Hier en daar schijnt
Hier en daar schijnt in ons kerkelijk leven nog wel eens moeite te ontstaan over de vraag, hoe men handelen zal met lidmaten, die zich bij de Gereformeerde Kerk willen aansluiten, maar dit niet kunnen doen op de plaats hunner inwoning, omdat daar geen geïnstitueerde gestalte der Gereformeerde Kerk gevonden wordt.
Naar sommigen meenen, behooren deze leden geheel te worden vrijgelaten in hun keuze, bij welke naburige kerken ze zich aansluiten willen. Zoo was, zegt men, de vroegere practgk in de Christelijke Gereformeerde Kerk. Bovendien, welk recht zou de Kerk hebben om hier bindende voorschriften te maken ? De betrokken personen staan nog buiten eenig kerkelijk verband en zijn dus vrij om te doen, wat zij willen. Op de plaats hunner inwoning wordt geen kerk gevonden, waaronder ze wettig zouden behooren. Bijgevolg staat het aan hun keuze, of ze in dorp A of stad B ter kerk willen gaan en daar als „buitenleden" zullen worden ingeschreven. Het zou een ongeoorloofde dwang zijn, wanneer de Kerkeraad van een naburige plaats zei: ge moogt niet anders dan bij mij ter kerk gaan.
Toch kan kwalijk gezegd, dat deze voorstanders van het absolute vrijheidssysteem het bij 't rechte einde hebben. Wat al of niet zede was in de vroegere Christelgke Gereformeerde Kerk heeft natuurlijk geen de minste beslissende kracht, wannesr de vereenigde Gereformeerde Kerken te dien opzichte andere bepalingen gemaakt hebben. In de Nederduitsche Gereformeerde Kerken was gewoonte, dat men leden der Hervormde Kerk zonder nader otiderzoek aannam, wanneer zij verklaarden onder toezicht van den Gereformeerden Kerkeraad zich te stellen; maar bij de vereeniging der beide Kerkengroepen werd bepaald, dat men niemand meer zou aannemen, tenzij de Kerkeraad zich eerst verzekerd had van zqn instemming met de Gereformeerde belijdenis en van zijn christelijken levenswandel. En zoo nu is omgekeerd bepaald op de Synode van Amsterdam in 1892, dat de vroegere gewoonte der Christelijke Gereformeerde Kerk om de zoogenaamde buitenleden vrij te laten in hun keuze, niet zou gehandhaafd worden. Uitdrukkelijk toch staat op blz. 109 te lezen: „In plaatsen, waar nog geen kerkformatie is, die met onze Kerken in verband staat, wordt aan de enkele personen, die daar mochten wezen en onze gemeenschap zoeken, een naburige Kerk aangewezen, om voor ken te zorgen; en op deze Kerk, respectievelijk op haren Kerkeraad, rust in de eerste plaats de verplichting om te arbeiden, dat ook in die plaats een Gereformeerde kerkformatie tot stand kome. Het is daarom noodzakelijk, dat de Classis al zulke plaatsen binnen haar ressort onder haar hoede neme, en besUsse, welke Kerk voor elk van deze plaatsen als tijdelijke voogdesse zal optreden". In overeenstemming met dit besluit hebben de dassen de verschillende kerkdorpen, waar de reformatie der Kerk nog niet was tot stand gekomen, ingedeeld en aan naburige Kerken ter verzorging toebetrouwd. En het spreekt wel van zelf, dat de leden, die op zulk een dorp wonen, dan ook ak lid behooren geboekt te worden bij die Kerk, aan wier zorg ze zijn toebetrouwd. Hoe toch zou zulk een Kerk als „tijdelqke voogdesse" over deze geloovigen kunnen optreden en voor hun geestelijke belangen kunnen zorgen, wanneer ze van een andere Kerk lid waren? Onder die geestelijke verzorging behoort toch zeker in de eerste plaats de toelating tot de sacramenten en het toezicht op hun leven en wandel. En het zou toch ongerijmd wezen, dat een Kerkeraad tucht zou moeten oefenen over leden, die tot een andere Kerk behoorden en zich onder het toezicht van den Kerke raad dier Kerk hadden gesteld. Wel heeft de Synode van Amsterdam niet ruwweg in verkregen rechten willen ingrijpen en daarom bepaald, dat door deze grensreg© ling niet te kort mag gedaan aan de vrijheid van iemand, die reeds bij een bepaalde Kerk zich had aangesloten, om levenslang bij die Kerk te blijven behooren, maar dit besluit gold alleen voor reeds bestaande gevallen en gaf geen vrijheid om in de toekomst zoo te handelen.
Volgens het jus-constitutum, het onder ons geldende kerkrecht, kan er dus geen sprake van zijn, dat aan zulke leden vrij heid zou worden gegeven, om zich aan te sluiten bij welke Kerk zij zelf liefst willen, Het zou dan ook kwalijk denkbaar wezen, dat een Classis, tegen de uitdrukkelijke besluiten der Synode in, zulk een vrijheid toeliet. Maar ook afgescheiden van deze stellige bepaling der Synode spreekt wel niets voor zulk een vrijheid, die eigenlek losbandigheid zou wezen. Doel moet toch altoos wezen, dat de Kerk des Heeren in haar gezuiverde gestalte op elke plaats in ons land weer tot zelfstandige openbaring kome. Daarom wordt zulk een dorp of stad ter bearbeiding aan een naburige Kerk toegewezen. Maar juist daarom is het van zooveel belang, dat de leden der Kerk te dier plaatse zich niet verdeelen en verbrokkelen, doordat de een zich hier, de ander zich daar aansluit, maar dat ze gemeenschappelijk bij één Kerk zich voegen, die over hen toezicht houdt. Zoo vormen ze op zulk een plaats reeds een zekere eenheid en kan, zoodra hun getal voldoende zich uitbreidt, tot institueering van een afzonderleken kerkeraad worden overgegaan. Nooit mag de toeleg wezen, om deze personen als een welkome winst op eigen register als lid te boeken en ze als vaste leden der eigen Kerk te beschouwen. De Kerkeraad die als tijdelijke voogd optreedt, gelijk de Synode het zoo volkomen juist uitdrukt, heeft te verstaan, dat die voogdijschap slechts een tijdelijk karakter draagt en dat zoo spoedig mogelijk deze verstrooide geloovigen saam als zelfstandige en mondige kerk moeten optreden. Zoo is het steeds door onze vaderen gewild; zoo is 't op de Synode, die den band onzer Kerken bezegelde, voor al onze Kerken ten regel gesteld; en zoo wordt het ook geeischt door het belang onzer Kerken zelf en de eere van Christus naam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 26 september 1909
De Heraut | 4 Pagina's