Een dogmatisch geschil?
II.
Het artikel van de nederdaling ter helle is wel een der moeilijkste om te verklaren, en bij niet een artikel onzer Apostolische Geloofsbelijdenis gaan de meeningen zoozeer als bij dit uiteen.
Niet alleen dat de Roomsche en Grieksche Kerk een geheel andere opvatting van dit artikel hebben dan de Protestantsche Kerken in 't gemeen, maar ook de Protestantsche Kerken onderling verschillen over de uitlegging van dit geloofsartikel, en de Luthersche Kerk denkt heel anders over de nederdaling ter helle dan de Gereformeerde Kerk. En zelfs in de Gereformeerde Kerk bestaat volstrekt geen eenparigheid van gevoelen over hetgeen de juiste beteekenis van dit artikel is, want niet alleen de beroemdste dogmatici verschillen hier van meening, maar ook de verschillende Gereformeerde belijdenisschriften geven hier geen eenparig geluid. Jongste uitspruitsel aan den stam van ons algemeen en ongetwijfeld Christelijk geloof, is dit artikel een der meest geheimzinnige wat zijn oorsprong aangaat, staat het wat zijn beteekenis betreft als een sphinx te midden zijner broederen en wordt het alleen in zooverre door alle Kerken gemeenschappelijk beleden, als iedere Kerk er een eigen beteekenis in legt.
Opmerkelijk is dan ook, dat terwijl de andere artikelen onzer Apostolische geloofsbelijdenis rechtstreeks aan de prediking der Apostelen ontleend zqn en met schier dezelfde woorden in de Evangeliën, Handelingen of Zendbrieven der Apostelen voorkomen, dit niet het geval is met het axWktX nedergedaald ter helle. De prediking der Apostelen is steeds en constant, dat „C\msi\is gestorven is voor onze zonden, begraven is en opgewekt is ten derden dage naar de Schriften" (I Cor. 15:3, 4) maar van een afzonderlijke nederdaling ter helle wordt door de Apostelen in dat verband nergens ook maar een woord gerept. Wel heeft men in veel later tijd, toen er strijd over die artikelen ontstond, zich beroepen op enkele teksten uit de Schrift, zooalsMatth. 12:40, Eph. 4:9, Hand. 2:24, 31 en I Petr. 3:19, maar nog daargelaten in hoeverre deze teksten iets met den inhoud van dit geloofsartikel te maken hebben, zeker is, dat de uitdrukking nedergedaald ter helle nergens met zoovele woorden hier voorkomt. Men behoeft deze teksten maar na e slaan om dit te zien. Matth. 12:40 brengt ons het profetische woord van Chrisus, dat „gelijk Jona drie dagen en drie achten in de buik van den walvisch was, oo ook de Zoon des menschen drie dagen n drie nachten wezen zou in het hart der arde". Van een nederdaling ter helle is ier dus geen sprake, alleen van een driedaagsch verblijf in het hart der aarde, wat hier blijkbaar bcddsprakig is bedoeld van het graf. Schijnbaar meer overeenkomst met ons geloofsartikel biedt Eph, 4 : 9, ^aar Paulus zegt dat Christus „is nedergedaald in de nederste deelen der aarde". In het Hollandsch komt deze overeenstemming minder sterk uit, maar wanneer men den Griekschen tekst van de Apostolische geloofsbelijdenis vergelijkt met het origineel van wat Paulus schreef, ziet men riat bijna dezelfde woorden gebruikt zijn. Paulus zegt v.al y.até^jj 6tg rit - AatoirsQa USQ'I] T; ]g y/^g, terwijl de Grieksche tekst van het Symbool heeft aa{}-s), d-óvrit eiq ra xunarara. Maar hoezeer de woorden overeenstemmen, uit het verband zelf bÜjkt, dat Paulus hier over iets geheel anders spreekt dan over de nederdaling ter helle. Uit P.sa!ni 68, waar van God gezegd wordt, dat Hij is opgevaren in de hoogte, leidt de Apostel sf, dat God de Heere dan ook eerst moet nedergedaald zijn op aarde. Zonder nederdaling uit den hemel op aarde, kon er van geen opvaren van de aarde naar den