Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ons kort entrefilet, waarin

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ons kort entrefilet, waarin

8 minuten leestijd

Amsterdam, i8 Februari 1910.

Ons kort entrefilet, waarin we waarschuwden tegen de poging van liberale zrjde, om aan de Openbare School v/eer een zeker Christelijk karakter te geven, heeft van de zrjde van De Nederlander een breeds critieic uitgelokt, die ze in haar blad van 12 Febr. onder den titel: Nooit te laat geeft. Vooreerst wraakt ze onze uitdrukking, dat heel de Christelijke pers schier eenstemmig verklaard zou hebben, dat het voor deze poging nu te laat was:

Heel de Christelijke pers ! Ons blad zal, naar des Heraut's meening, daartoe dan wel niet behooren. Of, indien wel, in elk geval niet meetellen. „Schier eenstemmig". Wat beduidt én blad, vergeleken met de tallooze bladen, wier roeping het is te herhalen wat in Be Standaard beslist werd!

We haasten ons dit persoonlijk element it het debat weg te nemen. Reeds het eit, dat we schreven schier eenstemmig, oont, dat we wisten, dat een deel der hristelijke pers anders oordeelt. T^^Vzt is us niet juist, wat ook De Standaard beeerde, dat we De Nederlander buiten de hristelijke pers hadden gesloten. Toch kon e uitdrukking allicht den indruk maken, lsof we aan het afwijkend gevoelen van e Nederlander minder waarde hechtten. it dat oogpunt nemen v/e gaarne die uitrukking terug.

Maar De Nederlander gaat op haar beurt e ver, wanneer ze beweert, dat alleen De tandaard dit te laat uitsprak èn de bladen wier roeping het is te herhalen, wat e Standaard beslist heeft". Over het min riendelijke, dat in deze uitdrukking .schuilt an het adres van onze antirevolutionaire ers, glijden we maar heen. Maar de voortelling is ook onjuist.

Mogen we dit met een tweetal citaten antoonen ? Prof. Fabius, die overigens zeker door e Nederlander niet verdacht zal worden l te slaafs aan den ha.advz.n De Standaard e loopen, betuigde zijn instemming met etgeen De Standaard schreef, in zijn Studiën en Schetsen op het gebied van taat en Maatschappij" No. 11, r Januari 910, p. 304:

Onder dit opschrift (n.l. te laat) bevatte De taudaard van 24 Dec. 1.1. een artikel, waarin teecht betoogd werd, dat thans de tijd voorbij is, m aan de openbare lagere school een ander arakter te geven, haar met degodsJienstigebe oeften des volks in overeenstemming te brengen.' Althans voor zoover men bedoelen mocht aarmede den koers der schoolpoUtiek te wijzigen. In 1857 werd van antirevolutionaire zijde ewenscht eene openbare school, die zich bij et godsdienstig leven des volks aansloot. Men heeft dat niet gewild. Toen is uit den ood de vrije school opgekomen. Op dien ntwikkelingsgang kan na eene halve eeuw niet eer worden teruggekomen. Te minder, nu evoeld wordt, welk een zegen voor een volk gt in de vrije school.

En De Tijd — we wijzen op dit orgaan te et nadruk, omdat De Nederlander meent, op dat juist de Roomsche pers een ander oordeel velde - besprak in haar nummers van Donderdag 9 en Woensdag i s December 1909 de bekende voorstellen van baron Creutz in Onze Eeuw, die ten doel hadden om het Christelijk karakter der Openbare School te herstellen en liet aan het slot aldus haar critiek hooren :

Wat van dat alles te denkan? Wij moeten erkennen, dat de door een edelen en godsdienstigen geest ingegeven voorstellen van baron Cteutz zeer veel aanlokkelijks hebben, maar het lijkt ons vrijwel oanoodig, en zelfs ten deele gevaarlijk, ze te verwezenlijken, Vopr die verwezenlijking is de tijd thans voorbij, men had er voor 1878 - mee moeten komen. Thans toch zouden die godsdienstige openbare scholen, beantwoordend aan de eischen van de belijders der verschillende gezindten, komen te staan naast de bijzondere scholen, welke het geheele land overdekken. Wij zouden dus krijgen: bij zondere katholieke scholen en openbare katholieke sc> iolen, b ij z o n-dere protestantsche scholen en openbare protestantsche scholen. Heeft de geachte schrijver er wel genoeg aan gedacht, dat zijne nieuwe schepping op onderwijsgebied de bestaande, ten koste van vele offirs tot stand gebrachte school der Katholieken en Protestanten bijna overbodig zou maken, in hare ontwikkeling zou schaden, ja. in haar bestaan zou bedreigen? Heeft hij overwogen, dat door die Katholieken en die Protestanten, welke werkelijk hechten aan cocfessioneel^onderwijs voor hunne kinderen, reeds is gedaan, wat bij hen onder een anderen vorm wil laten dosn — dat zijne confessioneele openbare school derhalve door het bijzonder onderwijs vrijwel onnoodig gemaakt is? Dit klemt te meer, omdat op kleine dorpen, waar thans geen bijzondere school kan bestaan, meestal ook voor geen confessioneele openbare scholen, beantwoordend aan de verschillende gezindten, plaats zal zijn.

