Vereenigingsieben.
„JACHIN”.
II,
In het vorig artikeltje, dat handelde over J/chin", werd het voornemen uitgesprckets, bijzonder te behandelen „Jachin's" Rooster met toelicbtiüg, Vódr daartoe echter wordt overgegaaD, zij het een en ander medegedeeld naar aanleiding van het verslag der vereeniging, waarin uitvoerig melding gemaakt wordt van de 3Se slgemeene vergadering, van welke iemand niet ten onrechte schreef: „Zoo'n samenkomst, eenmaal per jaar, met belangrijke referaten en opbouwende ontmoetingen en discussies is immers ook van groote beteekenis".
Aan de 35e jsiarvergadering, die 28 Juli j.l. te 's Gravenhage gehouden werd, ging vooraf een bidstond, in welken Ds. J. Douma van Leiden het woord voerde en sprak over het zaad, dat door de Zondagsschool onder biddetd opzien tot God in de jeugdige kinderhartec gezaaid wordt. Meer doen dan het saad zaaien kan de Zondagsschool niet, zoo betoogde de redenaar. En dan ging bij ongeveer aldus voort: „Ook doet ' .'ij bet veelszins gebrekkig. De ondetwijïers en onderwijzeressen zijn meest eenvoudige en ocgeleerde iieden, zeiden van hoogen siand of schitterende positie. De plaatsen van saraenkomst zijn vaak weinig uitlokkend. En toch is ook de Zondagsschool in haar arbeid tot rijken zegen gesteld, want liaar zaad was het woord van het Koöinkrijk; en God deed het vrucht dragen, gelijk voor eenige jaren, toec velen alleen aanmerkingen en harde, onbillijke critiek voor haar hadden, o.a, door Dr. Kuyper is verklaard, die waarschuwde: „Verderf haai niet, want er is een zegen in."
En wat doet nu „Jachin" voor de Zondagsscholen behalve hetgeen reeds in het vorig artikel vermeld werd? De vereeniging verleent stoffelijke hulp aan arme scholen; zij voorziet in de behoefte aan kaartjes en andere hulpmiddelen j zij wil - en dit behoort zeker tot het belangrijkste dat zij beoogt - „den arbeid dêr Zondagsschool in een recht verband tot de Kerk stellen, overeenkomstig de regelen, naar Gereformeerde opvatting voor dezen en anderen Zendingsarbeid geldende".
Over dit deel van „Jachin's" arbeid sprak de tweede secretaris in de jaarvergadering hst volgende: „Wij hopen, dat van steeds meerdere plaatsen bericht inkomen zal, dat de Zondagsscliool onder kerkelijk toezicht gesteld is. Geen toezicht alleen in naaos; dat hebben wij al larg, veel te lang zelfs. Maar een gezond en krachtig werkend toezicht, waardoor de plaatselijke kerkeraad in gedurig contact treedt met de Zondagsschool. Nog liever ontvangen wij bericht, dat op steeds meerdere plaatsen de Zondsgsschool in de handen des kerkeraads is overge gaan. Het gaat hier, gelijk het dikwijls is. Het inzicht rijpt, de zaak is door bespreking wel aanhingig, maar in de praktijk vordert mrn langzaam, al te trazg zelfs. Wijl de Zondags school voor de kerk arbeidt, moet zij ook door de kerk arbeidenj dat worde steeds meer on^e leuze. Wij moeten niet tevreden zijn met het uitzuiveren van den methodistischen zuurdecsem alleen (ook daartoe sporen wij met nadruk aat)); doch tegelijk zij ons streven, heel het Zondagsschoolwezen in het zuivere spoor te leiden. Wekken wij dan ook vooral op dezen dag elkander op, om door goed en kwaad gerucht voort te gaan in het nu met meer helderheid dan vroeger afgeteekende spoor, biddend, of de Heere spoedig den dag doe koman, dat de Zondagsschool een kerkelijke stichting zij, van de kerk uitgaande en door de kerk geleid, haar zelf ten zegen, de kerk tot bloei en totuitbrei ding van het koninkrijk Gods."
In hetzelfde verslag, waaruit deze woorden van den tweeden secretaris zijn aangehaald, vindt men ook da volgende belangrijke uiteenzetting :
„Dankbaar deeien wij mede, dat de Zondagsschool, die een tijd lang aan scherpe critiek blootgesteld was, nu weer in de gunst van steeds meerderen gaat deeien. Menigeen, die haar vroeger veroordeelde, eikent nu, dat haar arbeid noodzakelijk is en dit in steeds toenemende male wordt, met name in de groote steden.
