Onze hooggeachte broeder
Onze hooggeachte broeder Wagenaar, redacteur van de Zuider Kerkbode, is ietwat gevoelig, omdat we — er was geen aasje boosheid bij in het spel — hem de bron aanwezen, waaruit Prof. Bavinck zijn titel haalde voor zijn populair handboek van de Gereformeerde geloofsleer.
Schertsend had hij van „professorenlattjn" gesproken, en even schertsend antwoordden we, dat dit professorenlatrjn dan toch al heel oud was, want dat het reeds bij den Kerkvader TertuUianus en in de Bijbelvertaling van Hieronymus werd gevonden.
Is het goed om bij zulk een ietwat ondeugende opmerking terstond aan »kleineerende" critiek te denken ? Geldt ook hier niet, dat wie den bal kaatst hem terug moet verwachten? En sinds wanneer kan er bij onzen doctor, die zelf zooveel van humor houdt, geen scherts meer door?
L^ten we, om den plooi terstond weer glad te strijken, eerst aan onze lezers meêieelen, dat we er geen oogenblik aan gedacht hebben te veronderstellen, dat Dr. Wagenaar niet zou weten, dat de bewuste titel ontleend was aan Hand. 2:11. Prof. Bavinck vertelt dat zelf in zijn voorrede, en Dr. Wagenaar wees er op in zijn vriendelijke recensie. Onze aanduiding van dit fdit diende niet voor Dr. Wagenaar, maar alleen voor onze lezers, om hun duidsiijk te maken, hoe de Vulgaat hierbij ter sprake kwam. De bedoelde zin had echter duidelijker kunnen gesteld zijn, en dat vergeeft een keurig stylist als Dr. Wagenaar u niet.
Wit nu de zaak zelf betreft, deelt Dr. Wagenaar mee, dat hij zrjn Vulgaat niet bij de hand had, wel vermoedde, dat de titel daaraan ontleend was, maar 't liever niet verraden wilde, dat een Gereformeerd professor zijn titel haalde uit het Roomsche Nieuve Testament. De arme Heraut heeft Prcf. Bavinck dus eigenlijk een zeer slechten dier .'t bewezen, en zij die beweren, dat Rome en Dordt hand in hand gaan, hebben nieuw koren op hun molen gekregen.
Voorts was zijn grief niet, dat Prof. Bavinck dit min of meer barbaarsche Latijn had uitgevonden, maar dat hij er zich van bediende. Het classieke Latijn van den Gereform.'ïerden Beza had de voorkeur verdiend. Etj ten slotte handhaaft hij zijn bezwaar tegen 't gebruik van Latrjnsche titels in 't algemeen voor populaire werken en keurt aatoiïi even zeer E Voto als Magnalia ei af.
Nu behoeven we 't pad van Prof. Bavinck iet schoon te vegen, en we zijn ook niet ang, dat 't thans verklapte geheim aan rjn uitnemend handboek afbreuk zal doen. aar onze geachte broeder Wagenaar, iens voorliefde voor het zuiver Ciceroiaansche Latijn we zeer op prijs stellen, oude ons de opmerking ten goede, dat de ulgaat toch geen Roomsch Nieuw Testaent is. Op gevaar af, dat onze Roomsche ensor, de heer Bensdorp, ons opnieuw op t lijf valt, houden we staande, dat de ulgaat een oud-Christelijke vertaling van en Bijbel is, en dat TertuUianus, dien de oomsche Kerk zelfs nooit als Kerkvader ilde erkennen, evenmin „Roomsch" kan enoemd worden als Augustinus, Ambrosius f Hieronymus, die de Vulgaat vervaarigde.
Aan deze kerkvaders danken we, gelijk ok Dr. Wagenaar zeer goed weet, het atristisch latijn, dat, al is het niet klassiek, ch zeker niet met het potjeslatgn, waaran hij spreekt, op één lijn is te stellen. ls Gereformeerden schamen we ons zoo /ein»g om ook van dat Latijn kennis te emen, dat een klassiek man als Prof. olljer het zelfs aan onze studenten onderijst. Het is een schepping van de Katholiekhristelijke Kerk, waarop ook wij als erfenamen ons nuttig recht laten gelden. ilden we van dit patristisch Latijn afstand oen, dan kon heel onze Latijnsche theoloische woordenschat wel worden geschrapt.
Zijn we overtuigd, dat onze geachte rceder dit van harte met ons eens is, dan lijft alleen de vraag over, of 't gebruik an zulke Latijnsche titels, 't zij dan klassiek patristisch Latijn, gewenscht is ? Oi? er eze quaestie van smaak zullen we met nzen censor niet twisten. Alleen zouden e willen vragen, indien dit nu eens niet ondeugend is, of een schrijver, bij wien et Friesche bloed zoo sterk spreekt, dat j boven een Hollandsch werk een Frieschen tel zette, 't zoo erg euvel kan duiden, als n professor een Latijnschen titel kiest?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 20 februari 1910
De Heraut | 4 Pagina's