hemel sprake wezen. Het nedergedaald in de nederste deélender aarde ziet dus op Christus' menschwording. En dat de Apostel hier niet van de aarde, maar \id.néü nederste deelen dei & & tdt spreekt, slaat blijkbaar terug op wat in Psalm 139 : 15 staat: ijn gebeente was voor u niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben en a!s een borduursel gewrocht ben in de nederste deelen der aarde". Ook deze tekst valt dus, als niet ter zake doende, weg. Eveneens is dit het geval met Hand. 2 : 24. waar de apostel Petrus in zijn beroemde Pinksterrede zegt, dat Christus ontbonden is uit de „smarten des doods", doordat God hem heeft opgewekt. Het is de oBJuiste vertaling van de Roomsche Kerk, die hier tot misverstand aanleiding gaf. De Vulgaat heeft toch „doloresj inferni", de smarten der hel, maar in den grondtekst staat uitdrukkelijk wdfvsg Q^avóxov, smarten des doods Wel komt daarentegen het woord hel voor in onze vertaling van Hand. 2:31, waar Petrus van Christus zegt met verwijzing naar Psalm 16, „dat zijne ziel in de hel niet is verlaten, noch zijn vleesch verderving heeft gezien". Ook hier wordt echter niet gezegd, dat Christus in de hel is nedergedaald, en het Grieksche woord Hades hier door hel vertaald, beteekent niet de plaats der verdoemenis, maar het doodenrijk, waar de afgestorven zielen vertoeven. In hoeverre deze tekst nu toch met ons geloofsartikel in verband kan worden gebracht, zullen we later zien. Thans wqzen we er alleen op, dat in den Griekschen tekst van ons Symbool het woord hel in den regel niet wordt uitgedrukt door Hades, maar door v.axóraxa, of x«T«x^o'rna, zoodat van een woordelijke overeenstemming ook hier geen sprake < s. Zoo blijft dan alleen nog over de bekende plaats in I Petrus 3 : 19, waar de Apostel schrijft, dat „Christus wel is gedood in het vleesch, maar levend gemaakt is door den Geest, in denwelken Hij ook, henengegaan zijnde, den geesten, die in de gevangenis zijn, gepredikt heeft". Vat men nu deze woorden zoo op, gelijk sommigen willen, dat Christus persoonlijk naar de gevangenis, d.i, de hel, is gegaan, om daar voor de zielen der menschen, die ia Noach's dagen geleefd hadden, te prediken, dan zou de Apostel hier wel niet letterlijk, maar dan toch feitelijk een nederdaling van Christus naar de hel lecren. Alleen zou de plaats van dit artikel dan onjuist wezen, want waar de Apostel eerst spreekt van Christus' levendmaking en daarna van dit heengaan naar de gevangenis, zou het artikel van de nederdaling ter helle moeten volgen op dat der opstanding. Maar ook afgezien daarvan wordt deze verklaring door zoo ernstige bezwaren van dogmatischen en exegetischen aard gedrukt, dat ze zeker niet als juist kan worden beschouwd en het in elk geval niet aangaat, op een zoo duistere plaats, die bovendien in de prediking der Apostelen geheel op zich zelf staat, een geloofsartikel te bouwen in een zoo summiere belijdenis als onze Apostolische geloofsbelijdenis is. Bovendien staat het historisch vast, gelijk men thans algemeen erkent, dat de opneming van dit geloofsartikel in de Apostolische geloofsbelijdenis met dezen tekst uit I Petrus 3 : 19 f: ets uitstaande heeft. In de eerste eeuwen der Christelijke Kerk, toen het dogma van de nederdaling ter helle ontstond, heeft geen der Kerkvaders zich voor dat dogma op I Petrus 3 : 19 beroepen, en dat kon ook niet, omdat men aan deze nederdaling ter helle een geheel ander doel toeschreef, dan om te prediken aan de ongehoorzame geesten van de menschen vóór den zondvloed. Ook deze tekst kan daarom de grond niet zijn, waarom men dit artikel in het Apostolisch Symbool heeft opgenomen.
