Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Nederlander heeft,

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Nederlander heeft,

9 minuten leestijd

Amsterdam, 4 Maart 1910. o h h

De Nederlander heeft, i\eaerianaer neetc, heeft. nog eer we ons etoog ten einde hadden gebracht, in een weetal artikelen ons geweaen op een „reeks ergissingen", die we begaan zouden hebben n ons eerste antwoord. Ze hoopt, dat we eginnen zuilen met deze feiten goed te etten, daar het debat anders s'.echts tot erwarring en verwijdering zou kunnen eiden.

Het zou niet hoffelijk wezen, De Nedernder op antwoord te laten wachten, en aarom breken we ons betoog af, om erst op haar critiek te antwoorden. Ook ns zal niets liever wezen, daa dat een iscussie over een zoo ernstig en belangrijk raagstuk, dat voor de toekomst van ons olk van zoo groot belang is, op de meest erlijke en vriendelijke wijze gevoerd worde. De Nederlander houde ons daarbij ten oede, dat we niet zoo uitvoerig ais zij it deed, citaten uit haar artikel hebben eegedeeld. Wie over een dagblad behikt, kan zich die weelde veroorloven, aar eea weekblad kan dit in den regel iet. Gaarne v/illen we echter ditmaal aar bedenkingen zooveel mogelijk met haar gen woorden mededeelen.

Ze wijst ons eerst op een tweetal verissingen, die het weergeven van haar eening raken. Ze had „niet beweerd, dat lleen De Standaard en de bladen wier eping het is te herhalen, wat De Standaard eslist heeft, het „Te laat uitsprak. We etea dit wel beter, zegt ze, en schreven aarvan dan ook geen woord."

Mogen we opmerken, dat we letterlijk e woordea van De Nederlander hadden ngehaald, waarop dit zeggen sloeg. Zs hreef, na eerst ons zeggen te hebben eegedeeld, dat schier heel de Christelijke ers het „Te laat" had uitgesproken:

Sc Heel de Christelijke pers 1 Ons blad zal, naar to s Heraut's meening, daartoe daa wel niet hooien. Of, indien wel, in elk geval niet ea eetelieo. „Schier eenstemmig". Wat hedüidt ga n-blad, vergeleken met de tallocze bladen, wier op eping het is te hei halen wat in De Standaard lij slist werd !

Hebben we ten onrechte hieruit afgeleid, at we schreven, dan blijft ons niet anders n dank over aan De Nederlander voor ar nadere inlichting. Ia de tweede plaats had ze niet beweerd, zoo gt ze, dat de Roomsche pers „een ander oorel velde dan Di Standaard'' Ze schreef in ar nummer van 12 Februari: „Volgens ZJi? ndaard (bedoeld is De Heraut) zal de - K. pers wel tot de Christelijke worden rekend. Nu hebben we niet nagegaan of e pers thans de absolute neutraliteit der enbare school verdedigt, en indien ze dat el doet, dan zouden we die handeling liefst et qualificeeren. Want van 1857 af heeft in die streken, waar de Roomsch-Kathoken de baas zijn, de relatieve neutraliteit rdedigd."

We hadden dus juister gedaan met te ggen, dat De Neder/ander er de Roomsche rs niet op na had gezien, maar niet verderstellen kon, dat deze het op dit punt met Ds Standaard eens zou zijn, omdat ze zich anders aan een „niet nader te qualificeeren handeling" zou schuldig maken.

Ons beroep op De Tijd, die het wel met De Standaard eens wras, beantwoordt De Nederlander Ts\fX de opmerking: „Dat oordeel van De Tijd verbaast ons niet. Immers heeft dat blad ook in 1857 de absolute neutraliteit ... in overeenstemming met de helft der toenmalige R Kath. Kamerleden krachtig voorgestaan." Voorts wijst ze er op, dal het R.-Kath. dagblad Het Huisgezin zich haastte in haar nummer van 16 Februari De Nederlander tegenover De Heraut in het gelijk te stellen. Mogen we hierbij echter opmerken, dat Het Huisgezin blijkbaar het artikel in De Heraut niet gelezen had, afging op de voorstelling van De Nederlander en dus niet geheel op de hoogte was van de quaestie, waarom het ging. Ernstiger is echter de laatste klacht van De Nederlander dat De Heraut „nu aan het artikel, waartegen (haar) protest ging, een gansch andere beteekenis geeft, en het dan wii. doen voorkomen, ^.sot^De Nederlander) in (haat) artikel: „Nooit te laat" geprotesteerd had tegen datgene, waarmede (zij) het eens behoort te zijn ea natuurlijk ook eens is." Ze bedoelt daarmede, dat we achteraf den schijn zouden hebben aangenomen, alsof noch De Standaard noch De Heraut „het pleit hadden gevoerd voor de absolute en tegen de relatieve neutraliteit" der openbare school. Het is waar, zegt ze,

Het is w, aaf, dat ia haar artikel „Te laat" het woord „reUiieve" en „absolute" neutraliteit niet vootkomt. Miar dat artikel was volstrekt tijt gericht tegen „een christendom boven geloofsverdeeldheid" op ds openbare school, iets dat trouwens eene onmogelijkheid en naar wij meenea, een thacs vrijwel versleten theoiie is. Het kantte zich beslist teg^n het denkbeeld, om bij het onderwijs rekening te houden alleen met de gevoelens van de ouders der aanwezige kinderen (relatieve neutraliteii) en streed vóór het denkbeeld, dat rekening moet worden ehouden met de gevoelens der ouders van iiet aanwezige, doch van alle mogelijke bezoekers er openbare school (ibsolute neutraliteit).

