Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Leestafel.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leestafel.

8 minuten leestijd

BIBLIOTHEEK • VOOR GODSDIENSTONDERWIJS. Redacteuren: DR. A. TROELSTRA—DR. H. VisscHER. Sïiie I. Nummer 1*. Het Oude Testament door DR. A, TROELSTRA. Eerste Stuk. Utrecht. — G. J. A, Ruys. — 1910.

De redacteuren dezer BIBLIOTHEEK, DR. A. TROELSTRA, predikant bij de N. HERVORMDE GEMEENTE te UTRECHT, en DR. HUGO VISSCHER, hoogleeraar aan de RIJKS UNIVERSITEIT aldaar, bedoelen met haar uitgave, te voorzien in de, naar zij meenen, allengs optjekomen, behoefte aan leerboeken voor godsdienstonderwijs op onze Christelijke gymnasia. Leerboeken, die tevens, bij bet Christelijk Middelbaar onderwijs, dat, „naar te verwachten is, weldra breeder vlucht zal nemen", dienst moeten doen.

„De redacteuren dezer serie die zelven korter of langer tijd met het godsdienstonderwijs op dergelijke scholen belast waren, meenden", zoo schrijven de beide heeren, „dat in deze behoefje behoorde te worden voorzien en vonden daarin aanleiding tot deze uitgave".

Zij hebben zich de medewerking van eenige andere Theologen van professie verzekerd en de verschijning kan reeds worden aangekondigd van een zestal handboeken voor gymnasiaal en middelbaar godsdienstonderwijs, en wel van:

Het OUDE TESTAMENT, hetwelk DR. A. TROELSTRA voor zijn rekening neemt;

HET NIEUWE TESTAMENT, dat door den Utrechtschen hoogleeraar PROF. DR. J. A. C. VAN LEEUWEN wordt bewerkt;

DE KERKGESCHIEDENIS, die door Ds J. H. LANDWEHR, predikant in de N. Gerefoimeerde Kerk van ROTTERDAM, werd geschreven;

De ARCHEOLOGIE, waarvoor PROF. DB. C. VAN GELDEREN, hoogleeraar ? , an de Vrije Universiteit, zal zorgen;

De ZKDELEER, die door PROF. DR. H. VIS­ SCHER zal worden geleverd en eindelijk:

DE „GELOOFSLEER" waar, naar het schijct, nog een auteur voor wordt gezocht.

Niet zonder belangstelling zie ik bij deze onderneming toe, want als poging om „het Christelijk, Middelbaar en Gymnasiaal Onderwijs te helpen opliouwen", verdient zij dat zeer zeker.

Toch zij het mij vergnnd, in alle bescheidenheid, eenige bedenkingen die ik tegen haar heb, uit te spreken.

Gelijk DR. TROELSTRA en DR. VISSCHER, „ behoor ook ik tot hen, „die zelven korter of d langer tijd met het Godsdienstonderwijs op s dergelijke scholen belast waren". Ik toch was z er drie jaren achtereen aan het Gereformeerd t Gymnasium te AMSTERDAM mee belast.

Mag er das over meepraten.

De heeren noemen het „een moeilijke taak", en daar ben ik het van barte mee eecs.

Het godsdiensonderwijs op onze gymnasia z heeft zeker nog een andere strekking dan dat op de catechisatie; het eerste kan en mag het t laatste zelfs niet overbodig maken.

Maar met dit al, mag het godsdienstonderwijs „op dergelijke scholen", naar het mij voorkomt, zich ook niet bepalen tot het aanbrengen van een zeker quantum positieve kennis. Het moet toch aan jongens van iz—18 jaar, niet alleen voor het hoofd, maar ook voor hart en hand wat geven.

Niet alleen God uit de Schrift doen kennen, aar ook door inwerking op het gemoedsleven, em doen te beminnen en door inwerking op de moreele beseffen Hem doen dienen.

En voor deze taak wordt dan aan den docent, n elke van de zes klassen onzer gymnasia, éen ur in de week beschikbaar gesteld. Ik ben ewaar geworden, dat ook dit een groote moeieijkheid is. Nu is het mijn ervaring geweest, at dèse moeielijkheid nog wel het best is te ndervangen door met de jongens den BIJBEL elf, zooal niet in zijn geheel, dan toch wat de voornaamste stukken betreft, te lezen en te espreken. En dan bij den Bijbel, als ééoig andboek, met ze te gebruiken: den HEIDEL-ERGER CATECHISMUS, met, zoo noodig, als dversarium, een klein dictaat.

Wat toch is het doel van het godsdienstnderwijs op „dergelijke scholen ? " Toch zeker iet, dat men de jongens vormt, om met de enestet te spreken, al schijnt hij de uitdrukking ok in anderen zin te hebben gemeend, tot Theologen ronder baard".

Toch zeker wel, om die jongens te vormen v ot goede Christenen, die in bun Bijbel thuis d ijn en weten wè.t hun eenige troost in leven n sterven is. Tot goede Christenen, die, meê oor het godsdienstonderwijs in hun jeugd, als e later, door akademische opvoeding, ook ultuur-menschen geworden zijn, — wat zoo 'n kwakje", al verbeeldt hij het zich ook, toch nog llesbehalve is, — door de „cultuur" niet ijn ontkerstend, maar integendeel de „cultuur", lthans bij zichzelf, hebbeu gechristianiseerd. Welnu, ik vrees, dat men, door ins' êe van aan e jongens den BIJBEL en den HEIDELBERGEB, en serie van min of meer gepopulariseerde andboekjes over zoo ongeveer èl de vakken er THEOLOGIE in handen te geven, dit doel iet zal bereiken.