Niet minder opmerkelijk is ook, dat dit geloofsartikel eerst zoo laat in de Geloofsbelijdenis der Kerk een plaats heeft gekregen. In al de oudere redacties van de Apostolische Geloofsbelijdenis, die men met groote zorg heeft bijeenverzameld, wordt dit geloofsartikel nergens gevonden. Dit geldt zoowel van de Oostersche als van de Westersche Kerk, Dit ligt niet daaraan, dat men in de oude Kerk dit dogma niet kende of aan de juistheid er van twijfelde. Augustinus had volkomen gelijk, toen h^ beweerde, dat alleen de ongeloovigen betwisten dorsten, dat Christus ter helle was nedergedaald. Het behoorde dus wel tot den geloofsschat der Kerk, maar de Kerk had dit dogma niet in haar officieele belijdenis opgenomen. De Grieksche Kerk heeft dit zelfs nooit gedaan, want in degeloofsbelrjdenis van Nicea, die voor de Grieksche Kerk de eenig geldende geloofsbelijdenis is, staat: die voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, die geleden heeft e» begraven is en ten derden dage weder is opgestaan volgens de Schriften, Het nedergedaald ter helle ontbreekt hier. En evenzeer is dit het geval in het oude ge-
loofssynibool van de Kerk van Rome, dat waarschijnlijk de oudste redactie is van onze Apostolische geloofsbelijdenis, aan alle andere redacties van dit Symbool in het Westen ten grondslag ligt en tot de Vde eeuw toe in de Kerk van Rome van kracht bleef, om eerst daarna door de thans geldende redactie te worden vervangen.
Hoe dit artikel nedergedaald ter helle in onze Apostolische Geloofsbelijdenis is gekomen, valt bij gemis aan de noodige bescheiden niet met volkomen zekerheid te zeggen. Zeker is alleen, dat de eerste sporen hiervan pas tegen het midden der 4e eeuw zijn te vinden. In enkele semi-Ariaansche synoden in 359 en 360 te Sirmium, Nicea en Constantinopel gehouden, wordt de uitdrukking nedergedaald ter helle het eerst gebruikt, en uit de mededeeling van Rufinus, die een verklaring van het Apostolische synïbool schreef, weten we, dat deze woorden ook voorkwamen in het Symbool der Kerk van Aquileja. Tegelijk blijkt echter, dat reeds toen over de beteekenis van dit artikel geen gering verschil van gevoelen bestond in de Kerk. De Synodes van Sirmium enz. verstaan het blijkbaar in letterlijken zin, dat Christus plaatselijk naar de hel is gegaan, want er volgt op: opdat hij daar zou doen, wat hem te doen was opgelegd, en de deurwachters der hel ztjn verschrikt, toen ze hem zagen. Rufiaus daarentegen vat het op in gelijken zin als begraven, want hij zegt: „men moet weten, dat noch in 't Symbool van de Kerk van Rome, noch in dat der Oostersche Kerken de toevoeging: nedergedaald ter helle wordt gevonden; de meening dezer woorden schijnt echter dezelfde te zijn, als daar wordt uitgedrukt door begraven" (§ 18), Is de invloed van de semi-Ariaansche synodes op het Symbool in de Oostersche Kerk zeer gering geweest, daarentegen heefc het Symbool van Aquileja in het Westen op de verdere ontwikkeling van de Apostolische Geloofsbelijdenis wel grooten invloed uitgeoefend. Het artikel van de nederdaling ter helle werd omstreeks 570 door Venantius Foftunatus naar Gallië overgebracht en komt ook voor in de geloofsbelijdenis van de Synode van Toledo 630 in Spanje evenals in de geloofsbelijdenis, die aan Athanasius wordt toegeschreven. Eigenaardig is echter, gelijk men nog in de Athanasi^ansche geloofsbelijdenis kan zien, dat de uitdrukking begraven hier nog d overal is weggelaten en het nedergedaald s ter helle daarvoor in de plaats treedt. g Eerst later, in den thans geldenden tekst N van de Apostolische Geloofsbelijdenis, h n werden beide artikelen begraven en neder w gedaald ter helle naast elkander opgenomen.
