Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

„Het is Bolbeacht.”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Het is Bolbeacht.”

9 minuten leestijd

[GOEDE VRIJDAG.]

Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide hij: Het is volbracht. En het hoofd buigende, gaf den geest. Joh. 19 : 30.

Het „ Volbrachi" van Golgotha vat in één enkel, diep uit h& t hart gescheurd, woord, saam, èn de vervulling vm Gods Raad, èn de voleinding van het Vcrlossicgswerk door den Middelaar, èn de bezegeling van ons eeuwig Behoud.

Ook bet einde der smart sprak er in. Het lijden van Jezus was zoo aangrijpend, zoo afmattend, zoo uitputtend geweest, naar ziel en lichaam beide. Het was heel den nacht en al de uren van den dag, zonder tusschenpoos, rusteloos doorgegaan. Niets was hem gespaard, en de felle bitterheid van zijn vijanden had hem onder dit lijden telkens wee rgekweld en gekwetst. Eindelijk kon Jezus bijna niet meer. Zelfs zijn stem begaf hem, en de tong moest hem nat gemaakt, zou hij het Volbracht kunnen uitspreken.

Dat lijden heeft Jezus niet in onaaudoeniijkheid geleder. Geen oogenblik mag de gedachte bij ons opkomen, dat onze Heiland, gedragen als hij was door zijn Goddelijke natuur, boven het lijden verheven was, en minder vlijmend dan een onzer de smarten des doods zou hebben gevoeld. Hij was onzer één, den broederen gelijk geworden, zijn menschelijke natuur was naar het vleesch en bloed der kinderen. Van veifliuwing, van afstomping van het menschelijk gevoel kon daarom in Jezus geen sprake 7.ijn. Eet ontvangt ge den indruk, dat Jezus in fijngevoeligheid ons verre te boven ging. Zijn indrukken waren zoo veel dieper. En zooais geen ots; ier dien naam ontvangen kan, is Man van Smarte Jezüs' eigen naam geweest.

Nu brengt alle pijn eveaals alle smart den natuurlijken drang met zich, dat wie pijn lijdt er alles op zet om die pijn te doen eindigen, of althans dat we, waar we die pijn nu eenmaal moeten doorstaan, het heimwee naar het einde er van in ons voelen opkomen. Lust in pijn ware onmenschelijk, en ook in Jems' menschelijk gevoel moet daarom wel, al die uren lang, het zuchtend verlangen naar het einde gezwoegd hebben. En nu Jezus dan eindelijk dit einde genaderd ziet en de beker der smarten is geledigd, en nu de doodssttijd "olstreden is, het sterven zelf ecUier als een verlossing kan worden begroet, nu klinkt ons in dit Volbracht de kreet der bevrijding tegen. Het lijden is doorstaan, de smart is doorworsteld, eer hij sterft nog een bede tot zijn Vader en 't zal alles voleind zijn. De dood zal hem de verlossing brengen, en daarom, in dit „Ret is Volbracht.'" spreekt óók het gevoel van verademing, dat nu de laatste teug uit den bitteren drinkbeker staat gedronken te worden.

Maar toch, niet dit was de diepe zin, waarin Jezus zijn „ffet is volbracht" aan 't Kruis, eer hij Btietf, uitriep.

Het lijden van Jezus begon niet eerst in Gethsemané, om op Golgotha voleind te worden. Onze Catechismus spreekt het zoo teeder en zoo juist uit: „Dat hij aan lichaam en ziel, den ganschen tijd zijns levens op aarde, maar inzonderheid aan het einde zijns levens, den toorn Qods tegen do tonde des ganschen menichelijken geslachts gedragen heeft." Het lijden van Jezus begon in de zelfvernietiging toen hij de ge staltenisse eens dienstknechts aannam en den menschen is gelijk geworden. Het lijden ging voort en verder, toen hij, in gedaante gevonden als een mensch, zichzelve vernederde. En het lijden werd voleind toen hij in die ver nedering, na zijn zelfvernietiging, gehoorzaam geworden is tot in den dood, ja, den dood des Ktuises. Het Goddelijk Messiasprogram kon geen ander zijn, en zoo was het dan ook aan de profeten voor hun zielsoog geteekend: „Een lam dat atom is voor dien die het scheert, en zijn mond niet opendoet".

Dat alles moest in lijden volbracht worden, Van af in Maria zijn ontvangenis in onze verzwakte natuur en het sluimeren in de Ktibbe te Bethlehem; en zoo al die drie en dertig jaren door, zijn huiveren voor de zonde der wereld te midden waarvan hij leefde: zijn in zijn eigen ziel zich terugtrekken voor het demonische, dat hem van alle zijden omringde; zijn teleurstelling bij schier een ieder met wien hij in aanraking kwam, tot bij zijn eigen jongeren. Altoos die haat en die smaad, die hoon en die schimp die hem achtervolgden. Die aistooting waar zijn hart altoos aantrekking zocht. Dat gedurig dreigen om hem te pijnigen, ja, te dooden. En toen die laatste week, met haar helsche bitterheden, dat verraad van Judas, dat tergen en tarten van de priesters, dat ruw spotten van Herodes en ruw toetasten van de Romeinsche soldaten. En einde het zwaarste van al, dat doodspellende Kruis,

Maar ook in dit alles school de heerlijkste b» lofte. Het was het Goddelijk program van het lijden van den Man van smarte, maar tegelijk was het 't Goddelijk program voor de redding der wereld, en voor het redden in die wereld van de eere zijns Gods. Het gold niet een worsteling met menschen, maar een worsteling met demonen, een terugdringen van satan, ecu doen triomfeeren van der uitverkorenen behoud, van den raadslag Gods over den onheiligen opstand van den Booze. Dit alles zag Jezus klaar voor zich, toen hij zich vernederde en in onze menschelijke natuur inging. Die zelfvernedering was een vernedering die hij gewild heeft, waartoe hij zich willig geleend heeft, waarbij hij alles vooruitzag en vooruit wist, wat hem te wachten stond, en waar hij toch met een oneindig diepe liefde op inging, om den raad des Drieêenigen Gods over satan te doen zegevieren en den mensch, die naar Gods beeld geschapen was, eeuwige behoudenis aan te brengen.

