Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„Vrouwe, zie uw Zoon.”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Vrouwe, zie uw Zoon.”

9 minuten leestijd

Jeius nu, ziende zijne moeder, en den discipel, dien hij liefhad, daaibij staande, zeide tot zijne moeder: rouwe, zie, uw zoon. Joh. 19 : 26.

In het derde Kruiswoord geeft de Man van Smarte, eer hij sterven zal, zijn testamentaire beschikkiag. Niet over aardsch bezit. „De vossen hadden holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des menschen had niet, waar hij het hoofd zou nederleggen." Het eenige aardsche goed wat Jezus bezat, waren zijn kleederen; doch deze werden hem bij de kruisiging uitgetrokken; ze waren in het doodvonnis verbeurd; en de vier krügsknechlen aan wie ze toeviebn, wierpen het lot over den rok, en deelden het overige in vier deelen.

Maar geheel hier buiten om gaat Jezus' testament over de personen die hij achterliet, en wel over de personen die hem in liefde het naaste stonden, Maria en Johannes. OverMatia omdat ze zijn moeder was, en over Johannes omdat hij als de discipel gold, die onder de drie getrouwsten het intiemst mgt Jezus verkeerd had. Hier van een testament te spreken, gaat niet te ver. Immers Jezus verzoekt niet, maar beschikt en beveelt. Het is geen kindsbede aan Maria als moeder, of ze zich onder de hoede van Johannes wil stellen, noch ook raad aan den apostel, om zich Maria aan te trekken. Nog in zijn sterven voelt Jezus zica als de van God met macht bekleede, die over beiden te zeggen heeft. Maria wö«/Johannes als zoon aannemen, en Jobannes moest voor Maria optreden alsof ze zijn eigen moeder was. En gelijk Jezus dit aan 't kruis verordende, alzoo is het geschied. Van stonde aan nam Johannes Maria met zich in zijne woning. Eerst had Jstus zijn blik geslagen op de wilde menigte, die om Golgotha geschaard stond, hem toeschreeuwde en hoonde, — en voor hen bad Jezus: „Vade», vergeef het hun, want ze weten liiet wat ze doen". Toen trokken zijn medekruiselingen zijn heilige opmerkzaamheid, en WiS zijn tweede Kruiswoord: „Heden zult gij met mij in het Paradijs zijn." Ea nu zocht zijn zoekend oog, te midden van die gillende schare, de enkele getrouwen die zijn Kruis genaderd waren, en waarvan er twee, door de dringende menigte heen, nu zóó nabij waren gekomen, dat Jezus ze aanzien en ze toespreken kon, zóó toespieken, dat zijn stem ze bereikte. Onder die zeer enkelen stond Mitia, zijn moeder, vooraan, en niet verre van haar de discipel, die in JeiUs' zeer bijzondere liefde deelde. De andere discipelen nadeiden zoover niet, maarJohanDes was er. Ea nu spaart Jezus het fel bewogen hart van Miria. Hij zegt geen woord dat haar nog meer ontroeren kon. En al wat Jezus doet is haar rust geven door vrijmachtig over haar te beschikken: „Vrouwe, zie uw ZoonJ"

In Maiii's meegaan naar Golgotha en in haar staan bij het Kruis sprak de he< denmoed der heiligste moederliefde. Het was alles zoo plotseling toegegaau. Eerst bij haar ontwaken in den vroegen morgen kon ze vernomen hebben dat Jezus gevangen was genomen; nu is de middag nog niet voorbijgegaan, en reeds hangt haar heilig kind dood te bloeden aan het schandhout.'Blijkbaar was ze voor het Paaschfeest m.ê opgegaan naar Jeruzalem, en zal ze genoten hebben toen de Galilëers Jezus met de palmen toewuifden en hem het Hosanna toeriepen bij zijn binnentreden in de heilige stad. Wie weet, wat verwachtingen ze toen van de komende dagen had? Hoe ze z'ch heeft afgevraagd, of nu niet het Koninkrijk van Messias zou geopenbaard worden? Ea in enkele uten tijds is nu aan al die schoone hoop de bodem ingeslagen. Jezus is niet gekroond, maar gevangen genomen, Van uur tot uur is haar jobsbode op j jbsbode toegekomen van den bitteren, doodelijken ernst, waarin het proCes bij het Sanhedrin en bij den Stadhouder verliep. Telkens een nieuwe slag op haar hart. En einde lijk woidc 't haar aangezegd : „Het gaat alles naar Golgotha en uw lieve Zoon viel neder onder zijn kruis!"