Wanneer we op deze feiten wijzen, dan is dit niet, gelijk Roomsche polemisten aan de protestanten wel verweten hebben, om daarmede aan de waarde en beteekenis van dit geloofsartikel zeli te kort te doen. Al komt de uitdrukking nedergedaald ter helle als zoodanig nergens in de prediking der Apostelen voor, toch kan dit geloofsartikel, mits in goeden zin verstaan, wel degelijk als een deel van den inhoud der Apostolische prediking gelden, waarop het * geloof van de Kerk aller eeuwen rust. En evenzoo, al is dit artikel eerst zeer laat door de Kerk in haar geloofsbelijdenis opgenomen, toch behoeft dit geen bezwaar te zijn om daarin de leiding des Geestes te erkennen. De legende, dat het Apostolisch Symbool rechtstreeks door de Apostelen zou zijn opgesteld en onveranderd door de Kerk zou zijn overgeleverd, wordt wel door niemand meer verdedigd. Het nauwkeurig onderzoek van de oudste geloofsbelijdenissen heeft aangetoond, dat ook dit Symbool allengs gegroeid is, dat er telkens nieuwere stukken aan zijn toegevoegd en dat dit Symbool eerst zoo de afronding heeft gekregen, waardoor het als oecumenisch Symbool voor alle Kerken gelden kon. Vormt het nedergedaald ter helle een der laatste toevoegsels, het deelt dit lot met het schoone geloofsartikel van de gemeenschap der heiligen, dat toch niemand gaarne uit onze Apostolische belijdenis missen zou.
Maar wel wezen we op dit feit, om te verklaren, waarom er over de beteekenis van dit geloofsartikel zooveel verschil van inzicht in de Christelijke Kerk bestaan kan. Hadden de Apostelen zelf de uitdrukking nedergedaald ter helle in hun prediking gebruikt en daaraan een praegnante beteenis gehecht, dan zou voor die Apostolische uitspraak ieder hebben te zwichten. Nu dit echter niet zoo is, moet er wel geschil ontstaan over de vraag, op welk deel der Apostolische prediking dit geloofsirtikel slaat. Dit geschil kan niet worden uitgemaakt langs historischen weg, door te vragen, wat de Kerk er mee bedoeld heeft, toen ze dit artikel in de Apostolische Geloofsbelijdenis opnam, want gelijk Voetius terecht opmerkte, bestond er in de Kerk zelf volstrekt geen eenparigheid van gevoelen, omtrent hetgeen men onder deze nederdaling ter helle verstond. Was het Apostolisch Symbool nu op een algemeen Concilie vastgesteld en wist men, welke beteekenis de vaders van dit Concilie aan dit artikel gehecht hadden, dan had men hier althans een vast punt van uitgang. Maar nu dit niet zoo is; nu het Apostolisch Symbool als 't ware van zelf in het leven der Kerk is gegroeid en algemeen gezag heeft gekregen, kan daarom het gevoelen van dezen of genen Kerkvader niet als gezaghebbend voor de beteekenis van dit artikel gelden. Daarbij komt, dat dit dogma, dat van meet af in de Kerk is geloofd, eerst zeer laat door de Kerk in haar Symbool is gefixeerd geworden. In de eeuwen, die daartusschen verliepen, was de Kerk reeds op menig punt afgeweken van het fondament der Apostelen en Profeten en had zich met name omtrent deze nederdaling 'er helle een voorstelling gevormd, die niet alleen op de prediking der Apostelen niet gegrond was, maar zelfs lijnrecht daartegen A streed. Neemt de Protestantsche Kerk dit g geloofsartikel over, gelijk ze van stond heeft gedaan, dan vat ze dit artikel niet op in den zin, dien de traditie Roomsche Kerk er aan hecht, maar naa regelmaat des geloofs, die in de Hei Schrift ons is geboden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 10 oktober 1909
De Heraut | 4 Pagina's