Buitenland.
Engeland. Gebrek aan candidaten tot den H. Dienst.
Ook • de Engelsche Staatskerk heeft gebrek aan candidaten tot den H. Dienst, gelijk uit het ofHcieele jaarboek der Anglicaansche Kerk voor het jaar 1910 blijkt. In 1909 werden 649 „diakenen" geordend, dat is 31 minder dan in 1908. Als verklaring van dit droef verschijnsel wordt aangevoerd, dat de tractementen der predikanten niet meer voldoende zijn, terwijl er aan de candidaten hoogere eischen gesteld worden. Zoo werd verleden jiar voor de diocese van Canterbury besloten, dat van 1912 af slechts zulke candidaten geordend zullen worden, welke een akademischen graad hebben en minstens één jaar een theologisch seminarium bezocht hebben. Al schijnt deze eisch niet zwaar, toch wordt daarmede met de tot dusver gevolgde praktijk gebroken.
Het gebrek aan candidaten tot den H. Dienst is ook daarom voor de Episcopaalsche Staatskerk tot schade, omdat deze kerk zooveel krachten noodig heeft voor den dienst der kerk in de koloniën. De landverhuizing uit Engeland houdt ook voortdurend aan; er verlieten verleden jaar 300.000 personen het moederland, die zich voornamelijk in West-Canada vestigden. De aartsbisschoppen van Canterbury en York vragen daarom om steun voor de Anglicaansche Kerk in West-Canada, opdat die kerk aldaar niet zoo op den achtergrond gedrongen wordt als in Oost-Canada, waar in vele streken slechts een twaalfde deel der bevolking tot de Anglicaansche Kerk behoort. Er moeten daarom elk jaar 50 predikanten naar West-Canada gezonden worden.
Het is wel te wenschen, dat er ook in de Anglicaansche Kerk nieuw leven ontwaakt; want als er geen jongelieden genoeg zijn om in het moederland de Kerk te dienen, dan staat het te vreezen, dat ook geen krachten zullen te vinden zijn om in de koloniën en in Amerika voor haar te arbeiden. Volgens ons is het gebrek aan Dienaren des Woords niet te wijten aan geringe bezoldiging, maar aan de omstandigheid, dat er bij de jongelingschap minder lust wordt gevonden om den Heere in Zijn Koninkrijk te dienen. Men ziet dan ook altijd, dat wanneer er een wederopwaking van bet geestelijke leven plaats heeft, er zich ook meer jongelieden aanbieden om de Keik des Heeren te dienen.
Frankrijk. Zedelijke verwildering. De verwildering op zedelijk gebied neemt in Frankrijk hand over hand toe. De Echo de Paris beweert, dat het getal aankomende bandieten, gewoonlijk „Apachen" genoemd, te Parijs en omgeving bij de 100 000 komt. Het meerendeel van deze lieden, die de politie handen vol werk geven, is nog geen 20 jaar oud. Enkelen van deze jonge menschen beginnen hun bandietenloopbaan met een moord; de meesten bereiden zich tot groote misdaden voor door diefstal, inbraak enz. Onlangs werd in de buurt van Argenteuil zulk een bende ontdekt. Op de openbare straat hielden de ledenvan dien troep de menschen met een revolver in de hand aan en persten hun geld af Er waren jongelieden van 15 en 16 jaar bij.
Uit den Officiel, waarm de statistiek van de misdaden gepubliceerd wordt, blijkt dat in de laatste 20 jaar het aantal misdadigers verdubbelde; in 1908 waren er 566, 000. Ook de moorden zijn ongeveer in dezelfde verhouding toegenomen. Van 1891 tot 189S werden er door elkaar 171 menschen vermoord; van 1896 tot rgoö hadden er jaarlijks 276 moorden plaats. In 1907 werden er 332 menschen om het leven gebracht; in r908, 318.