Toen kon ze 't in de woning, waarin ze gescholen had, niet meer uithouden. Ze moest er uit. Ze m3et naar buiten. Ze moet Jezus nog zien. Ze kan hem niet alleen laten sterven. Ver moedelijk totn reeds door Johannes ondeisteund, gaat ze de nauwe straten door, komt op den buitenweg, ziet reeds van verre de joslenrie menigte, en als ze r6^ nader komt, ontwaart haar zoekend ocg het hooge kruis, dat op Golgotha was ingeplant; toen nog eenige schreden verder, en ze ziet aan dat middelste kiuis het ontkleede lichaam hangen van hem dien ze eens onder het hart gedragen had. En ze dringt aan, ze heeft geen rust eer ze vlak bij dat kiuis is toegetreden. Ea nu ziet ze op, en haar oog ontmoet Jezus' oog, en diep snijdt het zwaard, waarvan Simeon voorspeld had, haar door de ziel.

Dit was het Slabat mater, door den Latijnschen zanger in zoo roerende elegie bezongen. Ze kan haar tranen niet meer bedwingen. De vlijmendste pijn verteert baar hart. Alles spant haar tot wanhoop. Ze ziet die doornenkroon scherp in het hoofd gedrukt. Ze ziet die handen en die voeten die doorboord zijn. Ze ziet dat smadelijk ontbloote lichaan», gewrongen en uitgerekt tegen den kruispaal. Het bloed leekt uit de wonden. En nu gluurt ze in dit heiUg gelaat, in dit eenig schoone oog, waaruit een wereld van liefde spreek'.

In dat opzien tot en aanzien van Jezus vraagt, smeekt ze in een taal die alleen Jezus verstoDd, om een woord dat haar op kon houden. Ea nu komt dit woord. En dit woord geeft haar uit de diepste smart «an de werkelijkheid lerug.

Vrouwe, zie uw Zoon!

Van Maria's omgang en verkeer met Jezus zeggen de Evangeliën ons zoo weinig. Toch lagen er achter Jezus eerste optreden aan de Jordaan dertig lange jaren, dat Jezus met haar in Nazareth had gewoond; en wie zal ons de weelde der liefde schetsen, die vooral na Jozefs sterven, in dat stille gezin te Nazareih moet gebloeid hebber; maar een sluier vet bergt het voor ons oog'. We weten er niets van, dan heit opgaan, toen Jezus twaalf jaar oud was, naar Jerusalem, en toen bleek het dat Maria haar heilig kind nog niet begreep. „Wist gij niet, dat. ik zijn moest in de dingen mijcs Vaders? " Te Kana is ze met Jezus ter bruiloft opgedaan, en gist ze het wonder dat te komen stond, maar ook hier wijst Jezus haar terug: „Vrouwe, wat heb ik met u te doen ? mijn ure' g is nog niet gekomen!" Weer later wordt ze c over Jezus bezorgd dat de schare hem verdringen zal, maar ook hier wijst Jezus haar af. „Mijn moeder en mijn broeders zijn zij die den wille Gods doen!" Aan alles, ziet ge dat Maria, bij al haar innige liefde voor haar heilig kind, tcch de stadiën van zijn openbaring niel met volle bewustheid meemaakte. Zij wschtte af. Ze zag toe. Ze giste. Ze zocht het einde. De herinneiingen uit de dagen toen de Engel haar begroette en Simeon haar verschrikte, worstelden in haar binnenste. Steeds beangstigen haar de vragen wat het einde zijn zou. Dat zwaard dat door haar ziel zou gaan. En nu verstaat ze op eens alles. Dkt is nu dit zwaard, en ze votlt het in namelooze smart door haar ziel glijden. Was het nu uit? Was dit het voorspel van droeve tragedie? Zou aan dat kruis de Messias hope in haar moederhart voor altoos ondergaan? Ze verstond zelve baar smart niet, maar ze voelde die smart als duizend dooden die haar doornageldec. Ze werd er door verteerd. Ze haalde geen adem meer. Da dijcipelen waren veire. Alleen Jobannes was nog met haar. Zou geen afscheid zelfs mogelijk zijn? En tocb, ze kan geen woord uitbrengen. In stomme smart verbijsterd, staat ze 't aan te schouwen. T.; -t eindelijk haar oog Jezus' oog ontmoet. EQ nu komt de breking. Jezus ziet haar. Zs voelt zich herkend. Zijn lippen openen zich. Hij spreekt. En dit spreken is voor haar. En nu leeft ze weer op. Ze hoort, ze luistert, en ze vangt dat heerlijke woord op: Vrouwe, zie uw Zoon!

