Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dereenigingsleben.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dereenigingsleben.

7 minuten leestijd

„ONZE GIDS”.

Hè, wat 'il aardig boekje.

Dit ia de gedachte, die onwillekeurig bj] ons opkwam, toen we het boekje, - welks titel hier boven staa^, ter hand samen en dooibladerden.

Olm Gids, heet het. Het is uitgegeven door de „Nat. Christen Onderofficieren Vereeniging" ea bestemd voor de militairen van Land-en Zeemacht.

Zoo luidt het tenminste bescheidenlijk op den Omslag en het titelblad, maar we voegen er gaarne aanvullend bij, dat het boekje niet geschikt is voor militairen allééo, maar eveneens voor allen die, buiten het leger staande, zich bekommeren om de vraagstukken van den dag, als daar zijn de quaestie van het militarisme en het anti-militsrisme, de vredesbeweging, het vfiagstuk van de bezuiniging op militaire uitgaven, de zaak van de vereenigiogen en bonden bij Laad-en Zeemacht, en zoo meer.

Er zijn maar weinig gidsen, jaarboekjes en almanakken, die zoo'n prettigen indruk maken als Onze Gids, al is deze dan ook niet 41 te weelderig uitgevoerd. Dit laatste kan ook niet, waar het boekske slechts 25 cent kost; wat intusschen de verkoopbaarheid zeer verhoogt.

Laat DU ieder, die belang stelt in het welzijn van onze jongers en mannen, die dienen, en in allerlei quaesties, die Lind-en Zeemacht betreffen, dit aardig boekje koopen en — zooals in het voorbericht het verzoek aan den militair luidt — „het lezen, herlezen en laten lezen" en zich voorts — dit voegen wij er bij — zoo mogelijk in verbinding stellen met den heer J. C. Koopman, Koekoekstraat 63, Utrecht, in bet belang van gratis-verspreiding van eenige exemplaren.

Zoodoende bereikt men tweeërlei.

Ten eerste steunt en bevordert men den arbeid der bovengenoemde N. C. O. O. V, , die de Heilige Schrift erkent als Gods Woord en aanvaardt als grondslag en richtsnoer voor haren arbeid en wier doel is: het bevorderen van de verbreiding der Christelijke beginselen in leger en vloot. Én steun voor zulk een streven, nu, hoezeer die noodig is in cnzen tijd, dat weet iederéén in onze kringen wel! Een speciale aanbeveling van den arbeid der vereeniging bij de lezers van De Heraut en een opwekking om als donateur toetetteden, mag haast wel overbodig geacht worden.

Miar ten tweede verschaft de lezing van het boekje genot en kan men er door leeren. Veel meer zeggen we er hier niet van. Alleen willen we ons het genoegen niet ontzeggen, door aanhaling van een kort stukje te doen zien, dat „Oflze Gids" degelijke en leerrijke Ucteur biedt, terwijl we voorts den wensch der Commissie van Redactie onderschrijven: „moge dit boekje onder den zegen des Heeren medewerken om velen tot een reinen levenswantel in ootmoedige Godsviucht op te wekken; moge het de nationale gevoelen verlevendigen en iets bijdragen om de beteekenis van onze weermacht voor de handhaving onzer nationale zelfstandigheid te doen verstaan".

Men leze nu echter wat Jhr. Mr. A. F. de Savornin Loman in „Onze Gids" schrijft over de noodzakelijkheid en het nut van den krijgs dienst:

„Wat zijn er in deze en de vorige eeuw verwonderlijke uitvindingen gedaan! Nu weer het luchtschip en de vliegmachines, die in de wereld een omwenteling zullen teweegbrengen.

„Opmerkelijk evenwel en bedroevend tevens, dat de belangstelling in die uitvindingen toeneem^, naar mate deze meer kunnen bijdragen lot het vernietigen van den evenmensch.

„Nauwelijks toch is een nieuwe natuurwet of een nieuwe toepassing van bekende wetten ontdekt, of dadelijk komen de militaire leiders bij elkander om te overwegen, hoe zij daarvan het best gebruik zulkn kunnen maken in den oorlog!

„Zijn die militaire leiders dan zoo bloeddorstig ; zijn het verschrikkelijke menschen ?

„In geenen deele.

„Maar zij bedenken en moeten bedenken, ie dat hun land aangevallen kan worden; ze dat, om niet zelf in het gedrang te komen, men vaak voorzichtig handelt met zelfden gevreesden nabuur op het lijf te vallen.

„De volken kunnen elk oogenblik als vijanden tegenover elkander komen te staan, omdat er geen hoogere macht is, die een oorechtvaardigen aanvaller kan dwingen den vrede te bewaren.

