Buitenland
Duitschland. Een voorslag tot verheffing van het peil der prediking. In de Allgem. Ev. Luth. Kztg. wordt de voorslag gedaan om de prediking op hooger peil te brengen. De noodzakelijkheid daartoe wordt op de volgende manier in dit blad betoogd: „Het was op een Oudejaarsavond, Een groote schare was in het bedehuis vereenigd. Op den kansel stond een begaafd, hoogontwikkeld predikant. Wat hij predikte bestond uit gemeenplaatsen, die kennelijk op een slechts korte voorbereiding wezen. Er werd genoeg gezegd om tot ernst te stemmen en tot vertroosting te dienen. Maar men bemerkte bij de prediking niet, dat het gewichtig uur ei toe gedreven had om datgene met heiligen ijver te zoeken, wat de gemeente een houvast en versterking van den wil voor het nieuwe jaar had kunnen geven. Ik werd toen indachtig, hoe ik eenige maanden te voren in een universiteiisstad geweest was. Toen ik op Zondagmorgen vroeg, welke kerk men mij aanraadde te bezoeken, kreeg ik van een goed kerkelijk man ten antwoord: „Alleen waaneer de Universiteitsgeestelijken prediken, is hier eene waarlijk stichtelijke preek te hooren''. Ook viel mij in, dat ik kort geleden van iemand in een Universiteitsstad vernam, dat hij over de prediking in de onderscheidene gemeenten te klagen had. Hij beweerde dat men zich niet verdiepte in den tekst, en dat men daaruit niets wist te voorschijn te brengen wat de ziel verder brengen kon in het oefensn van gemeenschap met God.
Men zoekt naar nieuwe idealen voor de prediking, en te recht. Het eeuwig Evangelie moet in alle tijden op die manier gepredikt worden, die het meest tot de harten spreekt. Maar mott niet jn de eerste plaats er voor gezorgd worden, dat het E/angelie met vollen ernst en met getrouwe vlijt gepredikt wordt? De prediker moet zich vooistellen, dat er wellicht menschen onder zijn gehoor zijn, die hem voor het laatst hooren, en dat er ook onder hen gevonden worden wier zielen misschien te winnen zijn, omdat zij heilbegeeiig naar God leerden vragen.
Hoe zulk een prediking ts bevorderen ? Ieder weet hoe de traagheid een stuk van onzen ouden Adam is, en hoe wij daardoor geneigd worden om ons in goed ingereden wagensporen, die ons tot een gewoonte werden en ons geschikt voorkomen, te bewegen. Nu is het dienstig dat wij daaruit gehaald worden. Daarom zou het goed zijn als een zeker getal predikanten de opdracht kreeg, onverwachts onder de prediking van 'een ambtsbroeder te verschijnen om t de Godsdienstoefening bij te wonen, teneinde hem daarna schriftelijk een ctitiek op zijne prediking te leveren. De predikanten die deze opdracht ontvingen, zouden ook in hun prediking door den superintendent of door anderen moeten nagegaan worden.
Da voorsteller houdt zich aanbevolen voor critiek op zijn voorslag, indien men namelijk een beteren weg weet om het voorgesteld doel te bereiken.
Men houde wel in het oog, dat dit voorstel gedaan wordt voor de predikanten in de Evangelische kndskerk. In onze Ger. Keiken zou het ongerijmd zijn; de ouderlingen hebben toezicht op de leer en den wandel van de dienaren des Woord'? . Dit recht hebben zij ten bate der gemeente en niet minder tot winst van de leeraars der Kerk te gebruiken. Ook daarom wordt bun opgelegd zich voortdurend te oefenen in de overlegging der verborgenheden des geloofs.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 6 maart 1910
De Heraut | 4 Pagina's