Gedurig ontvangen wij brieven uit verschil lende deeien des lands. En dat is ons steeds een genot. Vooral wanneer wij daarin lezen, dat het aantal kinderen toeneemt en het cijfer vermeerdert van hen, die komen uit gezinnen, welke van het Woord Gods vervreemd zijn. Op één ding willen wij hier nog de aandacht vestigen. Nog steeds kleeft aan de Zondagsschool de schaduwzijde, dat zij zich in hoofdzaak tot de jeugd der belioeftige bevolking wendt. Moge men er met ernst op bedacht zijn, hoe ook de kinderen van de meer gegoede klassen tot de Zondagsschool geleid kunnen worden, voor zoover zs namelijk in huis of school van het Woord Gods niet hooren. Dat moet o. i. steeds meer een punt van ernstige overweging worden".
Hoe gaarne zouden we niet uitvoerig stilstaan bij het referaat, dat door dea bekenden Christenpaedagoog, den heer A. Jonkman, werd gehouden in de namiddagvergadering en dat handelde over «Het beste tuchtmiddel, ook op de Zondagsschool", Het beslaat echter in het jaarverslag meer dan 20 compres gedrukte bladzijden, zoodat ^e, met het oog op de plaatsruimte, niet meer sunnea doen dan het met warmte ter lezing aanbevelen en er enkele zinnen uit citeeren.
Na uiteengezet te hebben, dat er is een alge meen menschelijke overtuiging, een uitgangspunt voor het gemeenschappelijk denken, n 1. dat er 'icht moet worden geoefend over eiken menscb ^n in lederen kring, betoogde de heer Jonkman, "*t „alle Christenopvoeders - ook de Zondags schoolonderwijzers - hebben sterk te staan in de overtuiging aangaande de deugdelijkheid, de voortrefïjlijkheid der Christelijke zedeleer, het doeltreffende der Christelijke tucht, de uitnemendheid der Heilige Schrift als tuchtmiddel, tot eigen vorming, ten bate hunner leerlingen, tegenover - neen, indien mogelijk, om te winnen - wie in geloof van ons verschilt, wie een ander .stelsel van zedeleer heeft ontworpen, wie andere tuchtmiddelen kiest dan ons het dierbaarst zijn. Vooral steik te staan in zijn geloof, bij huisbezoek bij de ouders der scholieren, zal ieder onzer onmisbaar hebben te achten.
„Het Woord Gods, dat de opvoeder gebruikt als een tuchtmiddel voor het op te voeden kind, stelt dien opvoeder zelf onder de tucht. Zelf heeft hij zich te onderwerpen aan Gods Woord, te grijpen naar het ideaal van heiligheid en kracht, van geloof en vertrouwen op 's Heeren Woord.
„Dan alleen sterkt hij de liefde, de eersteen onmisbare voorwaarde voor alle tuchtoefening over zijn leerlingen. Dan alleen vindt hij de kracht, de consequentie, de volharding, dienoodig is in de worsteling met degenen, die hij beeft te leiden.
„Want zijn arbeid is een strijd, een worsteling van uur tot uur, een kamp, om alle kwaad te stuiten en te voorkomen, om eiken schadelijken invloed te keeren, om elke tegenbedenking weg te ruimen, alle verontschuldiging te ontnemen, iedereu weg ter ontkoming af te snijden.
„En in die worsteling zegeviert alleen de macht der onbezweken liefde. Is die zijn deel, dan behoeft hij ook niet te vreezen, zijn gezag, zijn persoonlijk gezag te laten gelden, waarmee 'hij zijn toezicht oefent, gebiedt en verbiedt, vermaant en berispt, goedkeurt en aanmoedigt, bedreigt en belooft, beloont en straft. Dat gezag ontleent hij middellijk aan God. Maar het alzoo bezittende, mag hij het ook gebruiken, om tncht te oefenen. Hij mag zijn persoon doen gelden,
„Dat durfc en mag niet, wie God en Zijn Woord verwerpt. Wie in God niet de bron van zijn gezag vindt, pleegt tirannie over de geesten, indien hij tucht wil oefenen door persoonlijk gezag. Het persoonlijk gezag van den opvoeder oefene weer kracht. En al staat men nu zwak, om den rechtsgrond daarvoor te vinden in de gegevens der natuur, ook deze laatste hulde aan onze Christelijke zedeleer, aan de waarheid, die het tuchtmiddel der Heilige Schrift ons leert, aanvaarden we met dankbaarheid aan onzen God."
Zoo ongeveer sprak de heer Jonkman, wiens rede van groote belangrijkheid mag geacht worden. Zij werd gevolgd door een geanimeerde gedachteuwisseliog, waarvan het overzicht in het meergenoemde jaarverslag ter lezing zij aanbevolen.
Dit verslag is nog te meer van belang, omdat als bijlage eraan is toegevoegd een lijst van de boeken en boekjes voor de jeugd, die door de boekbeoordeelingscoramissiën van „Jachin" werden goedgekeurd.
Alles bijeengenomen, kunnen wij, bij herhaling, niet genoeg aanraden, van „Jachin's" arbeid met aandacht kennis te nemen. Het adres van den len secretaris der vereeniging is: P. O/anje, Eikenweg 4, Amsterdam,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 2 januari 1910
De Heraut | 4 Pagina's