Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

7 minuten leestijd

Dnitschland. Evangelisatie door Dr. Ludwig von Gerdtell.

Dr, Ludwig von Gerdtell heeft eenige weken geleden te Leipzig evangelisatievoordrachten gehouden, en op veler verlangen heeft hij deze opnieuw voorgedragen. Hij is apologeet en Evangelist tegelijk. Hij zegt van zich zelven, dat hij drie jaren lang een Godloochenaar was, daarna heeft hij zich tot de moderne Theologie gewend, en tegenwoordig is hij een voorstander van hetgeen hij het „apostolisch" Christendom noemt. Hij heeft echter niets gemeen met hen die zich tegenwoordig „apostolischen" of „nieuw apostolischen" noemen. Hij beweert, dat de Grieksche wijsbegeerte op de vorming van de leerstukken der Christelijke kerk heeft ingewerkt. „Jezus en zijn apostelen waren Hebreërs; de schitterende ontwikkeling der beschaving van de Rcmeinsch-Grieksche wereld heeft even spoorloos over hen heen geruischt als de zwaarmoedige wijsgeerige bespiegelingen van Indië." Hij wil daarom tot hét oorspronkelijke Christendom van Jezus en de apostelen terug. Hij meent dat de orthodoxie en het Theologische liberalisme beiden van het apostolisch Evangelie zijn afgeweken.

Maar wat geeft Dr. von Gerdtell voor het ware apostolische Evangelie uit? Datgene wat bijna 20 eeuwen door de Kerk is beleden en wat tegenover opkomende dwalingen werd vastgesteld, stelt hij op zijde, en hij verkondigt bijv. dat de engelen de sterren bewonen en dat Christus als God, de verzoening van God en mensch heeft tot stand gebracht. Om dit aannemelijk te maken, haalt hij het woord aan van Wilhelm Roscher, die uitsprak: „Men kan in het algemeen zeggen: elk begenadiging doet aan het heilig houden van de wet schade, behalve die, bij welke hij die begenadigt, het deel van de straf dat kwijtgescholden wordt, overneemt". En dan voegt Dr. von Gerdtell daaraan toe: „God zelf heeft daarom in Jeius, volgens de oorspronkelijke beschouwing van het Christendom, het verzoenend lijden voor ons zondaren op zich genomen".

Wat echter hier Dr. von Gerdtell leert is niet het eerst door hem uitgevonden. Het is reeds geleerd deels door de Patripassianen in de derde eeuw, deels door den Scbolasticus Abaelardus in de 12 de eeuw. De patripassianen leerden dat God zelf geleden had, en Abaelardus, dat de kracht van den zoendood van Christus hierin lag, dat daardoor de liefde Gods tot den mensch openbaar is geworden, welks liefde den mensch dan tot wederliefde wekte.

Dat wij, ais wij Dr. von Gerdtell Patiipassianisme toeschrijven, niet afgaan op een enkele uitdrukking, blijkt uit de volgende door hem voorgedragen gelijkenis.

Een Koning had een sterke revolutionaire partij tegen zich. Op zekeren dag bemerkte hij, dat gewichtige staatspapieren van zijn schrijftafel gestolen zijn. Aanstonds liet hij door een heraut bekend maken, dat hij, die van de gestolen papieren tegen het welzijn van den Staat gebruik maakte, zou gedood worden; zij die het nog eens waagden van zijne geheime papieren iets weg te nemen, zouden 100 geeselslagen krijgen. d smgtg

Eenige dagen daarna werden zijne moeder en zijn twee zusters er op betrapt dat zij met een valschen sleutel in de kamer des Konings zochten te komen. Een aanstonds ingesteld onderzoek bracht aan deu dag, dat de Koninginmoeder en de twee zusters des Konings gewikkeld waren in een samenzwering tegen den Vorst. In de bladen werd aanstonds van alles melding gemaakt, en de redactiên beijverden zich te laten uitkomen, dat de Koning nu een zeldzame gelegenheid had om te toonen, dat hij zonder aanzien des persoons kon recht doen.

De moeder en de zusters deden een knieval voor den koning en beloofden voortaan alle verstandhouding met de rebellen op te geven. De koning twijfelde niet aan de oprechtheid van haar berouw. Doch hij kwam in een hangen tweestrijd. Als zoon en broeder wilde hij zijn naastbestaanden niet laten geeselen, welke strafoefening zij niet zouden kunnen overleven; als koning moest bij het recht handhaven. z lm g O

Wat moest hij doen?