Ook de aanvallen der Apachen op de politie nemen van jiar tot jaar toe, een bewijs dat zij steeds brutaler optreden. Dezer dagen bracht een Apache vier politieagenten zware verwondingen toe; twee zijn gestorven. Toen politieagenten bem arresteeren wilden en hem daarbij bij den arm grepen, bleek het dat de bandiet zijn armen omwikkeld had met riemen, waarin cherpe prikkels staken. Nadat hij gearresteerd as verklaarde de misdadiger, die zelf zwaar ewond werd, dat het hem verblijdde, dat hij instens één politiedienaar gedood bad; hij enschte ze allen te vermoorden.
Een liberaal blad vraagt, wat er van de aatschappij worden zal, wanneer het heirleger an roo.coo misdadigers, die het „beesten" oemt, op haar losgelaten wordt?
De coterie van vijanden der religie, Godoochenaars en vrijdenkers die Frankrijk regeert, eeft het veel te druk met het beramen van iddelen om de actie der ouders die hunne inderen niet door goddelooze schoolboekenen nti-christelijke onderwijzers willen laten beerven, te onderdrukken, dan dat zij middelen ou beramen om aan het toenemend zedenbeerf paal en perk te stellen. Viviani en zijn ede-mie isters, die zich er op beroemen, dat ij de lichten die uit den hemel de menschen oeschenen, gedoofd hebben, zullen het steeds eer gewaar worden, dat zij op de aarde een tikdonkeren nacht doen heerschen, waarin de acht der duisternis vrij spel heeft. Mocht de erk des Heeren in deze donkere dagen hare oeping recht verstaan.
N.-Amerika. Een werklieden-Kerk. De Presbyteriaansche-Kerk van de nieuwe ereld houüt er een „department" op na van Church and Labour" (Kerk en arbeid).
De predikant Charles Stelrle is „superintenent" van dit departement, dat ingesteld is om n het bijzonder zorg te dragen voor de arbeidende lasse. De Presbyteriaansche Kerk heeft de rvaring opgedaan, dat de menschen uit den erkenden stand hoe langer hoe minder onder are leden gevonden worden. Hoe dit ver chijnsel te verklaren? Zou het feit, dat vele erklieden socialistische en anarchistische denkeelden gingen omhelzen, daarvan de oorzaak ijn ? Of zou de omstandigheid, dat de Presby eriaansche Kerken te New-York hare gebouwen ieten verdwijnen uit de armere districten, om ie te doen verhuizen naar die gedeelten der tad waar de rijken hunne tenten opgeslagen ebben, dit hebben veroorzaakt? Het laatste chijnt het geval te ïijn. De predikant Stelrle egt althans, dat hij er lang en sterk tegen heeft eprotesteerd, dat de Kerken de rijkere leden chterna trokken, om de arme werklieden aan un lot over te laten.
Hij wil nu een poging wagen om een kerk oor den arbeidenden stand te stichten. Daartoe erd een verlaten kerk in een arbeidersbuurt ehuurd. lederen dag en eiken avond zullen e deuren dier kerk openstaan. De gewone iensten op den dag des Heeren zullen „evan-. elical", dat is „orthodox" zijn.
Hierin ligt iets dat in strijd is met Gods oord, Het laten gelden van stand en rang, an rijkdom en armoede in de Kerk des Heeren, s in strijd met den wil des Heeren. In Christus ezus is noch Jood noch Griek; noch dienstl h b m w knecht noch vrije; noch arbeider, noch werkgever. En dan de mededeeling dat er op Zondag in de arbeiderskerk orthodox zal gepredikt worden! Heeft de rijke dan soms minder behoefte aan het Evangelie dan de arme? God heeft Zijn Woord voor alle menschen zonder onderscheid gegeven.
Wij vreezen dat de werklieden van New York door de Presbyteriaansche arbeiderskerk niet zullen getrokken worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 10 april 1910
De Heraut | 4 Pagina's