uit de Pers.
Ds. G. H. Wagenaar van Rotterdam wijdt in de Gereformeerde Kerk een serie artikelen aan de vraag: hoe de Hervormde Kerk haar positie als Volkskerk moet behouden? Hij ïiet die positie ernstig bedreigd door de mede dinging van de Roomsche Kerk en de Gereformeerde Kerken en geeft daarbij een ook voor onze lezers belangrijke teekening van den invloed onzer Kerken op ons volksleven.
De Kerk der Afscheiding, zegt hij, nam een «eer bescheiden plaats in ons volk in en heeft meer in stille vroomheid dan in actie naar buiten haar kracht gezocht, maar na 1886 is de toestand een geheel andere geworden:
Sinds 18S6 is dit alles veranderd. Dr. Kuyper heeft aan de separatie het cachet eener reformatie
ingedrukt. De »Weltflucht« der oude afgescheidenen is onder den invloed der Heraut in swereldveroveringa omgeslagen,
»Pro Rege!« is de leuze, waaronder de afscheiding zich heeft opgemaakt, om het|prijsgegeven terrein van bet bonte wereldlevea voor den Koning der kerk op te eischen en de verzoening van religie en cultuur tot stand te brengen.
Na de samenvloeiing der beide afzonderlijke stroomingen van '34 en '86 in één kerkelijke bedding is zij zich bewust geworden van de stille kracht, die iu haar aanwezig was en heeft ze deze kracht omgezet in actie, haast in louter actie. De »Gereformeerde Kerken van Nederlands leven van actie: kerkelijke, politieke, sociale, philan tropische, missionaire, paedagogische, litterarische actie.
De stille vroomheid van het godzalig gezelschap, dat in dogmatische bespiegeling en piëtistische gemoeds-ontleding opging en geen hooger begeerte en gr'-oter genot kende dan de onderlinge stichting, heeft het boekske, waarmee ze ver van 's werelds gewoel in het hoekske zich vermeide, dichtgeslagen en, zich buiten de binnenkamer op het slagveld begevend, het harnas aangeschoten, om aan het Dongeloofs de heerschappij te betwisten en zich een positie in 't volksleven te veroveren.
Moge ook van oud-afgescheidene zijde aan de neo-calvinistische beweging het niet ongegronde verwijt worden gedaan, dat zij in de stille periode van de »separatieï meer geestelijken diepgang bezat dan in de drukke periode der sroformatiec, waarin het stemmings-element voor de spanning van den wil hoe langer hoe meer wijken moet en het innige aan de propaganda opgeofferd wordt-, dit verwijt stelt te duidelijker in 't licht, dat de «Gereformeerde Kerk van Nederlands met hare wijd vertakte, stevig gebonden organisatie voor elk levensterrein waarop zij de hand heeft gelegd, een geducht legercorps vormt, om als nationale Kerk zich een plaats te veroveren in het volksleven en »het Hervormde Kerkgenootschap» uit zijn »bevoorrechte« positie te verdringen.
Reeds geruimen tijd is ze, sedert ze het piëtistisch ideaal los liet en het reformatorisch beginsel aanvaardde, het standpunt te boven, waarop ze als kleine Kerk de groote Kerk nadeed op de wijze — 't beeld is van wijlen Dr. van Ronkel — van het kind dat in grootmoeders sloffen loopt. Zij staat thans in haar eigene schoen en. Zij volgt met een niet geringe - mate van zelfgevoel haren eigenen weg. Zij beproeft op meer dan een terrein nieuwe banen te openen. c n k
Zóó weinig is er meer sprake van een aan den leiband loopen van de groote Kerk, dat integendeel het omgekeerde begint werkelijkheid te worden. Op meer dan een terrein van het kerkelijk leven — met name het diaconaal en missionair terrein — geeft de kleine Kerk den t-o o n a a n en bepaalt zich de groote Kerk, voorzoover deze uit hare conservatieve rust ontwaakt en aan den arbeid tijgt, de door hare kleine zuster toegepaste methode over te nemen.
Nog vormt ze een, wat het cijfer aangaat, niet overtalrijke groep. Toch is ook dit getal — circa 400 000 zielen — niet te onderschatten.
En wat ze in aantal leden bij de Hervormde Kerk onderdoet, dat heeft ze — ik zou haast zeggen — op haar vooruit door hare betere kerkorde, die vrucht der tijden is en meteen kind van dezen tijd.
Het vast aangeregen keurslijf, waarin de Herv. Kerk zich bewegen en werken moet — modekleed uit de achttiende eeuw! — heeft ze verwisseld met het lossere, bij het leven onzer dagen aansluitende en op het verrichten van arbeid berekende werkpak.
Kortom, de DCrereformeerde Kerkcc heeft een ideaal en dit ideaal is, als ik mij niet zeer vergis, de •verovering der plaats, tot dusver door de historische Hervormde Kerk ingenotnen.