En, afgezien ook van het gevaar, dat men bij éze methode vast raakt op de klip van het iniellectualisme, zie ik de mogelijkheid niet in cm de jongens, met één en zelfs met twee uur per week gedurende een gymnasialen leergang, den inhoud van k\ die handboeken — de BI­ BLIOTHEEK stelt nu reeds zes in 't zicht, maar er is niets geen reden, dat het daarmee eindigt — in zich te doen opnemen en te verwerken.

ZiX het resultaat niet zijn, dat men de jongens, na hèn düs zes jaar lang te hebben bewerkt, tot polyhistors in de THEOLOGIE heeft gemaakt, in stee van, door onderwijs in de religie, tot goede Christenen, die weten wat zij willen en willen wat zij weten en daardoor straks ook als mannen van wetenschap, hun christendom zullen belijden en beleven? Moet dan godsdienstonderwijs een onderwijs in zoowat al de onderdeden der Theologische wetenschap zijn?

Is wat de heeren Redacteurs der BIBLIOTHEEK zich voorstellen, niet beter en zekerder dan met afzonderlijke handboeken, te bereiken met den BIJBEL en den CATECHISMUS?

Ik denk hier b.v. aan de ZEDELEER.

Ongetwijfeld is ethisch kennen voor ethisch handelen noodig.

Maar is, wat zoo'n gymnasiast van ethika weten moet, hem niet door zijn decent bijtebrengen uit de voortnfifdijke verklaring van de Tien Geboden in onzen CATECHISMUS, desnoods wat uitgebreid bij de mondelinge voordracht. Ethika — zoowel zedekunde als zedeleer — is een mooi en voor Theologen zelfs onmisbaar vak, maar wat betreft het godsdienstonderwijs aan gymnasiasten, geldt op dit stuk toch nog altijd net woord van SCHILLER:

Gern erlassen wir dir die moralische Delikatesse Wenn du die zeken Gehot, nur notdürftig erfüllst.

Daarbij komt nog, dat ik het niet boven bedenking verheven acht om, als men eenmaal bij het godsdienstonderwijs dergelijke handboeken wil gebruiken, — hetzelfde handboek, zooals de heeren Troelstra en Visscher zich blijkbaar voorstellen, op een Gymnasium en een Hoogere Burgerschool te laten dienst doen.

Het wil mij voorkomen, dat de aard van beide inrichtingen van onderwijs hiertoe teveel verschilt; dat de dichtere aanraking met de wereld der Romeinen en der Grieken, voor den gymnasiast andere eischen stelt dan voor den leerling van een H. B, S.

DAU, dit acht ik bijkomstig.

Mijn groote bedenking is wal ik zoo even besprak. Wil men bij bet godsdienstonderwijs behalve den Bijbel en den Catechismus per se nog 'n boek, dan zou ik voor mij meer verwachten van een beknopt compendium, ter vervanging van het dictaat, dan van een serie handboeken.

Een compendium, zooals ik mij herinner, dat van moderne zijde, als ik mij niet vergis, door REVILLE ten onzent is gegeven, in zijn HANDBOEK VOOR GODSDIENSTONDERWIJS.

Met zulk een serie, hoe uitnemend op zich zelf ook, van populair theologische handboeken vrees ik, dat het doel: opbouwing van het christelijk middelbaar en gymnasiaal onderwijs niet zal worden bereikt.

Maar, de vrees is een slechte raadgeefster. Paedagogen van professie, rectoren en directeuren, zullen mijn vrees wellicht niet deelen, en wie weet wat mooie, door mij niet verwachte resultaten, bij dè invoering van deze BIBLIOTHEEK VOOR GODSDIENSTONDERWIJS op hun scholen, zal worden bereikt.

Wie er de jongens aan durft wagen, zij nog herinnerd, dat zoo de redacteurs der Bibliotheek ls de schrijvers der handboeken allen mannen van onverdacht Gereformeerde belijdenis zijn. Over de handboeken zelf valt nog niet veel e zeggen.

Met HET OUDE TESTAMENT door Dr. A. ROELSTRA ligt hier van Serie I. nog slechts r. i, a voor mij.

Doch wat hier zoo voor mij ligt, is in zijn oort metterdaad voortreffelijke arbeid.

„In den vorm eener Geschiedenis van het a olk Gods onder het Oiide Verbond wordt ier een Handleiding tot de kennis van het ude Testament gegeven".

„In dit eerste stuk" — Ssrie I. Nr. i, a — w wordt de inleiding en de geschiedenis tot aan g e scheuring des rijks behandeld. In het tweede m tuk, dat in het volgend voorjaar verschijnt, w al de verdere geschiedenis gegeven worden, erwijl een overzicht van de lotgevallen van het m oodsche volk tot aan de komst van Christus v ieraan zal worden toegevoegd."

Dit „eerste stuk" dan is blijkbaar met zaakennis geschreven, en ik kan er de lezing ten eerste van aanbevelen.

Van barte hoop ik, dat aan de geachte Redaceuren dezer BIBLIOTHEEK haar voltooiing mag elukken, want al zou zij dan ook al niet beantoorden aan het doel dat zij er zich mee tellen, wellicht zal uit dit doel een ander georen worden. Wellicht zal deze BIBLIOTHEEK ienst kunnen doen als repetitorium voor akade-. iscbe en kerkelijke examens.

Deze arbeid van bekwame mannen zal ook in at geval dan een niet vergeefsche zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 april 1910

De Heraut | 4 Pagina's

Leestafel.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 april 1910

De Heraut | 4 Pagina's