Na een nacht van bangen strijd te hebben doorworsteld, beval de koning den volgenden morgen, dat de scherprechter en het volk voor het slot zouden samenkomen. Vele duizenden verdrongen zich om den troon, die in allerijl op het slotplein opgericht was. Eindelijk verscheen de koning, eerbiedig gearmd met zijne siddeeuide oude moeder; zijne zusters volgden, rood van schaamte. Daarop trad de koning, bieek, maar met vastberadenheid op het (aangezicht, onder den baldakijn van zijn troon en sprak onder doodsche stilte: „Opdat mijn volk en mijne vijanden zouden zien, dat in mijn rijk gelijk recht voor allen geldt, zoo geef ik u scherprechter mijne moeder over om de bedreigde straf ten uitvoer te brengen." Daarop volgde een vreesslijk oogenblik. De koning zonk als vernietigd op zijn troonzetel neder, zijn bleek aangezicht achter zijn handen verbergend, opdat het volk niet zoude zien hoe stroomen van iranen uit zijn oogen welden. De prinsessen stonden snikkend met den rug naar het volk gekeerd. Toen de beul den geesel ophief om de oude koningin te treffen, sprong de koning op, greep zijn arm en riep met luider stem: „geef mij de 100 slagen! Maar laat deze drie gaan!' m V h

De koning viel onder de strafoefening, die de beul ten volle op hem toepaste, bewusteloos neder en werd een half uur later met bloed overdekt meer dood dan levend in zijn paleis gedragen. Zelfs in de oogen zijner vijanden blonken tranen. Da koning herstelde slechts langzaam van de vreeseiijke tuchtiging, maar hij had zijn tegenstanders gewonnen. Hij was voortaan de lieveling van zijn volk. Zoo redde de koning door zijn meer dan Salomonische wijsheid, rechtvaardigheid, en liefde zijn rijk en zijn huis van den ondergang."

De schrijver geeft toe, dat ook deze vergelijking, gelijk alle andere, mank gaat. h b

God heeft geen bedreiging" uitgesproken, waarvan de draagwijdte hem slechts later zou openbaar geworden zijn. „Ook zijn God en Jezus niet zoo één, dat hunne personen niet meer kunnen onderscheiden worden, " aldus laat Dr. von Gerdtell zich hooren, en bewijst daardoor, dat hij niet de menschheid van Christus, maar den zden persoon der Drieëenheid wil laten lijden. Dat de Kerk des Heeren over de twee naturen van Christus zich heeft uitgesproken en dat zij belijdt, dat Christus alleen naar zijn menschelijke natuur geleden heeft, en dit alles op grond van de getuigenis der apostelen, schijnt Dr. von Gerdtell verborgen te zijn. -

Het is te betreuren, dat een man met zooveel gaven gesierd, en die kennelijk bezield is met wat men de „passion des ames" noemt, meent zich te kunnen „los"maken van hetgeen de kerk van alle eeuwen beleden heeft. Hoeveel vruchtbaarder zou zijn werk kunnen zijn, als dit anders was. Want het is niet te ontkennen, dat Dr. von Gerdtell de gave bezit om te spreken tot menschen die ontwikkeld zijn, maar zich van de religie hebben afgewend.

— Vergaderingen tegen het optreden van Dr. Drews.

Wij deelden in dit blad mede, hoe in Berlijn om het optreden van Prof. Dr, Drews, die beweert dat er nooit een Jezus op aarde geweest is, een groote protestvergadering in het circus Busch heeft plaats gehad, die door duizenden is bijgewoond. De positieve kerkelijke vereeniging die deze „Massenversammlung" saamriep, is met het verkregen succes niet tevreden. Zij .organiseerde ook samenkomsten in andere gemeenten, die door duizenden bezocht werden en waarin eenstemmig de volgende motie is aangenomen: „Devergaderde gemeenteleden houden zich standvastig aan het Woord Gods, dat in de Heilige Schrift vervat en in de belijdenisschriften onzer landskerk beleden wordt en geven tegenover het drijven van het theologisch radicalisme te kennen, dat zij verwachten dat de wettige organen der kerkelijke zelfregeering en van het kerkbestuur alle middelen, die hun ten dienste staan, zullen aanwenden, om de ergernissen weg te nemen die ontstaan door het op kansel en katheder lochenen der heilsfeiten, en om hst Woord Gods in onze landskerk volgens de kerkorden en naar eisch der historie te handhaven"

Reeds werden 55 zulke vergaderingen gehouden, en steeds werd er betuigd „Jezus leeft".

Wij voor ons kunnen ons in deze beweging niet vinden, al deelt men in kerkelijke bladen uit Duitschland mede, dat zij nog steeds voortuurt. Laten de menschen eenvoudig getrouw ter kerk komen en daardoor zonder buitenewone vergaderingen betuigen, dat zij den hristus naar de Schriften belijden. Dat zal op en duur beter werken dan samenkomsten in en circus. En als het dan blijkt, dat het kerkestuur predikanten handhaaft die moesten erwijderd worden en dat de zelfregeering der emeente een illusie is, dan is het tijd om ens te vergaderen en de vraag te bespreken, at nu de roeping der geloovigen is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 mei 1910

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 mei 1910

De Heraut | 4 Pagina's