De neo-calvinistische actie kan met tevreden zijn met hare positie naast de Hervormde Kerk, zij beoogt de vestiging eener vr ij e, nationale, gereformeerde Kerk op de puinhopen der oude Volkskerk,
Wanneer wij dus de illusie loslaten, dat de Herv. Kerk te midden van enkele, nauwelijks mee te te tellen sectarische groepjes, de vaderlandsche Kerk is, en de werkelijkheid onder de oogen zien, zooals deze zich bij het licht der feiten aan ons opdringt, dan moeten wij toestemmen, dat de Kerken der afscheiding een heel eind op weg zijn ter bereiking van het beoogde en met zoo groote krachtsontwikkeling nagejaagde doel.
Zij hebban ; iog wel niet de leiding van het volksleven. Doch zij steken de hand wel terdege naar de teugels uit.
Op staatkundig gebied zijn de politieke gereformeerden de ziel der coalitie, die een ))christelijke« regeeringsmeerderheid in 's lands raadzaal oplevert en aan de voormannen der neo-calvinistische actie het roer van Staat in handen geeft
De Hervormden mogen door een eigen politieke organisatie aan de Gereformeerden eenige mede zeggenschap over het lot van land en volk opeischen, het valt niet te ontkennen, dat ze in het politiek concert de tweede stem zingen....
Hebben de »Gereformeerden« tot verzekeringen bevestiging van hun »invloedssfeer» de leiding op politiek gebied veroverd, op maatschappelijk gebied hebben ze in hun vakorganisaties een niet minder invloedrijk orgaan tot leiding van den volksgeest.
Wel bezitten de Hervormden een eigen werkliedenorganisatie, die zich bij de volkskerk aansluit en den invloed der volkskerk in het volksleven schoort; toch komt het mij voor, dat ook op sociaal gebied de positie der Gereformeerden in geen geval voor die der Hervormden onderdoet.
Hetzelfde kan gezegd op paedagogisch gebied.
Het gereformeerd schoolverband organiseert-het gereformeerd volksonderwijs in nauwe aansluiting bij de Gereformeerde Kerk. Het is althans de evenknie van «Christelijk volksonderwijs» op Hervormd erf. In zake het hooger onderwijs hebben de Gereformeerden hun Universiteit. Nog wel niet compleet. Maar zij vorderen, getuige de leerstoel voor psychiatrie. £n zij hebben wat zij behoeven, om te kunnen voortvaren. Zij hebben voor hununiversiteit den effectus civilis.
Ook hebben ze denkende geesten, die beslag leggen op het jonge, wetenschappelijke. Christelijke Nederland.
Wij roeren deze dingen niet aan uit afgunst. Wij constateeren bloot de feiten. Wij willen de Gereformeerden niet benijden, om wat zij bezitten; wij willen veeleer de Hervormden wijzen, op wat zij missen.
Alles samengenomen is het dus zonneklaar, dat de Gereformeerde Kerk door middel van hare actie op wetenschappelijk gebied zich inspant, om de positie te veroveren die de Hervormde Kerk bezig is te verliezen.
Is het nog noodig het oog te vestigen op de andere omliggende terreinen, om de stelling der Gereformeerden af te bakenen in haren juisten omvang?
Welk een invloed gaat uit van journalistieke actie op het volksleven door tal van goed geredigeerde dag-en weekbladen over het geheele land verspreid. Welk een kracht ontwikkelt het Gereformeerd Jongelings Verbond tot vorming en leiding van het opgroeiend geslacht. En welk een omvang verkrijgen de philantropiscke instellingen, die 6f geheel of goeddeels in het kader der Gereformeerden opgenomen zijn! Wij behoeven slechts de namen: Veldwijk, Bloemendaal, Dennenoord, 's Heerenloo, Sonnevanck te noemen, om te beseffen dat, al kunnen wij op onze diaconessenhuizen wijzen, ook op het terrein der barmhartigheid de neo-Calvinistische actie hare sporen heeft verdiend.
Kortom, bij 't vele, dat van Hervormde zijde geschiedt om zegenend in te werken op het volksleven, moeten wij, als wij de positie over en weer objectief willen bepalen, erkennen, dat de Gereformeerde Kerken van Nederland een actie hebben ontwikkeld, welke haar een zeer invloedrijke plaats in het volksleven verzekert en — het kan niet anders! — de positie der Hervormde Kerk als Volkskerk in niet geringe mate ondermijnt
Ter handhaving onzer bedreigde positie baat het niet, met groote woorden in ons verleden te roemen en gerust te zijn op grond van wat wij eertijds zijn geweest, doch is het noodig de kracht onzer mededingster niet te onderschatten, maar naar ware afmeting te leeren kennen.
Welnu, het feit valt niet te loochenen: de Hervormde Kerk verliest bij den dag terrein en de Kerk der afscheiding dringt op.
Voor dit waardeerend oordeel zijn we dankbaar. Niet om deswege te roemen in eigen kracht, maar omdat er uit blijkt, hóe God de Heere onze Kerken in den weg der gehoorzaamheid gezegend heeft.
En voor degenen, die altoos zuchten over de gebreken onzer Kerken, en meenen, dat we in den hoek der separatie zijn terecht gekomen, kan dit oordeel van iemand, die geheel buiten onze Kerken staat, wel eens goed zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 18 september 1910
De Heraut | 4 Pagina's