezen tijd te wijten is. Maar het lag op den weg van den opperkerkeraad, aan te wijzen dat in de eerste plaats de leiders der kerk de hand in eigen boezem hadden te steken. Dat dit lichaam dit niet deed, is een bewijs voor de bewering van velen, dal het hoogste bestuurslichaam der Evangelische landskerk wel in officieele stukken de belijdenis handhaaft, maar in de praktijk den valschen stelregel huldigt, dat in de kerk het modernisme evenveel recht van bestaan heeft als de orthodoxie.

Het bedroevendst van alles is wel, dat de opperkerkraad vertegenwoordigd was bij het 25jarig jubileum van de „AUgemeine Evang.-Prot. Missions verein". Weet dan dit bestuur niet, dal allen die nog aan den Christus der Schrift vasthouden, bet bestaan en den arbeid dier vereeniging ten diepste betreuren ? Is hel hun niet bekend welk, verkeerde invloed door zijn propaganda van de moderne Theologie op beschaafde heidenen is geoefend? Is bet hem onbekend, dat de algemeene conferentie der Evangelische Zendings-Vereenigingen in Duitschland weigerde deze vereeniging in haar midden op te nemen? En dal de arbeid dien zij drijft, niet bogen kan op den naam van „zending", omdat hare leiders het kruis van Christus evenals de opstanding van Christus loochenen?

Het verwondert ons daarom niets, dat de modernen steeds meer het hoofd opsteken, en dat zij, die geestelijke leiding begeeren, deze meer en meer in „Gemeioschaften" zoeken? Wanneer de opperkerkeraad meent door zulke handelingen de landskerk in stand te houden, dan vreezen wij, dal hij juist hel tegenovergestelde uitwerken zal van wat hij bedoelt. De leden der Pruisische landskerk die nog hechten aan hunne belijdenis, zijn door de houding van het hoogste bestuur bitter teleurgesteld. Zij zullen steeds meer zichzelven zoeken te helpen, door buiten de Kerk te zoeken wal zij daar binnen niet kunnen vinden.

N.-Amerika. De Chr. Gereformeerden aansturend op eene Universiteit op Gere f. grondslag.

Tot onze vreugde wordt onder onze Gereformeerde broederen het denkbeeld van eene Universiteit op Gereformeerden grondslag als een ideaal beschouwd, waarheen men sturen moet. In de Wachter lazen wij daarover een artikel, waarin samenwerking met mannen van de Reformed Church niet wordt uitgesloten. Nu reeds werken op enkele plaatsen Gereformeerden en Chr, Gereformeerden samen om den kinderen der gemeente christelijk onderwijs te geven. Dit geeft hope voor de toekomst. Maar de Wachter meent, dat men niet aanstonds lot het slichten van een Universiteit op Gereformeerden grondslag komen kan.

Hel blad schrijft hierover:

„Wij zijn nog lang niet rijp voor een gereformeerde universiteit. Geld, gebouwen en onderwijzend personeel zouden we misschien nog kunnen verkrijgen, maar kostelijke gebouwen en uiterlijk vertoon beteekenen op zichzelve niets. Vele kerken pronken wel daarmee, en ge\en met hunne Scholen een grootschen indruk aan de wereld terwijl hel geestelijk fundament der School toch niet vast ligt. Wij jagen naar een volledige John Calvin College, een Hoogeschool dus waar de beginselen van Calvijn in elk studievak tot eere zullen komen. Onze leuze is goed, ze kon niet beter. Maar we hebben nog pas een begin. We zijn op z'n best een teer, zwak plantje. Wal toch is noodig ? Niets minder dan zulk een onderwijs dat vlak overslaat, in al hare deelen overslaat, tegen alle valsche wijsheid der wereld. Een onderwijs dat op eigen wortel stoelt. Een onderwijs dat alle de wetenschappen weer opbouwt uit de Calvinistische beginselen. Voorwaar, niet een kleine taak! Zijn onze professoren die meest allen in Amerika hunne opleiding ontvingen, daarvoor bekwaam? Maken ze van hel jagen naar dit heerlijk eiride hun levenstaak? Als onze litt. professoren zich niet ernstig en krachtig inspannen omhel onderwijs steeds meer in Calvinistisch spoor Ie leiden, wat onderschei 11 ons dan van andere scholen? Wal blijft dan anders over dan de „devotional exercises" en het uurtje godsdienstonderwijs?

Maar ons ideaal ligt hooger. Alleen maar, 't moet alles nog van den grond af worden opgetrokken. En juist hierom dienen we Grand Rapids met alle macht te versterken. We dienen althans éene School te hebben, die we opbouwen tot een bolwerk voor onze beginselen en zoo langzaam aan uitbreiden tot een universiteit. En dan komt het niet zoozeer op geld en gebouwen, maar op bekwame mannen aan. Een te snelle uitbreiding zou daarom zeer ongewenschl zijn. Maar ook juist hierom achten we de oprichting van vele academies ongeraden. Men zij het allereerst bedacht op versterking en uitbreiding van ons „College". Daaruit vloeit meer heil dan uil vele zoogenaamde academies. En we kunnen alles opeens niet doen. Ook hebben wij de mannen er niet voor. Zullen die et komen, dan dienen ze van een Gereformeerde Hoogeschool uit te gaan. „Academies" die alleen maar godsdienstig zijn, behoeven wij niet op te richten. Die hebben ook andere kerken wel. Zal het lager en middelbaar onderwijs op Gereformeerden grondslag bloeien en rijke vrucht afwerpen, zoo zij men allereerst bedacht op versterking van het Hooger onderwijs".

