Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Leestafel.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leestafel.

6 minuten leestijd

1, P. A. VERSLUIS, Directeur der Hervormde Kweekschool te Amsterdam, COËDUCATIE. Rotterdam. J. M. Bredée 1910.

Ia deze vloeiend geschreven brochure bespreekt de heer VERSLUIS het vraagstuk der COËDUCATIE.

Het woord is van Engelschen of, ais ge wilt, Amerikaanschen oorsprong, want het werd, zooals ik uit dit vlugschrift geleerd heb, het eerst gebruikt in een der maaudrappoiten van 1870 van de Universiteit te Michigan. De zaak zelf, die door „coeducation", waarvan wij dan coëducatie maakten, wordt aangeduid, is het stelsel der gemeenschappelijke schoolopvoeding van beide seksen.

Keeds de omstandigheid, dat een man als VERSLUIS, peadagoog van beroep en daarbij in paedagogisch denken geoefend, in deze brochure aan het woord is, maakt haar lezenswaardig.

Ik leg er nadruk op, dat hij hier bespreekt het vraagstuk van de coëducatie.

£r is toch .'een tijd geweest, waarin, althans wat betreft het lager onderwijs, wel de coëdu catie zelf, maar nog geen vraagstuk omtrent haar bestond.

Dit laatste ontstond eerst toen de gemeenschappelijke schoolopvoeding zich in Amerika en later in Europa, ook tot de andere takken van onderwijs begon uittestrekken.

Het geboorteland toch der coëducatie, in dien ruimeren zin, is N.-Amerika: reeds in 1835 opende het college van OBERLIN in OHIO zijn poorten voor vrouwelijke studenten en sedert 1870 valt er een snelle uitbreiding waartenemen en volgde ook Europa.

Uit den drang van het leven geboren, was de zsak er voordat men er over ging denken, nadenken en toen kreeg je bet vraagstuk.

Het paedagogisch denken, d. i. het denken der paedagogen, hield er zich mee bezig en kwam, zooals de beer VERSLUIS zegt, in het laatste kwart der 193 eeuw, tenminste in de niet-Roomsche denkwereld, na heel watschom melingeD, tot bet resultaat, dat coëducatie niet OEgewenscht is.

Maar thans is het vraagstuk opnieuw aan de orde.

„Nauwelijks zijn we den drempel der 20ste eeuw overschreden, of daar worden, zoo aan deze ais aan gene zijde van den oceaan, de stemmen vernomen „der groote ontevredenen", die het vaststaande resultaat aan het wankelen trachten te brengen".

De heer VERSLUIS geeft nu, na een klaar en duidelijk historisch overzicht, zoowel aan de voor-als aan de tegenstanders van de coëducatie het woord.

Tweeërlei heeft bij daarbij goed uiteengehouden : het vraagstuk van de schoolopvoeding der vrouw in verband met dat der vrouwenemancipatie, en het vraagstuk, waar het hier om gaat, . van het gemeenschappelijk voortgezet schoolonderwijs der beide seksen.

De groote onpartijdigheid waarmee de argumenten zoo van de ontevredenen als van de voorstanders hier zijn vermeld, maakt dit geschrift te meer lezenswaardig.

Niet de propagandist, die voor u het vraagstuk oplost en u dan zijn oplossing wil opdringen, maar de docent van professie, die het mèt u doordenkt en daardoor uw kennis van het op te lossen vraagstuk verrijkt.

En al betoont VERSLUIS zich ook allerminst een tegenstander van de coëducatie, hij toont, dat de bezwaren er tegen, hem gewichtig genoeg zijn, om er rekening mee te houden.

Hij doet u luisteren naar het jubellied der voorstanders, maar wendt ook uw oor niet af van den klaagzang der tegenstanders, „en", zegt hij, het ontmoedige ons niet, wanneer we ten slotte de beide zangen niet tot één hoogere harmonie kunnen laten samenvloeien."

Niet alleen door onze schoolmannen, maar ook door anderen is VERSLUIS' COËDUCATIE waard gelezen te worden.

2. DR. H. VISSCHER HET SOCIALE STREVEN VAN FREDERIC LE PLAY. Utrecht G, J. A. Ruys — 1910.

Deze studie van den Utrechtechen hoogleeraar DR. H. VISSCHER over den Ftenschen staathuishoudkundige FREDERIC LE FLAY vormt het 10 No. der 2e Serie van het, met MR, DIEPEN­ HORST, door hem geredigeerde tijdschrift CHRIS­ TENDOM EN MAATSCHAPPIJ.