„Eerst wanneer de groote volken zich willen verbinden om in e 1 k geval, vóór een ooilog aan te vangen, zich aan een onpartijdige uuspraak te onderwerpen; is er op duurzame vrede eenige kans. Zoolacg dat niet gebeurt, moeten de groote volken uit zelfbehoud zich voortdurend onder de wapens houden.

„Moeten nu de k 1 e i n e mogendheden, zooals Nederland, daaraan meedoen ? Ons land zal toch wel niemand aanvallen, en de gioote naburen zullen het wel met rust laten, omdat de een den ander het bezit vaa ons land niet gunt.

„Dit is waar.

„Maar ons land ligt tusschen twee groote mogendheden in, die elkander de wereldheerschappij betwisten, cl. Duitschland en Engeland. (Frankrijk ligt 'wat veider af, en is op dit oogenblik niet steik genoeg om ter wille van de wereldheerschappij een strijd te voeren).

„’t Spreekt van zelf, dat een groote mogendheid niet spoedig een oorlog zal beginnen, om de ontzachlijke verwoestingen die daarvan, thans nog meer dan vroeger, het gevolg zouden zijn.

„In zooverre hebben dan ook beide genoemde mogendheden belang bij het bewaren van den vrede. Maar dan moet er geen gevaar bestaan voor onverhoedschen aanvat. Zoolang Duitschland en Engeland elkander moeilijk kunnen bereiken, zonder te trekken door ons land of door België, is het gevaar voor een oorlog tusschen beide mogendheden minder groot.

„Ons land evenals België is daarom als het ware een deur tusschen beide volken, die wij moeten trachten gesloten te houden. Zoolang die deur dicht blijft, is de oorlog tusschen genoemde landen minder waarschijnlijk. Valt een van beiden ons land aan, — goed, zeggen wij; maar dan openen wij de dtur voor den tegenstander. Valt Engeland onze havens binnen, dan komt Duitscbland met zijn troepen over onze grenzen. Trekt Duitschland over onse grenzen, dan openen wij onze havens voor Engeland. Dit vooruitziende, blijven béide landen thuis.

„Alzoo kan Nederland krachtig bijdragen tot handhaving van den vrede van Europa.

„Onder één voorwaarde nochtans; n.l. dat het die deur zelf behoorlijk kan verdedigen, zoodat, wanneer de eene groote mogendheid aanvalt, de andere in ons een flinken bondgenoot aantreft. Als wij niet beginnen met ons krachtig zelf te verdedigen, loopen wij groot gevaar dat bedoelde mogendheden ons land uitkiezen voor het uitvechten hunner geschillen. Dan wordt ons land, wat België vroeger zoo vaak was, de kampplaats van onderling strijdende machten. Sluiten deze naderhand vrede, dan loopen wij nog bovendien kans door de groote mogendheden „in der minne" te worden verdeeld! Bij wijze van vergoeding der oorlogskosten. die zij zelve gemaakt hebben, En als dat dan geschied is, wordt ons volk toch gedwongen mee te doen aan voortdurende krijgsdienst, daar het dan, evenals in den Franschen tijd, ingelijfd wordt bij de „groote armee" van een der bedoelde mogendheden.

„Wat ik hier schetste is de^ natuurlijke loop der dingen. Daarom heeft Nederland een hooge roeping, en heeft ons leger, ook al behoeft het misschien nooit te vechten, een groote beteekenis; evenals de politie een onmisbare waarborg is voor de openbare rust, ook al behoeft een politieagent misschien jaren lang niemand te arresteeren, omdat niemand de orde of het recht verstoort.

„De grootste en meest besliste anti-militarist of pacifist kan in ons land met ijver ert tevredenheid dienen, omdat bij ons het doel van den dienst niets anders kan zijn, dan de handhaving van den algemeenen vrede.

„Bij ons kan van een veroveringsoorlog geen sprake meer zijn. De tijden waarin dat wel denkbaar was, zijn voor goed voorbij. Niettemin is. het niet te ontkennen, dat het uitermate vervelend is, zich voortdurend groote lasten te getroosten, terwijl het toch zeer mogelijk, misschien waarschijnlijk is, dat het nooit tot een oorlog zal komen.

„Wel is waar kan men hetzelfde zeggen van elke verzekering. Eik jaar een premie te betalen, en dan nooit brand te krijgen, of een hagelbui die den oogst vermeit! Is het niet jammer van de premie! Toch zal geen verstandig mensch daarom verzuimen de premie te betalen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 maart 1910

De Heraut | 4 Pagina's

Dereenigingsleben.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 maart 1910

De Heraut | 4 Pagina's