Buitenland
Noorwegen. Strijd voor de vrijheid der Kerk.
Het streven om de Kerk vrijheid en zelfstandigheid te geven, heeft in Noorwegen tot het iormeeren van een afzonderlijke staatkundige partij geleid. Reeds van rSso af heeft men biervoor gearbeid, zonder tot het doel te kunnen ge'aken. Wanneer de verkiezingen voor de „Storthing" aan de orde waren, werd in de programma's der partijen met geen woord van de Kerk gerept. Dit zal nu anders worden. Men zal in de Storthing voortaan moeten rekenen met eene politieke partij van 20 leden, die voor de zelfstandigheid van de Luthersche Kerk in Noorwegen in het krijt treden wil. Deze nieuwe partij is samengesteld zoowel uit Conservatieven, die wij in Nederland Christelijk-Historischen of Anti-revolutionairen zouden noemen, als uit „vrijzinnigen der linkerzijde"; de conservatieven hebben nu met die „vrijzinnigen" de meerderheid op de socialisten en de „geconsolideerde linkerzijde" (in Nederland zou men deze „vrijzinnig democraten" noemen), die gemeenlijk met de socialisten samengaan.
Er zijn voornamelijk twee zaken die het tot stand komen van een partij, welke de vrijmaking van de Kerk beoogt, hebben bevorderd. In de eerste plaats is door de regeering met mede werking van de volksvertegenwoordiging (S: orthing) een wet doorgedreven, volgens welke elk huwelijk kan ontbonden worden, wanneer de g beide echtelieden dit verlangen. De Minister t van Justitie betoogde in het parlement, dat men menschen die niet meer samen wilden leven, riet daartoe dwingen mocht. De oppositie van conservatieve zijde tegen het wetsontwerp was zwak. Daarna zag men in, dat men niet had ingedacht welke consequentiën uit deze wet zouden voortvloeien; immers men kan volgens deze wet een soort van huwelijk op proef voor zoo en zooveel j*ren aangaan. In 1910 is deze wet in werking getreden; men s hoopt dat de slechte gevolgen van de nieuwe wet zoodanig in het oog zullen springen, dat w men haar weldra weer zal veranderen. Maar de n Kerk kan in deze niets doen; zij is al te zeer nder de macht van den Staat gekomen.
Ten tweede heeft het tegenwoordige radicale ministerie eese verordening uitgevaardigd, volgens z welke de Luthersche predikanten verplicht zijn m m ' mbtelijk begrafenisplechtigheden te leiden, waarbij de lijken verbrand worden. En dit iettegenstaande kerkelijke autoriteiten zich beslist daartegen hadden verklaard, toen hun k advies daarover was gevraagd. Bij het vraagstuk z ver de echtscheiding werd geen advies aan v annen der Kerk gevraagd. Wel kwam in de l agen der beraadslaging de „Kerkcommissie" aam, om te handelen over het sluiten van h uwelijken, hetgeen tot de competentie van het g epartement voor den eeredienst behoort, terwijl s e echtscheiding bij dat van justitie gevoegd is. m e „Kerkcommissie" verzocht om ook het raagstuk der echtscheiding te mogen behandeen. Maar tevergeefs. En nu is deze Kerk g o ommissie nog wel door deze radicale regeering D n het leven geroepen, om voor de meest v randende vragen in zake de Kerk een zoodanige b plossing te vinden, dat de beweging om .de d erk tot zelfstandigheid te brengen, daardoor o erlamd werd.
Men kan zich nu voorstellen dat onder deze om w tandigheden, zij dis nog hart hebben voor hunne D erk, overgingen tot bet vormen van eene L taatkundige partij, om langs dien weg deover-ja eerscbing van den S^aat over de Keik te doen h phouden.
Men kan er echter op rekenen, dat de staatundige partij die de vrijmaking der Kerk in aar banier schreef, op veel tegenstand stuiten al. Men heeft in Noorwegen vrijdenkers en de eidende staatslieden in dit land schijnen van hun uurdeesem niet vrij, die het Christendom be chouwen als een „Kul'.ürfactor." Daarom behoort e Kerk geen zelfstandigheid te hebben, zij heeft lechts te dienen, totdat de beschaving zoover evorderd is, dat het Christendom als overbodig an verdwijnen. Dan zijn er liberale of moderne heologen, die het in den grond met de vrijdenkers ens zijn, dal de Kerk aan den Staat onderworpen ehoort te zijn, al meenen zij dat de Kerk nooit verbodig werden zal. Daarbij komt dat de taatkundige leiders wiilen, dat de volksvertegenoordiging het zeggenschap over de Kerk zal lijven behouden.
Maar er zijn nog andere tegenstanders, wier nvloed en kracht men niet gering moet schatten. et zijn de mannen van de inwendige Zending, ie een „Gemeentefacultcit" in het leven riepen. eze hopen langzamerhand alles te kunnen doen at de roeping der Kerk is, om aldus de Kerk overbodig te maken. Het spreekt van zelf dat deze mannen weinig gevoelen voor eene vrije Kerk, Wanneer zij zich konden vereenigen met hen die de staatskerk niet kunnen prijsgeven, maar haar tot vrijheid zoeken te brengen, zou er voor Noorwegen veel gewonnen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 20 februari 1910
De Heraut | 4 Pagina's