Onder hen, die in de economische toestanden van de europeesche, bepaaldelijk der Fransche maatschappij der 19e eeuw verbeteringen trachtten te brengen, neemt LE PLAY, een eigenaardige plaats in.

Hij werd geboren in 1806 in LE RIVAGE bij HON FLEUR ; verloor vroeg zijn vader, maar werd goed opgevoed door zijn moeder, die een energieke en daarbij innig godsdienstige vrouw was en aan wie bet is te danken dat hij een ge loovig christen, een goed katholiek is geworden. Opgeleid aan de polytechnische schooi te Parijs, was bij een tijdlang mijningenieur en daarna professor in de Metallurgie. In 1849 geeft hij echter zijn professoraat op en gaat zich geheel wijden aan de bestudeering van de maatschappelijke vraagstukken. Onder bet tweede Keizerrijk werd LE PLAY, die intusscben voor zijn denkbeelden ook Napoleon had weten te bezielen. Senator. Als Generaal-Commissaris van de groote wereldtentoonstellingen in Parijs in 1856 en 1867 wist hij de aandacht van he groote publiek ook op de arbeiderswereld te vestigen en daarmee op de noodzakelijkheid van bescherming van de arbeiders in hun bedrijfsleven.

Na het voor Frankrijk zoo donkere jaar 1872 trok LE PLAY zich uit de politiek terug en trad uitsluitend als schrijver en propagandist op. Hij stierf te Parijs in i88a, na nog de vestiging van het Tijdschrift LA RÉFOME SOCIALE te hebben beleefd.

LE PLAY publiceerde tal van werken.

Zijn hoofdwerk is dat over DE EUROPEESCHE ARBEIDERS (Les Ouwürs Suropéens) in 6 deeltn, waarin hij op grond van eigen aanschouwing het leven der arbeiders in de verschillende landen van Europa beschrijft.

Over LE PLAY zelf bestaat een vrij uitgebreide litteratuur.

Een goed overzicht van zijn stelsel geeft o. a. bet, onlangs verschenen, groote werk van DR. RAYMOND DS WAKA. Bie Nationalökonomie in Frankreich, waarin hij een plaats kreeg onder de „Nickiinierventionisiett", d. w. z., zij die geen tusschenkomst van den Staat verlangen.

DR, VISSCHER nu beschrijft in CHB, EN MAATSCH. de eigenaardige methodewa.n'ue.VhKY, zijn opbouwing van de sociale wetenschap uit de nauwkeurige waarneming en beschrijving van arbeidersfamiliin, waarbij hij terecht van de gedachte uitging, dat niet uit de individuen, maar uit gezinnen de maatschappij is opgebouwd.

Verder geeft deze monografie dan een klaar en duidelijk overzicht van LE PLAY'S denkbeelden omtrent de religie, den eigendom, het gezin en de arbeidsverhoudingen.

Als Christen werd LE FLAY in zijn streven beheerscht door de gedachte, dat de mensch van nature zondaar is en nam bij beslist positie tegen de beginselen der groote revolutie van 1789. Voor een gezonde ontwikkeling van het sociale leven achtte hij religie en zedelijkheid onmisbaar. En de zedcwet is voor hem, wat hij met Bisschop DUPANLOUP, noemde den eeuwigen decaloog of de eeuwige en onveranderlijke zedelijke voor schriften, die dan kortelijk en bet best zijn saamgevat in den joodseken dekaloog of de tien geboden.

Prof. VISSCHER heeft goed gedaan met opLE PLAY, wiens leer ook door GIDK in zijn met RIST uitgegeven HISTOIRE DES DOCTRINES ECO-NOMiQUES, (Parijs 1909), terecht ondergebracht is onder: les doctrines inspirées du Ckristinianisme, in den breederen kring van lezers die hij met zijn CHR. en MAATSCH, bereikt, eens de aandacht te vestigen.

3. P. A. E. SiLLEvis SMITT. GOD GEDANKT EN MOED GEGREPEN. J. C. SIKKEL. VAN DEN GE­ TROUWE, DIE u ROEPT. W. TEN HAVE. Amsterdam 1910.

De bevestigingspreek van Ds. Sikkel en de intreepreek van D3. Sillevis Smitt.

Niet alleen zij, die deze preeken zullen hebben gehoord, maar ook zij die bij haar uitspreken niet tegenwoordig zijn geweest, zullen wel doen ze te lezen.

Zij zijn belangrijk voor ons Kerkelijk leven; opbouwend in het Geloof; homiletiscb voortreffelijk en als gelegenheidsredenen voorbeeldig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 mei 1910

De Heraut | 4 Pagina's

Leestafel.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 mei 1910

De Heraut | 4 Pagina's