— Wij lezen in „De Hope":

„Niet lang geleden lazen wij het bericht aangaande de installatie van Dr. F, Brown als President van Union Seminarie en zijne intreerede. Na het lezen er van bleef de indruk levendig bij ons, dal de vrijheid van allen leerdwang bittere vruchten zou voortbrengen. Wel wisten wij reeds, dat wrange vruchten aan dien vrijheidsboom gegroeid waren, maar wij waren toch niet voorbereid op zulke verrassende en diep bedroevende resultaten, als onlangs openbaar werden in de examinatie van driestuden-; -yii, - 1111:1 I • I , n, .iii, , Mii^iiiiii. ^gmm ten door het Presbyterie van New-York, Alle drie waren gegradueerden van bet Union Seminarie. John S. Steen, die de woordvoerder schijnt geweest te zijn, was vooral ver afgeweken van de waarheid. Van zijn opinies wordt althans het meeste medegedeeld. Volgens hem heeft de erfzonde niets te doen met Adam of den hof van Eden; Christus was geen geletterd mensch; Hij had Lazarus niet opgewekt uit de dooden; en Christus verrees niet lichamelijk uit - het graf. Betrekkelijk de wonderverhalen van het Oude Testament was Mr. Steen geheel ongeloovig, en de opstanding van Jezus zocht hij op eène geestelijke wijze te verklaren.

Dit examen maakte eenen diepen indruk op de orthodoxe leden van het Presbyterie. Zij stonden verbaasd over de uitkomst. Maar er waren ook liberale leden tegenwoordig, die de candidalen in bescherming namen. Men luistere en sta verbaasd: „Dr. Wilds zeide, dat een voorwaarts strevende jeugdige prediker zijne eigene denkbeelden mocht hebben aangaande Adam en Eva en zelfs aangaande de Godheid en handelingen van Christus, die eene geheel andere beteekenis hebben zouden, indien uilgesproken in een preek of toespraak; die echter als eenvoudige antwoorden op eenvoudige vragen vaak in gevaar kwamen, verkeerd verstaan te worden".

Wij meenen, dat eenvoudige antwoorden op eenvoudige vragen duidelijker aantoonen, wat iemand gelooft, dan verhandelingen, die men schoeit op de leest van zijne bijzondere wijsgeerige en dialectische beginselen. Preekers zijn geen boerenbedriegers, die met advokalenknepen voor de menigte schitteren 1 Beter bevalt ons wat een ander leeraar zeide: „Twijfelzuchl is de hedendaagsche grondtoon, en wij moeten acht geven op onze theologische seminaries en beginnen om onze professoren te examineeren, en onze handboeken te onderzoeken, indien wij niet willen, dal onze geloofsbelijdenis een puinhoop zal worden."

Hel resultaat van deze vergadering was, dat de candidalen, wat hunne opvatting van theologie en de sacramenten aangaat, verworpen werden, maar levens werd een comité benoemd om uit te vinden, wat zij eigenlijk gelooven."

De Hope voegt hieraan toe:

„In de kerken heeft men vele vereenigingen, maar onder dezelve zoekt men te/ergee^ naar eene, die zich ten doel stelt de waarheid Gods te verdedigen en aan te prijzen. Wordt bet niet hoog tijd, dal zulk eene vereeniging in het leven geroepen wordt? Wat wordt er uit godsvrucht en godsdienstigheid, indien men niet bouwt op den voorwerpelijken grond der openbaring Gods?

Hiermede gaan wij niet mede. In eene kerk eene verepniging te stichten „tot verdediging der waarheid Gods" is alleen geoorloofd, wanneer Kerk in een toestand verkeert als de Gereformeerde Kerken in Nederland onder de Synodale organisatie van 1816.

Dan dient zulk eene vereeniging, om het onhoudbare aan den dag te brengen dat bestrijders en belijders van het Evangelie onder één Kerkverband saamwonen, om daardoor voor te bereiden dat men ook kerkelijk weer naar de ordeningen Gods gaat leven.

Leeft men echter onder een Kerkenordening die naar Gods getuigenis is, dan hebben de kerken in hunne ambtsdragers toe te zien, dal de wolven uil de schaapskooi van Christus gedreven worden, en voorts te zorgen dal zij niet kunnen binnen dringen, Eene vereeniging tot verdediging der waarheid Gods zou den Kerkeraden en meerdere vergaderingen het werk uit de handen nemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 juni 1909

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 juni 1909

De Heraut | 4 Pagina's