Buitenland.
Engeland. Achteruitgang der Methodistische Kerk.
De Methodist Recorder deelt in zijn nummer van 14 April mede, dat de statistiek over r909 aantoont hoe het ledental der Methodistische Kerk in de laatste vier jaren met bijna 3 ten honderd is verminderd, Het aantal candidaten bedraagt 173, dat is tien minder dan het vorige jaar. Genoemd orgaan maakt hierbij de volgende opmerkingen: „Het ernstigste van deze zaak is, dat deze achteruitgang al vier jaar duurt. Wij behooren dit goed onder de oogen te zien, en toe te geven dat het er voor ons treurig uitziet. Wij moeten de feiten erkennen en .'ons daarover verootmoedigen. Wij worden er niets mede gebaat, wanneer men verklaart dat cijfers weinig beteekenen. Het is ons zeer wel bekend, dat de geest des tijds niets weten wil van ernstig geestelijk onderzoek en van den eisch dat men rekenschap geven zal van de hoop die in ons is, waarop eenige van onze instituties aandringen. Men beweegt zich tegenwoordig liever in de richting van een algemeen humanitair streven. Maar wanneer wij nog aan het verleden vast houden en onze Theologie getrouw zijn, dan moeten wij ook nog tegenwoordig in staat zijn, geestelijk levende leden te winnen, en daaraan ontbreekt het juist".
Wat die' „instituties" aangaat waarvan de Methodist Recorder gewaagt, hiermede is bedoeld, de instelling der z, g. „klassen". De vader van het Methodisme, Wesley, heeft „societies" (gezelschappen) gesticht, die weder verdeeld werden in klassen van ongeveer 12 personen, die onder een „Ciassleader" eenmaal 's weeks vergaderden, om met hem over den toestand van hun hart te spreken en hem hun bijdrage voor het kerkelijke leven te betalen. Die instelling der „klassen" wordt in de Methodistische Kerk van Engeland nog gehandhaafd, en velen zijn daarvan afkeerig. Zij begeeren wél de prediking der Methodistische Kerk, ook willen zij wel deelnemen van het door die Kerk bediende Avondmaal, doch van de klassen willen zij niets weten. Of die afkeer der dassen voortspruit uit de gedachte, dat de opzieners der Kerk geroepen zijn om leiding te geven aan het geestelijke leven der geloovigen en niet Classleaders, of dat daarachter zit vijandschap tegen het ware Christelijke leven, kunnen wij niet uitmaken.
Het feit dat de Methodistische gemeenschappen in Engeland in ledental verminderen, is in elk geval geen gunstig verschijnsel.
Frankrijk. Duez' verduisteringen.
De Fransche regeering heeft sedert de wet der scheiding van Kerk en Staat werd doorgedreven, niet alleen opgehouden den pastoors en bisschoppen tractement uit te betalen, maar ook verklaarde zij de kerkelijke goederen, ook de goederen der kloosters, ten bate voor het rijk, verbeurd. Het Hoog-gerechtshof belastte een zekeren Duez met de liquidatie der kerkelijke goederen. Deze Duez werd, verdacht dat hij daarbij millioenen had verduisterd, dezer dagen achter slot en grendel gezet, evenals zijn handlanger en klerk Martin. Martin werd naar Parijs ontboden, en toen hij niet spoedig kwam, als gevangene naar de hoofdstad gevoerd.
In minder dan geen tijd was hij op het kantoor van Duez een rijk man geworden, die een prachtige villa bewoonde, equipage hield, weelderige diners gaf, waarbij de servetten met echt kant waren versierd, en waarbij de tafels bogen onder bet gewicht van oud-zilveren vaatwerk. Een oud klooster diende voor de meest brooddronken feesten. Ook Duez had een klooster waaruit de geestelijke broeders verdreven waren, waarin nachtelijke bachanaliëu gehouden t werden.
In de Kamer van afgevaardigden werd den minister-president Briand verweten, dat hij van alles op de hoogte was en Duez rechtskundigen bijstand had verleend tegen een hoog salaris, kort voor den tijd dat hij minister werd. Briand antwoordde hierop scherp: „Zijn de heeren soms afgunstig op mij, die zulke goed betalende cliënten had? Ik zag Duez voor een eerUjk man aan." Een ander minister beweerde, dat het republikeinsche stelsel niet verantwoordelijk was voor het schandaal. Het land heeft niet eens bedoeld voordeel uit de onteigening der kloostergoederen te trekken. „Om eenige ontbrekende (lees: gestolen) millioenen, zullen de kiezers het goede werk, door ons geleverd niet miskennen en ons hun vertrouwen ontzeggen". Ten slotte nam de meerderheid der Kamer wel weer genoegen met deze verdediging, want nooit heeft de Fransche regeering een meer volgzame volksvertegenwoordiging, dan anneer zij zich beroept op bare heldendaden tegenover de Kerk. .
Dat dit alles verbittering verwekt bij de oomschgezinden kan niemand verwonderen. aar daar stoort de Regeering zich niet aan. Men maakt zich in radicale kringen veeleer op om den strijd op leven en dood tegen de Roomsche scholen aan te binden.
Een van de gevolgen van den strijd dien de Fransche regeering tegen de Kerk voortzet, is dat Elzas en Lotharingen zelfbestuur krijgen. Tot nog toe werden deze provinciën beschouwd als Rijksland. Maar nu de Roomsche bevolking van die voormalige Fransche provinciën ziet wat er in Frankrijk gebeurt tegenover de Roomsche kerk, heeft de Duitsche regeering gemeend dat de tijd rijp werd voor de erkenning der genoemde provinciën als Bondsstaten zoo goed als Beieren en Baden. Wat hebben de meeste Lotharingeis en EUazzers het voor een kleine 40 jaren niet betreurd, dat zij bij Duitschland werden ingelijfd! Maar nu gevoelen zij dat de religie, de Kerk en al wat daarmede samenhangt, in de handen van den Protestantschen Keizer veel veiliger is, dan in de banden van de Briand's en Viviani's, en daarom zijn zij met hunne inlijving verzoend en maken zij gaarne deel uit van het Duitsche Rijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 8 mei 1910
De Heraut | 4 Pagina's