Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het doet mij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het doet mij

5 minuten leestijd

De heer Bensdorp vraagt weer het woord voor zijn critiek:

Geachte Redactie,

Het doet mij werkelijk leed, dat ik u alweder moet lastig vallen; doch in uw jongste nummer komt een' bewering voor, die ik onmogelijk stihwijgend kan laten voorbijgaan. U zet n.1. als onbetwistbare waarheid op, dat Rome van een eigenlijk zielelijden in Christus niet wil weten. „Wel erkent Rome in haar Catechisfjius, dat Christus ook naar de ziel geleden heeft, maar ze voege er terstond aan toe, dat dit alleen geldt voor het lagere deel van Christus' ziel, d. w. z. van Christus' anima sensitiva, zijn gevoëlszie), en niet van het hoogere deel van Christus' ziel, de anima rationalis of redelijke ziel".

Nu staat van deze onderscheiding tusschen Christus' gevoelsziel en zijn redelijke ziel in den Catechismus eenvoudig geen woord. Rome leert dan ook wel degelijk dat Christus geleden heeft in zijn geheele ziel, het redelijk deel niet uitgezonderd.

Wel is waar is het een nagenoeg algemeen gevoelen der Roomsche godgeleerden, dat Christus immer, ook te midden van zijn lijden, da aanschouwing Gods heeft genoten (zij beroepen zich hiervoor op Joh. I. r4, J6, r; , 18), en het is zonder twijfel een ondoorgrondelijk geheim, hoe dit met een allergrootst zielelijden heeft kunnen gepaard gaan, maar niettemin is het zeker, dat de Katholieke Keric zulk een allergrootst zielelijden van Christus aanneemt.

Als Rome verder beweert, dat desnoods een enkele druppel bloeds, door Christus vergoten, had kunnen volstaan om de wereld te verlossen, ziet dit alleen op de innerlijke waarde vanden losprijs, die ook in dat geval oneindig zou zijn geweest; maar hiermede ontkent de Katholieke Kerk niet, dat door Gods raadsbesluit eenveel overvloediger voldoening was bepaald. Christus moest dus wel degelijk lijden wat Hij geleden beeft. Voor dit raadsbesluit Gods zijn, afgezien van de vereischte genoegzaamheid van den losprijs, redenen genoeg aan te voeren. (Verg. o.a. Rom. V. 8 en I Petr. II. 21).

Ten slotte stelt Rome den losprijs der wereld geenszins louter [in het bloed van Christus, afgezien van de door Hem geleden ziels-en lichaamssmarten. Wel legt zij op het voorbeeld der H. Schrift op Christus' bloed een bij sonderen nadruk.

Maar beweren, dat Christus zielesmarten heeft geleden en wel in den hoogsten graad, zooals geen sterveling op aarde ooit heeft verdragen (gelijk o. a. ook de Roomsche Catechismus uitdrukkelijk zegt), sluit nog niet in, dat Christus helscbe smarten heeft verduurd. Men kan zeer goed zielesmarten lijden, zonder daarom nog in den eigelijken zin des woords helsche smarten te verduren.

Ook dat Christus beladen is geweest met de zoenschuld der zonde en zich verlaten heeft gevoeld van zijn Hemelschen Vader, bewijst op zich zelf niet, dat Christus in den eigenlijken zin des woords de pijnen der verworpelingec beeft geleden. Die bewering berust alleen op uw tt^sX-verklaring en op redeneeringen die niet osaanvechtbaar zijn, maar geeoszins op een uitspraak der H. Schrift zelve. Van helsche smarten door Christus geleden staat in de Hj Schrift geen enkel woord.

Met ware hoogachting

Uw dn. TH. BENSDORP.

Amst., 22 No/. 1909.

In den Roomschen Catechismus P. I Cap. V qu. 2, wordt gevraagd: „heeft Christus' ziel de kwellingen (van het kruisiijden) gevoeld? " en daarop volgt het antwoord : „Niemand heeft te twijfelen, dat Christus' ziel quod ad inferiorem partem attinet, d.w.z. waf het lagere deel van zijn ziel aangaat, van deze kwellingen niet vrij is geweest. Want daar hij de menschelijke natuur in waarheid heeft aangenomen, moet erkend worden, dat hij met zijn ziel ook het zwaarste lijden gevoeld heeft." De Catechismus beperkt het zielelijden dus uitdrukkelijk tot de inferior pars animae. Nu werd in de Scholastieke terminologie onderscheid gemaakt tusschen de inferior pars aminae als de anima sensitiva of gevoelsziel en de superior pars animae als de anima rationalis of redelijke ziel. Dat de Catechismus op deze onderscheiding het oog heeft, kan moeilijk ontkend worden. Toch doet dit aan de quaestie zelve niets af of < toe; hoofdzaak is, dat de Catechismus hier het lijden tot een deel en wel tot het lagere deel van Christus' ziel beperkt, maar het hoogere deel van Christus' ziel van dit lijden uitsluit. Anders toch zou deze bijvoeging geen zin of beteekenis hebben gehad. Dat overigens onder de Roomsche theologen op dit punt geen eenstemmigheid bestaat, sommigen van een zielslijden in het geheel niet willen weten, anderen het zielslijden tot de gevoelsziel beperken en nog weer anderen de heele ziel van Christus laten lijden, is ons niet onbekend. Maar juist om dit verschil van meening hielden we ons liefst aan de verklaring van den Roomschen Catechismus.

Wat het tweede punt betreft, hebben we letterlijk de woorden van Paus Clemens 'V aangehaald, die dogmatisch gezag hebben. De heer Bensdorp ontkent dan ook niet, dat volgens Rome éen druppel bloed van Christus voldoende zou geweest zijn om heel de wereld te verzoenen. Op dit punt alleen kwam het aan.

En wat het laatste punt betreft, zegt Bellarminus Disp. de Controv. lib. IV cap. 8 : „Scrïpturae totam salutem nostram tribuutit sanguini et morti corporali ipsius Christi et post mortem corporalem nullam ulterius poenam agnoscunt", d.w.z., de Schriften schrijven heel onze zaligheid toe aan het bloed en den lichamelijken dooi van Christus, terwijl ze na Christus' lichamelijken dood verder geen melding maken van eenige straf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 december 1909

De Heraut | 4 Pagina's

Het doet mij

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 december 1909

De Heraut | 4 Pagina's