Onder die bange levenstaak heeft Jezus drieen dertig jaren gezwoegd. En nu is 't eindelijk doorgestaan. Nu komt de verheerlijking naar Gods raad, nu komt het heil van zijn verlosten, en de onuiisprekelijke heilige vreugde, die daarbij Jezus menschelijk hart doortintelde, die is het die, ee^: hij sterft, haar heilige uiting vindt in dit plechtige, in dit solomneele; Het is volbracht!

En zóó verstaan wordt dit: Het is volbracht! van zelf het laatste woord van vertroosting dat Jezus van het Kruis ons, als zijn verlosten, toeriep. In dit woord toch bezegelt Gods Zoon ons zelf de volkomen vrucht van zijn Verlossingswerk. De laatste twijfel, of onze redding wei volkomen zou zijn, wordt door dit diepaangrijpende woord van Jezus uit onze bekommerde zisi gescheurd.

Juist voor wie ten leven gaat, is de worsteling met schuld en zonde zoo bang. De wereld weet daar niet van. Zij lijdt er niet onder. Zij worstelt niet in het zelfvernietigend besef van schuld en zonde. Ze lacht veeleer over den afgrond die haar van God scheidt, heen. Ook de tijdgeloovige weet hier niets van. Voor hem is het als va a zelf sprekenden dat Jezus voor hem slieif, en hij vindt het goeden natuurlijk, dat hij door wat Jezus deed van alles af is. Maar zoo staat 't in het hart van den waarachtig geloovige niet. In diens hart prikkelt schuld en zonde gedurig weer tot zelfveroordeeling en komt telkens weer de vraag op: zou het mij alles zijn kwijtgescholden? En, o, het kan soms zoo lang duren, eer op die vraag de volle verzekerdheid doorbreekt. Juist de ernst, waarmee de strijd tusschen zonde en heiligheid zich aan hem opdringt, maakt het voor hem soms gansch ongelooflijk, dat bij toch waarlijk wel een kind van zijn God zou zijn.

En in die bange worsteling is het dan zoo heerlijk, zoo hij 't op Golgotha beluisteren mag, hos zijn Heiland, voor zijn sterven, het ook hem toeroept: Het is volbracht\ Volbracht ook voor u. Niet ten deele, maar geheel volbracht. Er behoeft niets meer bij. Er kan niets meer bij. Tot in haar oneindige diepte is uw schuld verzoend, tot uit merg en been uw zonde van u genomen. God zelf heeft uw verzoening voleind in het lijnen en sterven uws Heilands. Er is niet maar een poging tot uitredding gedaan, maar de poging heeft ten einde toe haar doel bereikt. Gij zijt verlost. Het is alles voleind. De laatste teug uit den drinkbeker is geledigd. Het is volbracht!

Daar rust dan onze ziel in, en daarom spreken we van den „Goeden Vrijdag, " als weer de dag terugkeert, waarop we met heel de Christenheid den dood onzes Heeren gedenken. Goed is ons die dag, in den diep intensen zin, dien we in dat spreken van den „Goeden Vrijdag" leggen, ezus lijdt niet maar voor ons, en steift niet maar voor onze zonde, maar, eer bij sterft, geeft hij in die Volbracht ons nog de zalige verzekering bovendien, dat de strijd voleind, het doel bereikt, de worsteling voldongen is, en dat al wat tot onze zaligheid noodig was, door hem is volbracht. Eu als straks dit zegel van het Volbracht nogmaals door God zelf bezegeld wordt in Jezus' opstanding, en in zijn opvaren ten hemel, en in zijn zitten aan Gods rechterhand, dan blijft er maar één ding nog aan toe voegen, opdat het heil voor eeuwig uw eigen deel zij, en dat ééne is, dat gij 't al zult elooven.

Ge staat dan in uw heilige gedachte zelf bij t Kruis. Ge ziet aan het verbleeken van Jezus' elaat, dat 't oogenblik van sterven voor uw ezus gekomen is. En als hij dan den edik ndrinkt, om u nog 't ééne groote woord van lgenoegzame vertroosting toe te roepen, en ge oort hem dan ook u toevoegen: Ook voor u s het volbracht! — dan aarzelt ge niet meer n dan vtaagt ge niet meer, maar dan knielt e neder in aanbidding en in eeuwigen dank, n ge gelooft, ge gelooft dat het ook voor u olbracht is, ge gelooft uw Heiland die 't al oor u doorworstelde, en die, nog eer hij steift, it Volbracht tot in uw ziel doet doordringen, f 't Ook voor mij volbracht! de jubeltoon mocht orden, waarmsê uw hart op dit Volbracht an uw Heiland tetugslag geeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 maart 1910

De Heraut | 4 Pagina's

„Het is Bolbeacht.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 maart 1910

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken