Buitenland
Duitschland. De zaak Fuchs.
De zaak Fuchs, of gelijk men het in het Duitsch noemt, de „Fall Fuchs", maakt in Biunswijk de gemoederen warm. De heer Fuchs, predikant te Russelheim in Hessen, had zich aangemeld om benoemd te worden tot tweeden predikant bi) de St, Martini kerk te Brunswijk, Door de vertegenwoordigers der gemeente werd hij met vijf andere predikanten op het zestal geplaatst. Maar van hooger hand werd bevolen, dat de naam Fuchs van dit zestal zou geschrapt worden. De kerkelijke pers der linkerzijde spreekt nu van een „koekende volksziel" en tracht daarover eene beweging op touw te zetten. Men noemt de daad vaa het kerkbestuur een ergernis, waarmede niet veel te vergelijken is. Met bittere woorden spreekt men otrer het „Reservatrechl" van den landsheer, waardoor nij een sollicitant naar een predikantsplaats van den lijst der candidaten afvoeren kon, ook al heeft de vertegenwoordiging der gemeente hem daarop met algemeene stemmen geplaatst. Het is bekend dat de heer des lands het recht heeft zulke solücitanten voor een predikants plaats te weren, die geen leden zijn van de landskerk welke zij gaan dienen. Wat bewoog nu den hertog-regent van Brunswijk om den predikant Fuchs als predikant niet te begeer en? Hij is sociaUst, en de wijze waarop de sociaal democraten zich bij het huwelijk van den regent hebben aangesteld, doet het begrijpelijk voorkomen, dat men in geen geval een predikant verlangde, die socialistische sympathieën heeft.
Dit recht, dat overal in Duitschland bestaat en dat ook dikwijls uitgeoefend wordt, is te voren slechts eenmaal in Brunswijk toegepast. Ia 1819 werd Kotzebue te Mannheim door Karl Ludwig Smd vermoord, wijl hij de idealen van de Duitsche „Barschenschafi" aangevallen had. De publieke opinie was voor Sand. Te Jena was zijn hoofd op hol gebracht door Follenius en ziju kring, waarin tyrannenmoord verheerlijkt werd. De hoogleeraar de Wette, die te Berlijn professor was, schreef een troostbrief aan de moeder vaa den moordenaar. De inhoud van diea brief werd aaa Friedtich Wilhelm III be g kend, en de Wette werd daardoor uit zija ambt ontzet. Daarop hield de Wette een preek te Brunswijk, waar een predikantsplaats open was. Hij werd eenstemmig co. i geplaatst op V de lijst der sollicitanten. Koning George IV »aa riaanover, als voogd over den hertog van d Brunswijk, weigerde echter de Wette's beroep te approbeeren; hij benoemde den predikant die t no. 2 op de lijst geplaatst was. Dezs bedankte op aanstokea van de vertegenwoordigiag der gemeente; en door wilde dreigbrieven werden andere predikanten, de een voor ea de ander na, afgeschrikt de opene plaats te bezetten. Eerst in den herfst 1822 waagde Sichtleben het, het beroep aan te nemen. Hij moest met t soldaten naar de kerk geleid worden, een hoop gemeen stelde zich in rijen op en goot een stortvloed van scheldwoorden over het hoofd van g den jeugdigen prediker uit. Het spreekt van zelf, dat de Buns wijkers geea belang in de Wette stelden, omdat hij zekere neiging had tot het piëdsme, al verketterden hem de Ber-a lijnsche piëtisten, of omdat hij deed aaa Schtiftcritiek. Maar het was de liberalist op staatkundig gebied, die men op den kansel verlangde. EÜ ZOO is het nu negentig jaren later de predikant met socialistische tendenzen, dien men verlangt. Wij begrijpen dat men zich daartegen van regeeringswege verzet. Wij verblijden ons in elke poging, die er aangewend wordt om de landskerken in Duitschland tot meerdere zelfstandigheid en vrijheid te brengen, wanneer 't blijkt dat dit streven voortkomt uit het verlangen dat de kerk des Heeren ie beter hare heilige roeping zal kunnen volbrengen. Maar wanneer men zich tegea het kerkbestuur verzet om - leeraars te kunnen verkrijgen die de banden d«s Heeren zoeken te verscheuten, dan is het te verstaan, dat het kerkbestuur met alle kracht het heft in haaden zoekt te houdea.
Dat men in Brunswijk echter voor de vrijheid der keik nog niet rijp is, blijkt uit het feit dat men den 6den April een conferentie voor v ketkelijkea gemeeate-arbeid houden wil, waarbij zoowel modernen als orthodoxen als sprekers zijn uitgenoodigd. Men wil ook mannen in kerkelijken arbeid trekken door het stichten van boadea van huisvaders en het houden van mannenavonden; ook zal men trachten de „Konfirmierte" jeugd bij de kerk te houden, door met gemeenteleden kerkelijke, staatkundige en maatschappelijke vraagstukken te behandelen.
Dit alles zal tot niets leiden. Immers een eerste vereischte voor het arbeiden op geestelijk gebied is, dat de arbeiders het eens zijn omtrent den grondslag waarop men werken zal. Hoe zal eea belijder van den Christus als den Zone Gods, ooit kunnen samenwerken met hen die niet in de Godheid van Ctiristus gelooven ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 27 februari 1910
De Heraut | 4 Pagina's