Ten beyijze van haar zeggen haalt ze an het artikel vaa De Standaard „Te laat" an December 1909 aan ea laat daarop olgen:

Hoe, aa dit artikel, De Heraut kan bewtren, at haar protest ging tegen een openbare school, waarin men zooveel christelijken godsdienst oelaat als zonder krcaking vaa aadersmans egrippen mogelijk is", i? ons absoluut onberijpelijk.

Biijkbaar meent De Nederlander, dat de edacteur van De Standaard, die het artikel Te laat" schreef, dezelfde is, als die het binenland van De Heraut redigeert. Nu ze thans oor De Standaard zelf reeds beter hiermtrent is iogclicht, zal ze wel voelen, waarom aar betoog niet klopt. Niet alleen toch, dat et niet aangaat di^ bedoeling van ons artikel e willen afleiden uit hetgeen De Standaard nderhalve maand vroeger schreef, maar ze ergat bovendien, dat ons artikel over een eel andere zaak handelde dan het artikel an De Standaard.

O.n elk mtsver.stand op dit punt af te nijden, zij de loop van zaken kort nog ven herinnerd.

Baron Creutz had ia Ome Eeuw het oorstel gedaan om de Openbare School eer een godsdienstig karakter te geven oor er een soort geziadheidsscbool vas makea „verschillend ingericht naar de ezindheden der ouders". Daartegen verlaarden zich eerst De Tijd en daarna De tandaard in December 1909, omdat et voor zulk een poging thans te laat as, de vrije school daardoor te zeer gerukt zou worden en de waarborgen ontraken, dat hét godsdienstig onderwijs op lk een openbare gezindheidsschool metteraad een confessioneel karakter zou dragen. beide artikelen was echter noch van solute, noch van relatieve neutraliteit rake; zelfs verklaarde De Tijd aan het nde van haar artikel voor een zekere latieve neutraliteit te zijn.

Geheel afgescheiden echter van dit artikel n baron Creutz, dat met deze quaestie ets te maken had, ontstond terzelfder jd in heel de liberale pers een storm n verontwaardiging over hetgeen door n heer Ossendorp in den Ned. Onderijzersbond 28 November l.l. gezegd was. lijkbaar voelde men, dat de absolute neualiteit, gelijk de heer Oisendorp die edikte, het vertrouwen in de Openbare hool bij ons volk voor goed zou onderijnen. Vandaar, dat men toen plotseling or den dag kwam met de stelling, dat absolute neutraliteit door de wet niet erd voorgeschreven; dat de Openbare hool volgens de wet juist moest opleiden t christelijke en maatschappelijke deugden werd daarom èn in de pers èn in verderingen er op aangedrongen, dat men de openbare school een zekere Christeke opleiding zou geven en trouw aan het oningschap zou inprenten aan de kinderen. e bedoeling was daarbij zeer beslist, gelijk n ook onomwonden werd uitgesproken, daardoor de Openbare School als de tionale School te handhaven, en van een litsing ia gezindheidsscholen was hierbij en sprake. Het dogma van de ééne geengde school bleef onverzwakt gehandafd. Met het oog daarop schreven we:

Dat de beruchte rede van den heer sendorp van den Nederlandschen Onderj sersbond ook bij de voorstanders der Openre School onrust heeft gewekt, is op zichzelf verblijdend teeken.

Hoe meer toch de oogen opengaan voor het vaar, dat in de Nsutrale School voor ons tionale leven schuilt, hoe liever het ons zen zal.

Da Neutrale School, waar de onderwijzers it liefde voor het kind" weigeren het met ig religieus of staatkuadig dogma lastig te len, kweekt eea geslacht, dat rijp is voor eloof en socialisme.

Vandaar, dat de vraag wel moet opkomen bij ieder, die nog aaa het Christelijk geloof vasthoudt ea eerbied voor het gezag wil aankweeken ook bij het opkomend geslacht, of de bestaande toestand niet veranderd worden moet. Dat men nu zelfs van liberale zijde steeds meer stemmen hoort opgaan, die er op. aandringen met het neutraliteitsprinciep te breken en op de Openbare School de religie weer in eere te herstellen en voor trouw aan het Koningschap te ijveren, kan daarom als „teeken des tijds'' gewaardeetd. Toch verblijdt het ons, dat heel de Christelijke pers schier eenstemmig verklaard heeft, dat hst thatis voor zulk een poging om de Openbare School weer te kerstenen, te laat was.

Zooals men ziet sloeg dit niet zoozeer op het voorstel van baron Creutz, van wien we niet eens v; eten, of hij liberaal is of niet, maar op de voorstellen van liberale zijde gedaan.

Mogen we hopen, dat De Nederlander thans overtuigd is, dat de „hinderlijke vergissing", waarvan zij .«prak, niet bij ons schuilt. De verwarring van Heraut-en Standaard redacteur leidde tot „a comedy of errors", waarvan zij evenzeer a!s wij de dupe zijn geworden.

En wat tenslotte de opmerking van De Nederlander betreft, dat we dan tegen windmolens vechten, omdat zulk een Christendom boven geloofsverdeeldheid een versleten theorie is en de liberalen er niet meer aan denken de uitbreiding onzer vrije scholen te fnuiken, veroorloven we ons toch de vraag, of de rede van den heer Olto, die we een vorig maal meedeelden, niet toont, dat De Nederlander wel ietwat te optimistisch over den toestand denkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 maart 1910

De Heraut | 4 Pagina's

De Nederlander heeft,

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 maart 1910

De Heraut | 4 Pagina's