In dit Vrouwe, zie uw zoon I ontsluit zich voor haar de werkelijkheid. Als de begenadigde onder de «rouwen was haar het heerlijk lot beschoren geweest, den Zone Gods, den Messias van Israel, de hoop der menschheid, in haar schoot te mogen ontvangen en in haar schoot te drager, en aan de wereld haar Verlosser te schenken. De tioogste, de heiligste eere, die aan een vrouw onder alle vrouwen kon gegund zijn. Maar dit moeder zijn was anders dan 't moeder-zijn over elk ander kind. Haar kind zou ook haar Verlosser ziJD, en niet zij zou haar Zoo», maar die Zoon haar ten leven leiden. Blijkbaar voelde Maria dit nog niet diep genoeg, en daarom leidt Jezus haar van zich op Johannes over. Niet ik, maar Johannes zal van nu voortaan uw zoon zijp, en gij als moeder zult in Johannes uw kind terugvinden. De aardsche betrekking valt weg, en maakt plaats voor de eeuwige betrekking die alle hemelen door haar aan haar Heiland zal verbinden. Ea nu op aarde zal 't zijn, haar moederliefde voor den discipel dien Jejus lief had, en de liefde van dieu discipel op haar al.3 Jezus moeder overgebracht. Niet zij heeft over Jems te beschikken, Jesus beschikte over haar, en als straks Jeius'lichaam in de graDpelonk is bijgezet, lijn Maria en Johannes in de stille woning van den discipel saam, om in hun beider Heiland te genieten, en te verbeiden wat komen zal.

Ook nu nog komt 't voor, dat Je.u5 ons een ziel toevertrouwt, en nooit heilig genoeg kan de ernst zijn, waarmee ws ons van de taak, die daal uit voortvloeit, kwijten. Het kan ons eigen kind, het kan ook 't kind van een ander zijn. M»£r hoe hoog ook de ernst ga, waarmfê we ons van zulk een zaligen plicht kwijten, toch is het voor ons nooit wat 't voor Johannes geweest is, de Moeder des Heeren in zijn woning te ontvangen en zijn lot aan haar lot verbonden te zien. Het: Zoon, zie uw moeder\ staal eenig in de historie voor ons. Het was de terugslag en de aanvuUirg van Jezus' laatste woord tot zijn moeder. Twee gouden schakels van eenzelfde heilige litfdegedachte: Vrouwe, zie uw Zoot!, en: Zoon, rie uw Moeder!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 februari 1910

De Heraut | 4 Pagina's

„Vrouwe, zie uw Zoon.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 februari 1910

De Heraut | 4 Pagina's