Vereenigingsleven.
GEREFORMEERD SCHOOLVERBAND.
De arbeid en het streven van het Geref, Schoolverband wordt voor hen, die nog steeds niet weten, waartoe deze organisatie dient, kort maar kernachiig geschetst door den heer J. C. Wirtz Czn., als hij zijn verslag over het derde vereenigiDgi.jiar begint met de verzekering, dat hem bij het schrijven van het verslag blijdschap bezielt, „blijdschap, omdat we in dit jaar een flinken stap vooruit gegaan zijn; omdat het Verband, zooals ik meen, dat dit inderdaad door onze beginselen geëischt wordt, tusschen meer scholen tot stand gebracht is; blijdschap, omdat de decentralisatie nu op het terrein van het lager onderwijs begint praktijk te worden; blijdschap, ook omdat er een begin, zij het ook een heel, heel klein begin, gemaakt is met een eigen examen. Wanneer men jaren achtereen eeist gevoeld, daarna vaag gezien heeft, welken weg het lager onderwijs uit moet, en er komen dan mannen, die deze denkbeelden belichamen; die ze vleesch en bloed geven; die ze uit het rijk der gedachten naar dat der werkelijkheid overbrengen, dan is men blij, als men ook een handje daarbij helpen mag. Met opzet spreek ik hier niet van ons „Christelijk" lager onderwijs, maar van het lager onderwijs in het algemeen, omdat ook hier onze school met den Bijbel, onze Gereformeerde school, pionierswerk moet verrichten. Ia het eerste vierdedeel der twintigste eeuw zal het beslist moeten worden, of het lager onderwijs in Nederland nog afgebracht kan worden van den m. i, heilloozen weg der centralisatie, waarop het zich bevindt; een weg, die leidt tot al meer en meer controle, zooals men sien kan aan het openbaar onderwijs in onze groote steden, waar men behalve het Rijksschooltoezicht en de Plaatselijke Schoolcommissie nog stedelijke inspecteurs aanstelt; een weg die dwingt tot gebod op gebod, regel op regel, zoodat men zelfs voorschrijft, welke straffen er toegepast mogen woiden en hoe lang de straftijd mag duren; ji, die dwingt om op het stadhuis te regelen de hoogst belangrijke kwestie, of een leerling zijn rekenboek bij sich in het vab zal bewaren, dan wel of dit na ge bruik telkens zal worden opgehaald en in de groote kast opgeborgen!"
Het Verband, welks arbeid hier zoo duidelijk wordt gekenschetst, is nog lang niet waar het wezen wil, maar de idéé van eigen organisatie schijnt toch meer en meer door te dringen, gelijk blijkt uit het feit, dat thans — d, w, z, bij het schrijven van het verslag — ruim twee honderd scholen tot het verband sijn toegetreden, terwijl nog eenige schoolbesturen wachten op het laatste stootje, dat hen tot het besef zal brengen, hoe noodig deze wijze van organiseeren is.
Wat het onderling schooltoezicht betreft, kan worden meegedeeld, dat daarover de meeningen aog zeer uiteenloopen; sommigen zijn zoo gewoon aan een schooltoezicht van boven af, dat eenvoudig wordt gestuurd en waaraan men zich heeft te onderwerpen, dat ze zich nog niet kunnen indenken, hoe men ook „op elkander acht kan geven in broederlijke liefde". Ze vragen daarom van de Commissie van Uitvoering een voorschrift, : hoe die schoolvishatie moet uitgeoefend worden. En dit is het juist, wat die Commissie niet kan en niet mag, maar ook niet wil doen. De bedoeling kan niet zijn, eenvoudig van meester te verwisselen, zoodat nu een Algemeen Bestuur de taak overneemt van de Overheid. Dan zou hei in den grond der zaak hetzelfde blijven. Wel wil de Commissie gegevens verzamelen en die aan allen meedeelen; wel wil ze trachten, den gang der historie ook hier te volgen, om dan te vragen, wat nu te doen staat, maar voorschriften geven, daaraan denkt ze niet. De districten moeten de zaak van het onderling schooltoezicht zelf, naar hunne behoeften, regelen.
Een der belangrijkste feiten, die het verslag vermeldt, is wel het tot stand kernen van een contract mét de Kweekschool met den Bijbel te Rotterdam, waarbij o.m. het bestuur der Kweekschool zich bereid verklaart, ieder jaar aan het einde van den cursus van de kweekelingen van het vierde leerjaar een examen te doen afnemen door de onderwijzers der school, ten overstaan van de afgevaardigden door de Commissie van Uitvoering daartoe aangewezen. Dit examen loopt minstens over de vakken, die gevraagd worden voor de akte, bedoeld in art. 77a der wet op het lager onderwijs, Bijbelsche geschiedenis en Gereformeerde geloofsleer. Daartegenover verklaart de Commissie van Uitvoering harerzijds zich bereid, om, wanneer het examen ten genoegen van genoemde afgevaardigden is afgeloopec, een diploma uit te reiken, dat een getuigenis van gebleken bekwaamheid behelst, benevens een aanbeveling van den geëxamineerde aan de Gereformeerde scholen, die bij dat verband zijn aangesloten.
We hebben hier te doen, zoo merkt de heer Wirtï op, „nset een poging om een begin te maken met eigen examens en wel met zoogenaamde schoolexamens. Reeds in het ontwerp-Kuyper, dat in 1905 tot wet werd verheven, kwam oorspronkelijk de bepaling voor, dat de Kweekscholen het recht kregen, zelf hun leerlingen te examineeren en te diplomeeren. Het geheele stuk, dat betrekking had op de opleiding, moest er, helaas I, worden uitgenomen en zoo verviel ook dit schoolexamen. Gevolg hiervan is, dat de diploma's, uitgegeven door de Kweekschool, ook al zijn ze mede-onderteekend door de een of andere Schoolvereeniging, geen wettelijke bevoegdheid schenken. Maar zullen we DU wachten tot dit wel zoo is ? Of zullen we al vast toonen, dat we kuncen examineeren, dat we onze eischen wel anders, maar volstrekt niet lager stellen dan de programma's van het Rijk aangeven? Zullen we niet moeten toonen en daadwerkelijk bewijzen, dat het Rijk met een gerust geweten onze scholen mondig kan verklaren, en dat we niet noodig hebben nog langer onder voogden te staan? ”
Inderdaad kan het antwoord op die vragen slechts bevestigend luiden. Van harte is het te hopen, dat men hoe lasger hoe meet zal inzien, dat het met onze Scholen met den Bijbel den weg op moet, die hier wordt aangewezen. Alleen ia dien weg kan het Christelijk onderwijs zich ten voile ontwikkelen en zijn gaasche kracht ontplooien. Daarom mag hier de opwekking aan onze scholen niet ontbreken, zich bij de eigen organisatie van het Schoolverband aan te sluiten, opdat dit krachtig groeien en bloeien kunne.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 29 augustus 1909
De Heraut | 2 Pagina's