Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Leestafei.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leestafei.

7 minuten leestijd

I. DR. H. BAVINCK, Hoogleeraar te Amsteram. MAGNALIA DEI. Onderwijzing in de hristelijke Religie naar Gereformeerde Belijdenis. Kampen — J. H. Kok — 1909.

Dit werk ligt thans, fraai gedrukt en keurig ebonden zoodat het ook zijn uitgever eer aandoet, voor mij. Het telt ongeveer 650 pagina's n is, wat er de bruikbaarheid niet weinig van erhoogt, voorzien van een nauwkeurig register.

Reeds bij zijn verschijnen in afleveringen heb k het een paar maal aangekondigd en aangerezen, waarom ik mij dan, nu het gereed iS) lechts bepaal tot vermelding van strekking en nhoud.

MAGNALIA DEI, „de groote werken Gods", de aam ; is ontleend aan Hand. 2 : i r, — koos AVINCK als titel voor deze populaire dogmatiek, oor deze Gereformeerde geloofsleer. Er ligt ia ezen naam de gedachte, dat de christelijke religi« iet alleen in woorden, in een leer bestaat, maw at zij, in woord en feit, een werk Gods is, etwelk in het verleden tot stand gebracht, in et heden uitgewerkt en eerst in de toekomst oleindigd wordt.

Ook dit boek bedoelt de oude belijdenis aan e passen aan het bewustzijn van de«en tijd. Wel is", zocals in de Voorrede gezegd woidt, , wat met name Dr. KUYPER door zijn vele erken, inzonderheid ook door zijn rijke Citehismusverklaring, daartoe heeft bijgedragen chier voor geen overschatting vatbaar, ma»' och ontbreekt er nog altijd eeo weik, dat den nhoud van het Christelijk geloof naar de ge-

wone orde voor de breede kringen van het yQ]k verklaart en door bescheiden omvang en pijjs binnen hun bereik blijft."

Ook de onderwijdngindenchristelijkengods dienst nu, welke in dit boekwerk aan de gemeente wordt aacgeboden, tracht in deze leemte te vooriien.

De lesers voor wie de geachte Schrijver het bestemt, zijn, naar hij zelf zegt, niet de studieinenschen, welke zichzelf op de hoogte kunnen brengen van de rijke en diepe gedachten der Schrift, welke in de Gereformeerde theologie tot formuleering zijn gekomen, maar da gewone leden der gemeente, die door middel der catechisatie voor de toelating tot het heilig avond maal zich voorbereiden, of ook daarna in dekennis der waatheid belang blijden stellen. En bij voojkear is dan gedacht aan al die j )nge rusnnen en vrouwen, die dik wei f reeds opj'ïugdigen leeftijd in werkplaats of kantoor, in winkel of fibritk, in scholen van meer uitgebreid of middelbaar onderwijs opgeleid worden tot hun toekomstig bedrijf cf beroep en daar menigmaal in kennis komen met de veelvuldige bestrij dingen, waaraan de Christelijke religie in den tegensoordigen lijd is blootgesteld.

De bedoeling van het boek is alsoo om op bevattelijke wijzen voor menschen van onzen tijd de christelijke Religie naar gereformeerde belijdenis uiteen te zetten en tevens tegenover haar tegenwoordige bestrijders te handhaven.

Een doel, dat, naar mij toeschijnt, er ook mee bereikt is.

Naar de gewone orde, waarin da loei der Dogmatiek worden voorgedragen, wordt de stof hier behandeld in een 24 hoofdstukken.

Moge het nu ook zijn weg vinden naar de lezers, die de schrijver zich voorstelt en bij hen ïija weik doen, dat hij er onder Gods zegen van verwachten msg.

2. NEDERLANDSCH ZENDIKGSJAARBOEKJE voor het jaar 1910. Met aanbeveling van het Comité voor Nederlandsche Zsndingsconferenties. Uitgegeven* door de Redactie van den Nederland sche Zendingsbode. EkclrÏEche boekdrukkerij J Bootsma, 's Gravenhage.

Voor wie zich bezighouden met de zending, — en „ieder lid der Gereformeerde Kerken in Nederland - wordt geacht, uit kracht van zijn lidmaatschap, aan de zending te moeten medewerken", zoo slaat op p. ro2 vandit jiatboeije te lezen — voorziet een zendingsjtarboekje metterdaad in een behoefte.

Het was daarom j ircmer, dat zulk een periodiek, reeds vóór 1900 door de Zendingsdrukkeiij te Ermelo uitgegeven, na rpo; niet meer liep.