Aangezien De Tijd dit oordeel reeds 15 December velde en De Standaard pas 24 December zich over de quaestie uitliet, kan ook hier moeilijk van napraten sprake wezen. Een tweede vergissing, waaraan De Nederlander, natuurlijk onopzettelijk, zich schuldig maakte, was de voorsteHiög, alsof we het pleit gevoerd hadden tegen wat zij noemt „de relatieve neutraliteit der Openbare Schooi" en voor de absolute. In ons artikel staat hierover niet één enkel woord. Dat beide quaesties ook niets met elkaar te maken nebben, blijkt wel het best daaruit, dat De Tijd, die vóór de relatieve neutraliteit is, toch op dezelfde gronden als wij tegen de voorstellen van baron Creutz bezwaar had.

De spraakverv/arring zal weF daardoor ontstaan zijn, dat het woord relatieve neutraliteit tegenwoordig in verschillenden zin genomen wordt. Bedoelt men er alleen mede, dat in streken zooals Noord-Brabant en Limburg, waar de heele bevolking Roomsch is, of de Velu we, waar schier alles nog Gereformeerd is, de Openbare School een min of meer Roomsch of Gereformeerd karakter dragen kan, zonder dat dit met de wet in strijd behoeft geacht, dan hebben we daartegen, gesen bezwaar. Maar wanneer men onder relatieve neutraliteit bedoelt, gelijk het thans meer dan eens is uitgesproken in liberale kringen, dat men op de Openbare School wel een zekere reliieuse opleiding wil, mits daarbij maar een aanstoot. v/ordt gegeven aan andersenkenden, dan wil dit eenvoudig zeggen, at men een Chrisiendom wil „boven eloofsverdeeldheid", een Christendom zoner geloofsleer, zonder vaste en belijnde rekken, een Christendom dat Christelijk eet, maar feitelijk niets anders dan mo-1 ernisme zou zqn. En Groen heeft niet ten nrechte gewaarschuwd, dat juist in zulk en schijn-Christendom veel grooter gevaar chool dan jn de absolute neutraliteit. Daarom blijven we waarschuwen.

Juist in de ernstiger gestemde moderne ringen betreurt men, dat de Openbare chool niet alleen onreligieus is geworden, aar zelfs een antireligieuse macht. Men il het godsdienstonderwijs weer in eere erstell-en. Dr. Singels drong hierop zelfs oor de openbare gymnasia aan, omdat 't chande was, dat : ons opgroeiend geslacht oo weinig van den Bijbel wist. Maar dat nderwijs moest dan geschieden aan de and van moderne leerboeken. En zoo al men ook voor de Lagere School wel en uur Brjbelsche geschiedenis willen openouden, mits natuurlijk al wat met het ovennatuurlijk karakter der Openbaring n verband staat, de wonderen, de schepingsgerchiedenis, Christus' zoendood en pstanding, wordt weggelaten.

Ook in liberale kringen is men met den egenwoordigen stand van zaken verlegen; inder nog om religieuse motieven, dan el omdat mea vreest, dat de Openbare chool al meer propagandaschool van het ocialisme wordt, wil men de hooggeroemde eutraliteit beperken. Zelfs het bestuur van en Vrijdnnig-Democratischen bond acht et stuitend, dat, als consequentie der neuraliteit, de onderv/ijzers weigeren trouw aan et Koningschap de kinderen ia te prenten. n daar men weet, dat de feligie nog ltoos een der machtigste middelen is om en geest der revolutie tegen te gaan, wil en een min of meer kleurlooze religie op e Openbare School weer in cere hersteilen.

Hiertegen ging in de eerste plaats ons rotest, omdat we, ook zonder het goede lement te miskennen, dat hierin schuilt, ch een dergelijke relatief-neutraal Chrislijke Openbare School een zeer ernstig evaar zouden achten. Men voelt in deze ringen, dat de Openbare School al meer rond onder den voet verliest, niet meer e School is, waaraan de natie is gehecht, n dat de Vrije School wint. Toch blijft en met de Openbare School dwepen als ationaal instituut, waar de zonen van het aderland eendrachtig moeten worden opgeoed en onze nationale eenheid zal worden ehandhaafd. En om de Vrije School tegen werken en de Openbare School er boven p te helpen, zal men zooveel „Christelijken Godsdienst" toelaten als zonder krenking van andermans begrippen mogelijk is. Nu verdenken we De Nederlander geen oogenblik aan dit opzet te willen meedoen. We gelooven, wat ze zelf zegt, dat de Vrije School nog altoos haar ideaal blgft. Maar wanneer ze nu zoo luchthartig over het gevaar heenspringt en beweert, dat dit gevaar wel in Groen's dagen bestond, maar thans niet meer, dan is ze toch niet op de hoogte van wat er in het land omgaat. Tegen deze „relatieve" neutraliteit, zooals ze thans door verschillende liberalen en modernen voorgestaan wordt, hebben we dus dit dubbsle bezwaar :

10 dat deze „relatieve" neutraliteit neerkomt op een» Christendom, dat niemand aanstoot mag geven en zulk een Christendom voor ons geen Christendom is; 2» dat dit christelijk etiket dienst moet doen, om de Openbare School weer tot de volksschool te maken, wat geen ander doel heeft dan om aan de vrije Christelijke School afbreuk te doen, of althans haar verdere uitbreiding te belemmeren. M^gen we hiermede afbreken, om een volgend maal nog nader op deze quaestie in te gaan, die zeker voor de toekomst van ons land en volk van het hoogste belang is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 februari 1910

De Heraut | 4 Pagina's

Ons kort entrefilet, waarin

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 februari 1910

De Heraut | 4 Pagina's