In zake de nog niet
In zake de nog niet tot formatie gekomen Kerken, die onder het voogdij schap eener naburige Kerk.gesteld zijn, worden ons de volgende vragen gedaan:
Aan de Redactie van De Heraut.
Hooggeleerde Heer !
Mag ik naar aanleiding van uw schrijven in De Heraut van 26 Sept. 1, 1, , over onmondige kerken, eenige vragen doen ?
U schrijft onder meer: „TOodra hun getal (leden bij een andere keik inwonende) voldoende zich uitbreidt (kan) tot inatituëering van een afzonderlijken kerkeraad worden overgegaan”.
Nu zou ik gaarne willen weten: ie. Hoe groot moet, naar Geref. kerkrecht, het getal leden zijn, om een eigen kerkeraad te formeeren, afgezien van alle bijomstandigheden. Ten dage der doleantie begonnen we met vier-en-twintig, mannen en vrouwen saam. Zou dat uu ook voldoende zijn, wanneer de ambten kunnen worden ingesteld?
2e. Moet met de formeering van een eigen kerkeraad gewacht worden, tot alle inwonende leden dit noodig achten, ook al is er een voldoend getal, dat 't wil?
3e. Moet er ook mee gewacht worden, totdat de keik, waarbij men inwoont, het goed vindt, ook, wanneer er een voldoend getal leden voor te vinden is en de ambten kunnen worden ingesteld ?
4e. Mogen enkele gelooicigen een eigen kerkgebouw hebben en beginnen met Evangeliseeren of laten Evangeliseeren door kerkelijk erkende personen (op welken tijd ook) voor zwakken, ouden van dagen en kinderen en voor degenen, die geen plaats bij de naburige kerk kunnen bekomen, al is de kerkeraad, bij wien men inwoont, daartegen, of, als deze niet, naar hun oordeel, in de behoefte voorzien kan.
Alles zonder bezwaar of voordeel van genoemde kerk, behalve wat voor de armen gecollecteerd wordt.
Hopende op een antwoord van u in De Heraut, met voorloopigeri dank
Hoogachtend, Een getrouwe lezer.
De eerste vraag, hoe groot het aantal leden moet wezen, om tot het instellen der ambten over te gaan, is moeilgk te beantwoorden, daar noch Gods Woord noch het Gereformeerd' Kerkrecht daarvoor een bepaald getal aangeeft. Alles hangt hier juist van de omstandigheden af. Een groep van vijf en twintig belijdende leden kan voldoende ^jn, wanneer daaronder mannen gevonden worden, die metterdaad gaven en geschiktheid voor het ambt bezitten. Over 't algemeen kan alleen gezegd, dat men met de instelling der ambten en het formeeren van een kerkeraad liefst niet te lang moet wachten, want de ervaring leert, dat juist het optreden als geïnstitueerde Kerk een der beste middelen is onder Gods zegen, om het aantal leden uit te breiden.
De tweede vraag is gemakkelijker op te lossen, maar ze hangt zoo nauw met de beide volgende saam, dat we ze liefst ook gezamenlijk beantwoorden. De groep geloovigen, die op zulk een plaats woont, is zeer zeker verplicht alle pogingen aan te wanden om zoo spoedig dit kan tot instttueering van een eigen Kerk te komen. Het inwonen in een andere Kerk is altoos een abnormaal geval en, het doel moet wezen in de plaats zelf waar men woont, tot openbaring van Christus' lichaam te komen. Zoolang men hiertoe echter niet gekomen is, staat men onder de voogdijschap van de naburige Kerk, waartoe men behoort, en heeft de Kerkeraad van deze Kerk bij aUe kerkelijke handelingen, dus ook bij het instellen der ambten, leiding te geven. Het ligt daarom op den weg van dezen Kerkeraad om te beslissen, wanneer het oogenblik tot de institueering dezer Kerk is gekomen; daarna roept deze Kerkeraad de bstrokken leden saam, bespreekt met hen de wenschelijkheid en noodzakelijkheid, om tot de institueering der Kerk over te gaan en laat de verkiezing der ambtdragers onder zijn leiding plaats vinden. Natuurlijk is er geen het minste bezwaar tegen, dat het verzoek daartoe van de betrokken leden uitgaat. Maar de beslissing behoort niet bij de^e gemeenteleden, maar bij den Kerkeraad te berusten. De Kerkeraad heeft daarom, wanneer een kleinere of grootere minderheid tegen de instelling der ambten bezwaar in brengt, uit te maken of de bezwaren door deze broeders ingebracht, overwegend zijn of niet. Noodzakelijk is het daarom zeker niet, dat al de betrokken leden met dit besluit instemmen; anders zou zelfs een kleine minderheid kunnen tegenhouden, wat naar het oordeel van den Kerkeraad en de meerderheid van Godswege plicht is geworden. De vraag, of men een Kerk institueeren zal, is toch niet een vraag, die afhangt van de willekeur der leden, maar moet beslist worden door het gebod Gods, die wil, dat overal Zijn Kerk zal openbaar worden, Zcodra het aantal genoegzaam uitbreidt en er geschikte ambtsdragers worden gevonden, ligt daarin een aanwijzing Gods, dat men tot de institueering der Kerk moet overgaan, en behoort elk lid zich aan die leiding Gods te onderwerpen. Nu kan er verschil bestaan ovsr de vraag, of deze voorwaarden reeds vervuld zijn; is het verschil niet door ernstige beraadslaging met den betrokken Kerkeraad uit den weg te ruimen en blijft de Kerkeraad' weigerachtig, om de ambten in te stellen, terwijl de betrokken leden zich w& l in staat achten een Kerkeraad te formeeren, dan staat vanzelf de weg open om zich op de meerdere vergaderingen te beroepen, die dan over dit geschil uitspraak hebben te doen.
Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor de laatste vraag, die de inzender doet. Zonder twijfel is het een uitnemend middel om de K> : rk uit te breiden, dat men al vast begint met een gebouw te huren en daar de bediening des Woords laat plaats vinden. Ml ar ook hierbij behoort de leiding van den Kerkeraad uit te gaan, die dan toezicht op deze Godsdienstoefeningen heeft te houden, liefst door een of meer ouderlingen daarbij af te vaardigen. En ook hier is bij verschil van gevoelen geen andere uitweg dan beroep op de Classis. Maar hierbij eigenmachtig te werk te gaan, zonder goedkeuring of zelfs tegen den wil van den Kerkeraad, is zeker niet geoorloofd. Zoolang men nog onder voogdijschap staat, kan men niet als mondig optreden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 10 oktober 1909
De Heraut | 4 Pagina's