De Nederlandsche Zendicgsbode, sinds jaren te Ermelo uitgegeven, die ook dat Jaarboekj-^ redigeerde, is onlangs in andere handen over gegian. De nieuwe redactie van dit tijdschrift CU bïsloot onlangs wederom de uitgave van een Jaarboekje te beproeven en heeft in het hier voor mij liggend werkje dit besluit, zeer ten gerieve en ten genoege van de vrienden der zending, uitgevoerd. Na een kalender en wat verder tot de inventaris van een fatsoenlijk Jaarboekje behoort, vindt men er eerst een rubriek Mengelwerk, Dit Mengelwerk b, vat dan, o. m. Korte mededeelingen betreffende den ."Zendingsarbeid in oiii Oost en onie West; de bedoeling ea de inrichting van de dit jaai in Edinburg ie houden Wereld Zendingsconfe rentie; en een In Memoriam aan E. NIJIAND, den, va. Januari van het vorige jaar te Utrecht oveiieden, voortrefif.lijken kenner van het Zendingsweik. Min aangenaam trof mij eerst in dat, overigens zakelijk geschreven s; ukji, hei laatste gedeelte. De schrijver toch vergrijpt zich daar aan het moo'e eind van MULTATÜLI'S Havelaar. „Multatuli Echreeu»t het uit, dat „hij.... wij lazeix", zoo toch schrijft de heer „J. HOBMA", nog eecs die lawaai slotpagina's 07er ea sloten den Havelaar met walging". Maar bij herlezing dezer regels mocht ik zoo op da gedachte komen, dat de heer HCBMA, om een pakkend slot voor zijn ntkrologieij; , zijn Havelaar voor den draad was gaan halen en, toen hij er dat 200 gauw niet in kon binden, met een onplezierig gezicht, als van een schooljoBgsn, die niet kan „overspieken", het .bock maar weer sloot. „En wij lazen" zou de heer HOBMA zeggen, toen weer in goed humeur gebracht, het Jaarboekje miar_verder.

Na het MENGELWERK volgt een wèl geordende en met zorg bewerkte STATISTIEK DER ZENDING,

Zij gaat eerst over de zending in Nider laadsch Oost-, daarna over die in West-Itidië; verder over den Nederlandschen Zendingsarbeid buiten onze koloniën ; eindelijk over de zending onder de J.iden in Nederland. Hier vindt men allerlei feiten en cijfers omtrent den arbeid van Vereenigingen en Genootschappen en ook omtrent dien onzer Kerken op het gebied van de Zending. Iedere statistische rubriek eindigt met een zeer belangrijk algemeen overzicht De statistiek van de zend'ng der Gereformeerde Kerken mjakt hier in alle opzichten een goed figuur.

De samenstellers van dit Jaarboelje hebben recht op de dankbaarheid van de Zendingsvrienden. Moge deze dankbaarheid zich uiten in een druk koopen. Het zou j immer zijn indien ds uitgave wèèr moest gestaakt. Behalve om zijn praktische bruikbaarheid kan ïk het aanschaffen en !e«en van dit werkje ook aanbe»relen als middel tot verspreiding van kennis omtrent de Zeading, „De Zending", die zooals GASTON FROMMEL sctireef, „het meest kenmeikende werk der Kerk van onze eeuw is, evenals de Hervorming het van de Kerk der 16; e=uw was."

3. LOUISE STUART. BEELDEH EN SCHETSEN nit de letterkundige-en Godsdienstige stud.ën van Gaston Frommel.

Wie kennis wil maken met de: en, naar een «jner oud-!eerlingen mij juist dezer dagen mededeelde, zoo beminnelijken docent en daarbij zoo diepzinnigen denker, leze dit voor een ontwikkelden lezerskring geschreven boekje, FROMMEL was hoogleeraar in de systematische theologie te GENEVE en stierf m rpoó op 42jiTigén leeftijd. Hij was vooral leerling van ViNET,

Zijn literaire nalatenschap — waartoe echter geen boek behoort — maar die slechts uit kortere en langere theologische en letterkundige opstellen, waaronder ook bijdragen in i^«"«/Fi^, bestaat, wordt thans in tien deeltj ; S uitgegeven. MEJ, STUART heetf haar landgenooten een dienst Ijewezen door enkele deser opstellen met became hand in goed Nederlandsch over tezet-'ep. PROF, DR. CHANTEFIE DE LA SAUSSAVE 'eidt in een voorrede dezen haar arbeid bij het Publiek in,

Vooraf gaan verhandelingen over Ketre Lot), L53 TüUtoi, Alexander Vinet.

Dan, vojgen de opstellen: Eenzaamheid en ^srgtoppen; De Kerk en het sociale vraagstuk; "5 Kerk en de crisis onzer eeuw; Vrijmoedige verklaring (een toespraak aan zijn studenten, 1"der welken er waren aan wie FROMMEL „als ''betaal theoloog en orthodox geloovige" niet bevredigde); Menschelijk vertrouwen en Chris-'''ijlt Gïloof; De overwinning des Geloofs,

Een boekje dat, ook al is men Calvinist, te genieten ea te denken gefft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 januari 1910

De Heraut | 6 Pagina's

Leestafei.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 januari 1910

De Heraut | 6 Pagina's